PC 328.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET STADS- EN STREEKVERVOER VAN HET VLAAMSE GEWEST
Geen sectoraal barema toegepast
PC 328.01 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.
De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.
Wat de loonbrief berekent
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het minimumloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de maaltijdcheques
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET STADS- EN STREEKVERVOER VAN HET VLAAMSE GEWEST
- Registercode : 3280100
- Onder comité PC 328
- Statuten : arbeiders en bedienden
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Dit paritair comité stelt geen wekelijkse arbeidsduur vast voor zijn hele toepassingsgebied. Neem de 38 uur van een model niet zomaar over: lees hieronder wat het comité wél schrijft.
Gelet op de arbeidswet van 16 maart 1971, gewijzigd door de wet van 4 december 1998 tot omzetting van sommige bepalingen van de richtlijn 93/104/EG van 23 november 1993 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd, wordt, gelet op de wettelijke bepalingen terzake, overeengekomen dat de bestaande regeling van minimale rusttijd tussen dagprestaties behouden blijft op 8 uren. Plaatselijke overeenkomsten blijven gerespecteerd. De dagelijkse rust van deze sector bedraagt dus 8 uur en niet de 11 uur die artikel 38ter, § 1 van de arbeidswet van 16 maart 1971 elders oplegt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 septembre 1999 relative au repos de nuit / Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 september 1999 inzake de nachtrust, art. 1er et 2 — entrée en vigueur le 27 décembre 1998, date d'entrée en vigueur de la loi du 4 décembre 1998, pour une durée d'un an, RECONDUITE TACITEMENT sauf dénonciation moyennant un préavis de trois mois. Le texte français est celui que l'arrêté royal publie en annexe au Moniteur belge : le PDF de dépôt n'existe qu'en néerlandais et son océrisation est lacunaire. · dépôt 54062/CO/328.01 · NUMAC 2003200174 · M.B. du 12 juin 2003, p. 31827 · avis de dépôt au M.B. du 21 avril 2000, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 28 février 2003 · gelezen op 2026-09-06
Uitsluitend werkgevers die lid zijn van de Belgische Vereniging voor Gemeenschappelijk Stads- en Streekvervoer, en met uitzondering van de directeuren, de afdelingshoofden, de bedienden klasse 13 en hoger en de jobstudenten — het stelsel van de hitte-uren wordt vervangen door een jaarlijks forfaitair aantal verlofuren. Elke werknemer die onder dat toepassingsgebied valt en die op 1 januari van het jaar van toekenning in dienst is, heeft recht op 11 uur en 6 minuten ARAB-verlof. Dat verlof wordt toegekend ongeacht het tewerkstellingsregime, een wijziging ervan of het verlaten van de onderneming in de loop van het kalenderjaar. De werknemer neemt het op in dagen, halve dagen, uren of minuten ; hij vraagt het aan op de manier die gebruikelijk is voor de aanvraag van verlof, en de aanvraag dient te worden goedgekeurd door zijn leidinggevende. In principe neemt hij het verlof op in het jaar van toekenning ; overdracht van niet-opgenomen ARAB-verlof is mogelijk tot en met 30 juni van het volgende jaar.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 février 2016 instaurant un congé RGPT / Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 februari 2016 betreffende de invoering van ARAB-verlof, art. 1er à 3 et art. 5 — prise en exécution du point 4 de l'accord de médiation du 29 janvier 2016 conclu au sein de la sous-commission paritaire ; durée indéterminée, en vigueur à la date de sa signature, dénonçable en tout ou en partie moyennant un préavis de trois mois · dépôt 133135/CO/328.01 · avis de dépôt au M.B. du 16 juin 2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 mars 2017, M.B. du 20 avril 2017 · gelezen op 2026-09-06
Het recht op deconnectie waarborgt de werknemer de eerbiediging van zijn rusttijden en zijn verlof, alsook de eerbiediging van zijn privé- en familieleven : het is het recht om niet bereikbaar te zijn, geen e-mails, telefoonoproepen of werkgerelateerde berichten te ontvangen en te beantwoorden buiten de overeengekomen uren van bereikbaarheid. Beantwoordt de werknemer een dergelijke communicatie niet, dan zal hij niet worden gesanctioneerd. In principe moet hij buiten de normale werkuren of buiten de bereikbaarheidsuren zoals afgesproken in het kader van structureel telewerk niet bereikbaar zijn ; de werknemer die van wacht is, moet bereikbaar zijn volgens de afspraken die daarover werden gemaakt. Omdat de werkgever continu diensten voor de reizigers verzekert, kan het noodzakelijk zijn dat sommige werknemers buiten de werktijden worden gecontacteerd. Alle werkgerelateerde telecommunicatie gebeurt minstens via de digitale kanalen verbonden aan en ontsloten via de professionele account van de werknemer, of via het mobiele telefoonnummer dat de werkgever ter beschikking stelt of waarvoor hij een tussenkomst betaalt ; de werkgever verplicht de werknemer niet kanalen te volgen met een eerder privaat karakter. De partijen raden aan het statuut buiten het uurrooster op offline te zetten en de meldingen uit te schakelen, tijdens de middagpauze te deconnecteren, geen vergaderingen over de middag in te plannen, tijdens vakantiedagen een out-of-office in te stellen en de digitale agenda up-to-date te houden, en zij raden af professionele communicatie buiten de werkuren te versturen. De naleving van de overeenkomst wordt minstens één keer per jaar geagendeerd in het comité voor preventie en bescherming op het werk.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 mars 2023 relative au droit à la déconnexion / Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 maart 2023 over het recht op deconnectie, art. 1er à 7 — conclue en application des art. 16 à 17/2 de la loi du 26 mars 2018 relative au renforcement de la croissance économique et de la cohésion sociale, telle que modifiée par la loi du 3 octobre 2022 portant des dispositions diverses relatives au travail ; durée indéterminée, en vigueur à la date de sa conclusion, dénonçable moyennant un préavis de trois mois. Elle vise tous les employeurs de la sous-commission et tous les travailleurs à leur service, salariés et appointés liés par un contrat de travail. · dépôt 179043/CO/328.01 · avis de dépôt au M.B. du 25 mai 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 juillet 2023, M.B. du 9 octobre 2023 · gelezen op 2026-09-06
Paritair comité 328 : de andere comités
PC 328.01 is een onderafdeling van paritair comité 328. Dezelfde familie telt: