mijnloonbrief.be

PC 225.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE BEDIENDEN VAN DE INRICHTINGEN VAN HET GESUBSIDIEERD VRIJ ONDERWIJS VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

Minimumloon dat wij toetsen

€ 2 193,28 per maand

PSC 225.01 (bedienden, gesubsidieerd vrij onderwijs, Vlaamse Gemeenschap) — ondergrens = groep « ander personeel » (38u), categorie 1, 0 jaar anciënniteit, ZONDER haard- of standplaatstoelage: 2.193,28 EUR/maand op 01/02/2026 (1.909,3242 EUR op 01/10/2021, sindsdien geïndexeerd via spilindexoverschrijdingen — cao 175244 van 13/12/2021, art. 6-8). Bevestigd door de SPF-pagina salairesminimums.be, « van kracht op 01/02/2026 ». Er bestaan twee andere, HOGERE activiteitsgroepen, hier niet berekend: het administratief personeel (36u, barema's 542/158/202/200, ondergrens 2.647,20 EUR op dezelfde datum) en de opvoeders (38u, barema's 122/158, ondergrens 2.647,20 EUR) — deze twee groepen worden omgezet vanuit een extern barema via de formule Mi = (Me × 12 × 1,025 + x + y) / 13,92. Hier niet berekend: de haard- en standplaatstoelagen (verhogen de ondergrens altijd, verlagen ze nooit) en de eindejaarspremie (58,14 % van het decemberloon, zie de aparte as).

Bron: CAO van 13 december 2021 betreffende de classificatie en de loonvoorwaarden (PSC 225.01), art. 6-8 (indexeringsmechanisme via spilindex) en bijlage 1 (barema 1, 0 jaar anciënniteit) (neerlegging 175244) — van kracht op 2021-10-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona
  • de DmfA

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • de eindejaarspremie
  • de verplaatsingskosten
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE BEDIENDEN VAN DE INRICHTINGEN VAN HET GESUBSIDIEERD VRIJ ONDERWIJS VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
  • Registercode : 2250100
  • Onder comité PC 225
  • Statuten : bedienden

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur

Administratief personeel: 36 uur
CCT du 10 octobre 2018 relative à la classification ainsi qu'aux conditions de travail et de rémunération du personnel administratif, art. 2 — durée alignée sur celle du collaborateur administratif de l'enseignement secondaire à temps plein de la Communauté flamande · dépôt 150273/CO/225.01 · avis de dépôt au M.B. du 12 février 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 septembre 2019 · gelezen op 2026-09-05

Opvoeders in internaten: 36 uur
CCT du 14 mai 2020 relative au statut des éducateurs dans les internats, art. 3 · dépôt 159527/CO/225.01 · avis de dépôt au M.B. du 11 août 2020, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 décembre 2020 · gelezen op 2026-09-05

Referteperiode : het schooljaar, van 1 september tot 31 augustus — zowel voor het wekelijks gemiddelde van de opvoeder in het internaat als voor dat van de flexibele arbeidstijdregeling van luik 2 van de tewerkstellingsmaatregelen

Voor het bediendenpersoneel bedraagt de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur 38 uur per week. Deze regel is niet van toepassing op de hogescholen, op de werknemers die tewerkgesteld zijn als opvoeder in internaten, noch op de werknemers die tewerkgesteld zijn als administratief medewerker.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 décembre 2021 relative à la classification et aux conditions de rémunération, art. 1er et 2 (durée indéterminée ; relaie la CCT du 10 octobre 2018, dépôt 150271, expirée le 31 décembre 2021) · dépôt 175244/CO/225.01 · avis de dépôt au M.B. du 22 septembre 2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 16 avril 2023 · gelezen op 2026-09-05

Voor het administratief personeel bedraagt de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur 36 uur per week. Deze arbeidsduur volgt de evolutie van de arbeidsduur van de administratief medewerker in het voltijds secundair onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Deze regel is niet van toepassing op de werknemers en werkgevers van de vrije hogescholen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 10 octobre 2018 relative à la classification ainsi qu'aux conditions de travail et de rémunération du personnel administratif, art. 1er et 2 (en vigueur le 1er octobre 2018, durée indéterminée — art. 14) · dépôt 150273/CO/225.01 · avis de dépôt au M.B. du 12 février 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 septembre 2019 · gelezen op 2026-09-05

