PC 225.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE BEDIENDEN VAN DE INRICHTINGEN VAN HET GESUBSIDIEERD VRIJ ONDERWIJS VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP EN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
Geen sectoraal barema toegepast
PC 225.02 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.
De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.
Wat de loonbrief berekent
- de Dimona
- de DmfA
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het minimumloon
- de eindejaarspremie
- zondag en feestdagen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE BEDIENDEN VAN DE INRICHTINGEN VAN HET GESUBSIDIEERD VRIJ ONDERWIJS VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP EN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
- Registercode : 2250200
- Onder comité PC 225
- Statuten : bedienden
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Dit paritair comité stelt geen wekelijkse arbeidsduur vast voor zijn hele toepassingsgebied. Neem de 38 uur van een model niet zomaar over: lees hieronder wat het comité wél schrijft.
Het paritair subcomité stelt geen wekelijkse arbeidsduur meer vast. De duur van gemiddeld 36 uur per week, die sinds 1 januari 2002 gold voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde werkgevers en werknemers met uitsluiting van de internaten en de hogescholen, werd opgeheven met ingang van 31 mei 2017 middernacht en werd niet vervangen. Bij gebreke van een conventionele bepaling is de arbeidsduur die van de wettelijke regeling : acht uur per dag, krachtens artikel 19, eerste lid van de arbeidswet van 16 maart 1971, en achtendertig uur per week, krachtens artikel 2, § 2 van de wet van 10 augustus 2001 betreffende de verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven, van kracht sinds 1 januari 2003. Een werkgever die vóór 31 mei 2017 36 uur toepaste, blijft gebonden door de arbeidsduur die in de arbeidsovereenkomsten en in zijn arbeidsreglement is opgenomen : de opheffing van de sectorale overeenkomst heft de arbeidstijdregeling van de onderneming niet vanzelf op.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 avril 2009 « durée du travail », art. 2 et 3.1 à 3.4 (36 heures en moyenne, 1 872 heures par an, année de référence du 1er septembre au 31 août, limite journalière normale de 7 h 12, plafonds de 9 h par jour et 41 h par semaine), ABROGÉE par l'art. 2, 8° de la CCT du 31 mai 2017 « abrogation des cct » à partir du 31 mai 2017 à minuit — ⚠️ le registre porte encore `enforced: true` sur la CCT de 2009 ; c'est `validityDate = 31/05/2017` et l'article 2 de la CCT de 2017 qui font foi. Régime supplétif : huit heures par jour, loi du 16 mars 1971 sur le travail, art. 19, alinéa 1er ; trente-huit heures par semaine, loi du 10 août 2001, art. 2, § 2 (NUMAC 2001012825) — 🛑 et NON l'art. 19, qui porte encore quarante heures dans sa version coordonnée. · dépôt 95206/CO/225 (A.R. publié au M.B. du 18 novembre 2010) · abrogation : dépôt 143076/CO/225, avis de dépôt au M.B. du 8 décembre 2017, A.R. publié au M.B. du 7 août 2018, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 10 octobre 2010, abrogation par A.R. du 5 juillet 2018 · gelezen op 2026-09-05
Met toepassing van artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten mag de wekelijkse arbeidsduur van de deeltijds tewerkgestelde werknemers minder bedragen dan een derde van de wekelijkse arbeidsduur van de voltijdse werknemers ; met toepassing van artikel 21 van de arbeidswet van 16 maart 1971 mag de dagelijkse arbeidsduur minder bedragen dan 3 opeenvolgende uren per dag. Beide afwijkingen gelden slechts met naleving van de voorwaarden en uitdrukkelijke afwijkingen die per personeelscategorie zijn bepaald, als volgt. Genieten beide afwijkingen, de tweede met een minimum van 1 volledig en ononderbroken uur per dag : de taken van lesgever, met inbegrip van leraar psychomotoriek en experts ; de kinderverzorger ; het paramedisch, sociaal en