mijnloonbrief.be

PC 315.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJEN

Minimumloon dat wij toetsen

€ 2 230,48 per maand

PSC 315.02 (luchtvaartmaatschappijen): één minimum maandinkomen gewaarborgd aan alle voltijdse werknemers — geen tabel per functiecategorie. 2.020,22 €/maand op 01/09/2023, inclusief het maandelijks basisloon ÉN de vaste maandelijks recurrente premies (art. 4). Cao van 19/01/2024, neerlegging 185713. Geïndexeerd via een spilindexmechanisme (spilindex 123,91 bij afsluiting van de cao, volgende drempel 126,39, ×1,02 per bereikte trap, art. 5) — geen enkele verhoging na 01/09/2023 werd in primaire bron geverifieerd. Op 01/09/2026 bedraagt die ondergrens 2.230,4894 EUR/maand, afgekapt op 2.230,48 EUR (indexering van 2 % in 9/2026, officieel rooster van de FOD Werk).

Bron: CAO van 19 januari 2024 betreffende het maandelijks minimuminkomen (PSC 315.02 — Luchtvaartmaatschappijen), Art. 3 (principe), art. 4 (bedrag) en art. 5 (indexering) (neerlegging 185713) — van kracht op 2026-09-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de maaltijdcheques
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJEN
  • Registercode : 3150200
  • Onder comité PC 315
  • Statuten : arbeiders en bedienden

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Geen enkele arbeidsduur geldt voor het hele paritair comité: hij verschilt per activiteit. Elke arbeidsduur hieronder geldt voor het toepassingsgebied dat erbij vermeld staat.

Vanaf 1 januari 2027 — voltijdse werknemers met een niet-operationele functie, waarbij de werkgever bepaalt welke functies als niet-operationeel worden beschouwd (39 effectieve uren, gecompenseerd door 6 arbeidsduurverminderingsdagen per jaar, voor een jaargemiddelde van 38 uur): 39 uur
CCT du 19 juin 2026 concernant l'introduction, pour certains travailleurs, d'une semaine de travail de 39 heures effectives avec octroi de jours de réduction du temps de travail, art. 3 à 5 (entrée en vigueur le 1er janvier 2027, durée indéterminée) · dépôt 200703/CO/315.02 · avis de dépôt M.B. du 22 juillet 2026 · gelezen op 2026-09-05

Referteperiode : vanaf 1 januari 2027 wordt, enkel voor de voltijdse werknemers met een niet-operationele functie, de gemiddelde arbeidsduur van 38 uur per week op jaarbasis behouden door middel van 6 arbeidsduurverminderingsdagen per jaar; voor het mobiel personeel wordt de maximale jaarlijkse arbeidstijd zo gelijkmatig mogelijk over het jaar gespreid

Vanaf 1 januari 2027 worden de voltijdse werknemers in niet-operationele functies tewerkgesteld in een effectieve werkweek van 39 uur per week. Teneinde de gemiddelde werkweek op jaarbasis op 38 uur per week te behouden, genieten die werknemers jaarlijks 6 arbeidsduurverminderingsdagen; voltijdse werknemers die tijdens het jaar in dienst komen, krijgen een pro rata aantal arbeidsduurverminderingsdagen. De werkgever bepaalt welke functies als niet-operationeel worden beschouwd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 19 juin 2026 concernant l'introduction, pour certains travailleurs, d'une semaine de travail de 39 heures effectives avec octroi de jours de réduction du temps de travail, art. 3, 4 et 5 (entrée en vigueur le 1er janvier 2027, durée indéterminée ; signature le 19 juin 2026) · dépôt 200703/CO/315.02 · avis de dépôt M.B. du 22 juillet 2026 · gelezen op 2026-09-05

De voorschriften van de Europese richtlijn 2000/79/EG van de Raad van 27 november 2000 inzake de inwerkingstelling van de Europese overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van het mobiel personeel in de burgerluchtvaart, gesloten door de AEA, de ETF, de ECA, de ERA en de iaca, zijn ten volle van toepassing. Daaruit volgt onder meer, voor de bemanningsleden aan boord van een burgerlijk luchtvaartuig: een jaarlijkse vakantie met behoud van loon van ten minste vier weken, die niet door een financiële vergoeding kan worden vervangen behalve bij beëindiging van de arbeidsverhouding (clausule 3); een kosteloos gezondheidsonderzoek vóór de indienstneming en daarna op geregelde tijdstippen, en de overplaatsing, telkens als dat mogelijk is, naar dagarbeid van het personeel met gezondheidsproblemen die erkend zijn als verband houdend met nachtarbeid (clausule 4); een maximale jaarlijkse arbeidstijd van 2 000 uren, met inbegrip van bepaalde reserveperiodes voor dienstopname, waarin de totale vliegtijd beperkt is tot 900 uren, waarbij die jaarlijkse arbeidstijd zo gelijkmatig mogelijk over het jaar moet worden gespreid (clausule 8); en dagen vrij van alle dienst of reserve, vooraf meegedeeld, van ten minste 7 lokale dagen per kalendermaand en ten minste 96 lokale dagen per kalenderjaar, in voorkomend geval met inbegrip van elke wettelijk vereiste rustperiode (clausule 9).
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 mars 2006, « Transposition de la directive européenne 2000/79/CE concernant l'organisation du temps de travail du personnel mobile dans l'aviation commerciale », art. 2 (effet au 1er décembre 2005, durée indéterminée) ; les clauses citées sont celles de l'accord européen annexé à la directive 2000/79/CE, Journal officiel des Communautés européennes L 302 du 1er décembre 2000 · dépôt 79926/CO/315.02 · A.R. publié au M.B. du 07/12/2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 septembre 2006 · gelezen op 2026-09-05