Voor de opvoeders van de internaten bedraagt de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur 36 uur per week ; de opvoeder wordt geacht over een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur te beschikken, met uitzondering van de vervangingsovereenkomsten. De arbeidsduur wordt in principe gespreid over vijf dagen per week en mag de dagelijkse grens van negen uur niet overschrijden ; de afwijkingen op het beginsel van de vijfdaagse week en op de dagelijkse grens van negen uur worden in het arbeidsreglement opgenomen. Bij overschrijding van de week van 36 uur worden compensatiedagen toegekend opdat de gemiddelde normale arbeidsduur zou worden nageleefd over een periode van één schooljaar, van 1 september tot 31 augustus van het volgende kalenderjaar.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 mai 2020 relative au statut des éducateurs dans les internats, art. 1er, 3 et 4 (en vigueur le 1er septembre 2020, durée indéterminée — art. 11) · dépôt 159527/CO/225.01 · avis de dépôt au M.B. du 11 août 2020, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 décembre 2020 · gelezen op 2026-09-05

Elke oproeping van de opvoeder in het internaat betreft een arbeidsduur van ten minste één uur. De uren van aanwezigheid van de opvoeder in het internaat tussen het slapengaan en het opstaan van de internen (de « slapende wacht ») tellen voor vier arbeidsuren ; die uren kunnen worden verdeeld hetzij één uur op de vooravond en drie uur op de volgende dag, hetzij twee uur op de vooravond en twee uur op de volgende dag. Overschrijdt de slapende wacht negen uur, dan wordt elk bijkomend uur als een arbeidsuur beschouwd. Een opvoeder mag maximaal vier nachten per week de nacht doen, en een ononderbroken aanwezigheidsperiode mag niet meer dan vijftien uur bedragen. De door de werkgever buiten het uurrooster gevraagde bijscholingen worden voor eenzelfde aantal uren gecompenseerd ; die welke tijdens de werkuren vallen, worden als arbeidstijd beschouwd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 mai 2020 relative au statut des éducateurs dans les internats, art. 5 et 6 · dépôt 159527/CO/225.01 · avis de dépôt au M.B. du 11 août 2020, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 décembre 2020 · gelezen op 2026-09-05

Voor de opvoeders van de internaten zijn de normale rustdagen : de zaterdagen en de zondagen (enkel voor de internaten waar de internen op zondag niet terugkeren) ; de tien wettelijke feestdagen, 11 juli, de dag na hemelvaartsdag en de dagen die de wettelijke feestdagen vervangen. De inhaalrust voor de normale rustdagen waarop de opvoeders hebben gewerkt, wordt opgenomen binnen de zes weken die volgen, bij voorkeur wanneer de internen verlof hebben. De modaliteiten voor het opnemen van die rust worden in het arbeidsreglement opgenomen ; bevat het arbeidsreglement geen regel, dan is het opnemen van die dagen onderworpen aan een akkoord tussen de opvoeder en de werkgever, en bij gebrek aan akkoord wordt de dag opgenomen op de eerstvolgende activiteitsdag.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 mai 2020 relative au statut des éducateurs dans les internats, art. 7 · dépôt 159527/CO/225.01 · avis de dépôt au M.B. du 11 août 2020, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 décembre 2020 · gelezen op 2026-09-05

De opvoeder in het internaat heeft recht op betaald jaarlijks vakantieverlof tijdens de kerstvakantie, de paasvakantie en de zomervakantie ; de wettelijke vakantiedagen zijn in die vakantieperiodes begrepen. Tijdens dat verlof mag een opvoeder gedurende maximaal tien dagen worden opgeroepen voor administratieve en pedagogische taken. De compensatiedagen wegens overschrijding van de 36 uur per week worden opgenomen tijdens de herfst- of krokusvakantie, of op de dagen waarop de internen niet aanwezig zijn ; hun jaarlijks aantal hangt af van het gepresteerde wekelijkse stelsel : 36 u 15, 1 dag ; 36 u 30, 3 ; 36 u 45, 4 ; 37 u, 5 ; 37 u 15, 7 ; 37 u 30, 8 ; 37 u 45, 9 ; 38 u, 11 ; 38 u 15, 12 ; 38 u 30, 13 ; 38 u 45, 14 ; 39 u, 15. Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst moeten die inhaalrustdagen vóór het einde van de overeenkomst worden opgenomen ; is dat geheel of gedeeltelijk onmogelijk, dan worden zij bij het einde van de overeenkomst uitbetaald.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 mai 2020 relative au statut des éducateurs dans les internats, art. 8 et 9 · dépôt 159527/CO/225.01 · avis de dépôt au M.B. du 11 août 2020, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 décembre 2020 · gelezen op 2026-09-05