psychologisch personeel in het verplichte onderwijs ; het levend model van de Hogescholen voor Kunstonderwijs ; de preventieadviseur in het verplichte onderwijs, de sociale promotie, de PMS-centra en de Hogescholen voor Kunstonderwijs ; de veiligheidsadviseur informatica ; de opvoeder ; de animator ; de toezichter. Het secretariaat en de administratieve functie in het verplichte onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie genieten enkel de afwijking van het derde tijd, niet die van de drie uur per dag. Genieten geen enkele afwijking : het paramedisch, sociaal en psychologisch personeel van de hogescholen ; het logistiek of administratief kader van de hogescholen of Hogescholen voor Kunstonderwijs ; de preventieadviseur van de hogescholen ; het personeel van de centra voor basisonderwijs. De bedienden die een baan hebben die evenwaardig is aan een baan die wordt gesubsidieerd door de Administration de l'enseignement de la Communauté française hebben een afwijkende regeling die identiek is aan diegene die van toepassing is op de gesubsidieerde functie ; voor de anderen moet men bij de bepaling van de minima rekening houden met alle prestaties van het personeelslid, hetzij voor dezelfde werkgever hetzij voor verscheidene werkgevers die verbonden zijn door een geografische nabijheid of door een samenwerkingsovereenkomst.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 19 juin 2018, « Durée de travail journalière et hebdomadaire minimale du personnel employé occupé à temps partiel dans l'enseignement libre subventionné en communauté française », art. 2, 3, 4 et 6 — effet au 1er juillet 2018. 🛑 LIRE AVEC SON AVENANT : l'art. 7 d'origine faisait expirer au 1er septembre 2021 les dérogations des fonctions éducateur, animateur et surveillant ; l'art. 2 de la CCT du 16 septembre 2021 (dépôt 168350/CO/225.02, A.R. du 28 février 2022, M.B. du 14 avril 2022, effets au 1er septembre 2021) l'a remplacé par une durée indéterminée « sous réserve de l'évolution éventuelle du financement du temps extra-scolaire (matin midi et soir) par le pouvoir subsidiant ». Sans cet avenant, trois des quatorze fonctions n'auraient plus de dérogation. ⚠️ `scopeFr` du registre annonce l'enseignement subsidié par la Communauté française : c'est bien ce que dit l'article 1er, la Communauté germanophone n'étant pas visée par ce texte-ci. Erratum du greffe du 30 juillet 2018 sur le texte néerlandais de l'art. 4, § 2, b). · dépôt 146657/CO/225.02 · avis de dépôt au M.B. du 16 juillet 2018 · A.R. publié au M.B. du 29 octobre 2018 · avenant dépôt 168350/CO/225.02, avis de dépôt au M.B. du 7 décembre 2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 octobre 2018, avenant par A.R. du 28 février 2022 · gelezen op 2026-09-05
Internaten. Voor de vaststelling van de toegelaten arbeidsduur worden de aanwezigheidsuren van de werknemer in het internaat tussen het slapengaan en het opstaan van de internen beschouwd als tijd gedurende dewelke de werknemer ter beschikking staat van de werkgever, ten belope van 3 arbeidsuren ; indien deze periode 9 uren overschrijdt, wordt elk boventallig uur als arbeidsduur beschouwd. De bij artikel 19 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of bij een collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde grenzen van de arbeidsduur kunnen overschreden worden, op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur berekend over een periode van één jaar, die begint op 1 september en eindigt op 31 augustus, gemiddeld geëerbiedigd wordt. De arbeidsduur wordt in principe gespreid over 5 dagen per week ; in dat geval mag de arbeidsduur de dagelijkse grens van 9 uren niet overschrijden. In geen geval mag de dagelijkse grens van 11 uren noch de wekelijkse grens van 41 uren worden overschreden. Elke ononderbroken aanwezigheidsperiode van de werknemer mag 15 uren niet overschrijden. Er mag de werknemer niet meer dan 4 nachten per week inslapen gevraagd worden. Met werknemers worden bedoeld de mannelijke en vrouwelijke bedienden, met name de studiemeesters-opvoeders in het internaat.