Als arbeid in variabele uurroosters in opeenvolgende ploegen wordt beschouwd de organisatie van de arbeid waarbij arbeidsprestaties verricht worden door werknemers of ploegen van werknemers, waarbij de ene werknemer of ploeg de andere opvolgt; de arbeidsorganisatie wordt slechts als dusdanig beschouwd indien binnen een dag van 24 uur ten minste 3 werknemers dezelfde arbeidsprestaties afwisselend en opeenvolgend verrichten. Die arbeid wordt opgesplitst in « dagploegen », die prestaties verrichten tussen 6 uur en 22 uur, en « nachtploegen », die gedurende ten minste 3 uur prestaties verrichten tussen 22 uur en 6 uur. Elk arbeidstijdstelsel dat ten vroegste om 7.30 uur aanvangt of dat ten laatste vóór 19.30 uur eindigt, wordt als een « normaal » arbeidstijdstelsel beschouwd en valt buiten dat kader. De werknemers die in dag- of nachtploegen worden tewerkgesteld, genieten een loontoeslag van 10 pct. voor de dagploegen en van 20 pct. voor de nachtploegen. Wanneer de werknemer regelmatig op « normale » uren werkt en slechts sporadisch in variabele uurroosters in opeenvolgende ploegen, wordt de loontoeslag uitsluitend voor die laatste prestaties betaald; worden twee derde van de prestaties in variabele uurroosters in opeenvolgende ploegen verricht, dan wordt de toeslag voor het geheel van de prestaties betaald. De prestaties worden berekend op basis van de kalenderdagen waarop zij werden verricht, waarbij de in aanmerking genomen referteperiode die is welke bepaald is voor de berekening van de overuren en voor de organisatie van de ploegenarbeid in het algemeen. Die regel geldt niet voor de ondernemingen waarvoor reeds een collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is, gesloten in een paritair orgaan, een groep van ondernemingen of een onderneming, met betrekking tot de organisatie van de arbeidstijd, noch voor de categorie van vliegend personeel waarop specifieke collectieve arbeidsovereenkomsten van toepassing zijn.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 octobre 2003 concernant l'octroi d'une prime pour travail en horaires variables en équipes successives, art. 1er à 8 (en vigueur le 1er janvier 2004, durée indéterminée) · dépôt 69023/CO/315.02 · A.R. publié au M.B. du 05/08/2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 juin 2004 · gelezen op 2026-09-05

De werknemers die op 31 december van het lopend kalenderjaar ten minste 5, 10, 15, 20 of 25 jaar anciënniteit tellen in de onderneming, hebben vanaf het daaropvolgende kalenderjaar jaarlijks recht op respectievelijk 1, 2, 3, 4 of 5 bijkomende vakantiedagen, voor zover op bedrijfsniveau geen conventioneel verlof van ten minste hetzelfde aantal dagen wordt toegekend. In afwijking daarvan heeft de werknemer die wegens beperkte anciënniteit nog geen recht heeft op de 5 bijkomende vakantiedagen, recht op één bijkomende vakantiedag vanaf het kalenderjaar waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt, en op een tweede vanaf het kalenderjaar waarin hij 60 jaar bereikt; dat recht houdt op te bestaan vanaf het kalenderjaar waarin hij recht heeft op de 5 bijkomende vakantiedagen, en er moet steeds gekeken worden naar het maximum aantal anciënniteitsdagen van de meest gunstige regeling die van toepassing is, sectoraal dan wel conventioneel op ondernemingsvlak. Die bepalingen kunnen geen gunstigere bedrijfsbepalingen vervangen. De werkgever betaalt die bijkomende vakantiedagen op basis van de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 12 janvier 2026 concernant le congé d'ancienneté, art. 3, qui remplace l'art. 3 de la CCT du 11 juillet 2019 relative au congé d'ancienneté (dépôt 153154/CO/315.02) ; en vigueur le 1er janvier 2026, durée indéterminée · dépôt 197603/CO/315.02 · avis de dépôt M.B. du 12 février 2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 août 2026 · gelezen op 2026-09-05

Paritair comité 315 : de andere comités

PC 315.02 is een onderafdeling van paritair comité 315. Dezelfde familie telt:

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 315.02

Comités in dezelfde familie