Voor het administratief personeel zijn de normale rustdagen de zaterdagen en zondagen, de wettelijke feestdagen, de dagen die de wettelijke feestdagen vervangen, de reglementaire verlofdagen en de jaarlijkse vakantiedagen. Wanneer een wettelijke feestdag op een zaterdag of een zondag valt, hebben de personeelsleden recht op een vervangende verlofdag, op te nemen in overleg met de directie in de periode dat de school gesloten is. Naast de tien wettelijke feestdagen hebben de personeelsleden recht op de volgende reglementaire verlofdagen : 11 juli, 2 november en 26 december.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 10 octobre 2018 relative à la classification ainsi qu'aux conditions de travail et de rémunération du personnel administratif, art. 13 §§ 1er à 3 · dépôt 150273/CO/225.01 · avis de dépôt au M.B. du 12 février 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 septembre 2019 · gelezen op 2026-09-05

Voor het administratief personeel bepaalt de leeftijd bereikt op 1 juli van het lopende kalenderjaar het aantal jaarlijkse vakantiedagen. De voltijds in één onderwijsinstelling aangestelde personeelsleden genieten per kalenderjaar, zaterdagen niet inbegrepen, 30 werkdagen vóór vijfenveertig jaar, 31 werkdagen van vijfenveertig tot minder dan vijftig jaar en 32 werkdagen vanaf vijftig jaar, verhoogd met bijkomende jaarlijkse vakantiedagen naargelang de leeftijd : één werkdag op zestig jaar, twee op eenenzestig jaar, drie op tweeënzestig jaar, vier op drieënzestig jaar en vijf op vierenzestig jaar. De deeltijds aangestelde personeelsleden, of die voltijds bij verschillende werkgevers of instellingen zijn aangesteld, hebben per instelling recht op een breukdeel van dat aantal ; de dagen moeten dan in uren worden omgezet, waarbij dertig vakantiedagen overeenstemmen met 216 uur (zes weken van 36 uur).
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 10 octobre 2018 relative à la classification ainsi qu'aux conditions de travail et de rémunération du personnel administratif, art. 13 § 4 · dépôt 150273/CO/225.01 · avis de dépôt au M.B. du 12 février 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 septembre 2019 · gelezen op 2026-09-05

In de onderwijsinstellingen en de internaten mag de wekelijkse arbeidsduur van de deeltijds tewerkgestelde werknemers lager zijn dan een derde van de wekelijkse arbeidsduur van de voltijdse werknemers van dezelfde categorie in de instelling. De duur van elke arbeidsperiode mag minder dan drie uur bedragen, zonder minder dan één uur te zijn, voor de busbegeleiders, de toezichters van de leerlingen, de begeleiders van de voor- en naschoolse opvang, de bewakers van de schoolgebouwen en de internaten na de schooltijd, de studiemeester-opvoeders van de internaten voor de perioden van middagtoezicht en de levende modellen in het kunstonderwijs ; zij mag minder dan drie uur bedragen, zonder minder dan twee uur te zijn, voor de gastprofessoren bedoeld in artikel V.147 van de Codex Hoger Onderwijs.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 15 janvier 2020 relative à la durée du travail journalière et hebdomadaire minimale du personnel employé à temps partiel, art. 1er à 3 (en vigueur à la date de sa signature, durée indéterminée — art. 4 ; prolonge les CCT du 27 juillet 2000, dépôt 55355/CO/225, et du 25 juin 2012, dépôt 110233/CO/225) · dépôt 157492/CO/225.01 · avis de dépôt au M.B. du 30 mars 2020, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 8 juillet 2020 · gelezen op 2026-09-05

Alle bedienden, met uitzondering van die welke met een vervangingsovereenkomst zijn tewerkgesteld, moeten tewerkgesteld zijn met een arbeidsovereenkomst van minstens tien maanden, lopend van 1 september van het jaar X tot 30 juni van het jaar X+1 ; bij een nieuwe aanwerving in de loop van het schooljaar wordt die aanvangsdatum vervangen door de datum van indiensttreding. Met uitzondering van de dagen gedekt door vakantiegeld worden de bedienden doorbetaald tijdens de schoolvakanties, tijdens de door de school te bepalen facultatieve vakantiedagen, alsook tijdens de dagen waarop de school in een alternatief lessenpakket voorziet waardoor de kinderen niet aanwezig zijn. In de mate van het mogelijke lopen die contracten door in de zomervakantie ; zo niet, hebben die werknemers alle voorrang bij heraanwerving na de vakantie, en blijft de anciënniteit gedurende de vakantieperiode doorlopen en verworven. Deze regels gelden niet voor de hogescholen, de opvoeders in de internaten noch voor het administratief personeel.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 octobre 2025 relative à la durée des contrats, art. 1er et 3 à 5 (durée indéterminée ; remplace la CCT du 6 novembre 2019, dépôt 157743) · dépôt 196201/CO/225.01 · avis de dépôt au M.B. du 27 novembre 2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 8 février 2026 · gelezen op 2026-09-05

Voor de werknemers die onder luik 2 van de tewerkstellingsmaatregelen vallen — enkel in de instellingen die over een actief dossier bij het Tewerkstellingsfonds beschikken — kan een flexibele arbeidstijdregeling worden ingevoerd overeenkomstig artikel 20bis van de arbeidswet van 16 maart 1971 of artikel 2, 3° van de wet van 17 maart 1987, wat toelaat de normale wekelijkse arbeidsduur in te korten of te verlengen en te vervangen door alternatieve uurroosters. De arbeidsdag mag de grens van negen arbeidsuren, overuren inbegrepen, niet overschrijden, en het aantal overuren moet beperkt blijven tot maximaal vijf uur per week. De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur moet worden nageleefd per schooljaar, van 1 september tot 31 augustus. Een flexibele arbeidstijdregeling mag de werknemers nooit verplicht worden opgelegd, maar moet steeds op vrijwillige basis gebeuren. De invoering van alternatieve uurroosters gebeurt met naleving van de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 février 2023 relative aux mesures pour l'emploi, art. 2 et 8 (en vigueur le 1er janvier 2023, durée indéterminée ; remplace la CCT du 28 novembre 2018, dépôt 150276) · dépôt 179366/CO/225.01 · avis de dépôt au M.B. du 25 mai 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 20 décembre 2023 · gelezen op 2026-09-05

Enkel in de instellingen die over een actief dossier bij het Tewerkstellingsfonds beschikken, genieten de werknemers dagen van dienstvrijstelling van arbeidsprestaties (DPT-dagen). De werknemer met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur van minstens een volledig schooljaar heeft er 10 per schooljaar indien hij begeleider of bestuurder van een niet-zonale bus, toezichter of begeleider van voor- en naschoolse opvang en middagtoezicht is (groep 1), en 5 indien hij keukenhulp, hulpkok, kok of chef-kok is (groep 2) ; bij samenloop van functies bepaalt de groep die ten minste de helft van de contractuele wekelijkse arbeidsduur inneemt het aantal. De werknemers van luik 2 en 3 hebben er 15, gebracht op 20 wanneer zij in een flexibele arbeidsregeling worden tewerkgesteld. De dpt-dagen worden uiterlijk een week vóór de aanvang van de herfstvakantie vastgelegd, voor het volledige schooljaar en voor alle betrokken werknemers, in overleg met de syndicale afvaardiging van de werknemers ; bij ontstentenis van een syndicale afvaardiging gebeurt het overleg in de ondernemingsraad of het lokaal onderhandelingscomité en, bij ontstentenis daarvan, met de betrokken werknemers. Alle DPT-dagen moeten uiterlijk op 31 augustus van het betrokken schooljaar worden opgenomen ; wordt de arbeidsovereenkomst op een DPT-dag geschorst, dan verliest de werknemer die dag. De duur van een DPT-dag wordt bekomen door de contractuele wekelijkse arbeidsduur door 5 te delen ; varieert de dagelijkse arbeidsduur of gaat het om een deeltijds uurrooster, dan wordt de vrijstelling in uren toegekend. De DPT-dagen worden toegekend met behoud van het normale loon, namelijk het loon dat de werknemer zou hebben ontvangen indien de DPT-dag een gewone wettelijke feestdag was geweest, en worden gelijkgesteld met effectief gepresteerde dagen voor de berekening van de eindejaarspremie.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 février 2023 relative aux mesures pour l'emploi, art. 2 et 10 à 12 · dépôt 179366/CO/225.01 · avis de dépôt au M.B. du 25 mai 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 20 décembre 2023 · gelezen op 2026-09-05

Paritair comité 225 : de andere comités

PC 225.01 is een onderafdeling van paritair comité 225. Dezelfde familie telt:

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 225.01

Comités in dezelfde familie