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — A.R. du 18 janvier 1995 relatif à la durée du travail des travailleurs occupés dans les internats de l'enseignement libre subventionné ressortissant à la Commission paritaire pour les employés des institutions de l'enseignement libre subventionné, art. 1er à 5 — pris en exécution des articles 19, alinéa 3, 3°, 23 et 26bis de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, sur demande de la commission paritaire. 🛑 C'est un ARRÊTÉ ROYAL, pas une convention : les abrogations conventionnelles du 31 mai 2017 et du 15 janvier 2020 ne l'atteignent pas. Toujours consolidé chez Justel, sans mention d'abrogation, vérifié dans les deux langues. ⚠️ Ne pas le confondre avec la CCT du 13 avril 1995 (dépôt 37975/CO/225, art. 4 : 7 h 12 par jour et 36 heures par semaine), renvoyée au champ de la Communauté flamande le 1er juin 2017 par l'art. 4 de la CCT du 31 mai 2017 (dépôt 146014/CO/225) puis abrogée le 1er septembre 2020 par l'art. 17 de la CCT du 15 janvier 2020 (dépôt 157764/CO/225). · NUMAC 1995012914 · M.B. du 3 février 1995, p. 2481 · dossier Justel 1995-01-18/36 · entrée en vigueur le 3 février 1995, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 18 janvier 1995 · gelezen op 2026-09-05
Het recht op deconnectie is het recht van de werknemer om niet ingelogd te zijn op zijn professionele digitale tools buiten de overeengekomen werkuren. De bedoelde digitale tools omvatten de digitale tools die ter beschikking zijn gesteld door de werkgever ; de persoonlijke digitale tools (gsm, smartphone) zijn persoonlijke communicatiemiddelen die buiten de verplichte verbinding vallen. Als de werknemer zijn mails moet raadplegen, werken op een platform of al het andere werk in verband met het digitale uitvoeren, gebeurt dit in het kader van zijn arbeidstijd ; de werknemer die voltijds werkt zal erop toezien dat hij de verschillende digitale tools ten minste één keer per dag raadpleegt, terwijl de werknemers die deeltijds werken slechts in verhouding tot de gepresteerde opdrachtbreuk de verplichting hebben om verbonden te zijn. Tijdens de verloven, de jaarlijkse vakanties alsook gedurende de periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst is de werknemer niet verplicht om verbonden te zijn noch om zijn professionele berichten te raadplegen. De dienstmededelingen gebeuren in beide richtingen in principe via het professioneel e-mailadres en gedurende de openingsuren van de instelling ; buiten deze periodes en in geval van noodzaak voor de dienst wordt enkel de noodzakelijke informatie meegedeeld, met het meest directe en minst invasieve communicatiemiddel. Als het bericht een antwoord vraagt, moet in een redelijke termijn worden voorzien, die in het bericht wordt gepreciseerd. Elke werkgever voorziet in een communicatiebeleid dat in overleg met het bevoegde lokale orgaan voor sociaal overleg inzake risicopreventie wordt bepaald, op basis van een analyse van de risico's van overconnectie.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 11 décembre 2024, « Devoir de connexion et droit à la déconnexion dans les relations professionnelles », art. 2, 3, 4 et 5 — effets au 1er février 2025, durée indéterminée, préavis de six mois (art. 6). Son article 1er vise les établissements d'enseignement ET LES INTERNATS de l'enseignement libre de la Communauté française et de la Communauté germanophone dont le siège social est situé en Région wallonne ou en Région de Bruxelles-Capitale et qui sont inscrits auprès de l'ONSS au rôle linguistique francophone. · dépôt 191323/CO/225.02 · avis de dépôt au M.B. du 16 janvier 2025 · A.R. publié au M.B. du 27 mai 2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 mai 2025 · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 225 : de andere comités
PC 225.02 is een onderafdeling van paritair comité 225. Dezelfde familie telt: