mijnloonbrief.be

DmfA derde kwartaal 2026: deadline 31 oktober

Gepubliceerd op 6 september 2026

In het kort : Voor het derde kwartaal 2026 (juli, augustus, september) moet de DmfA-aangifte uiterlijk op 31 oktober 2026 bij de RSZ zijn, en op diezelfde dag moeten ook de bijdragen betaald zijn. Twee aparte verplichtingen, twee aparte sancties: een forfaitaire vergoeding voor een laattijdige aangifte, 10 % bijdrageopslag en 7 % verwijlintrest per jaar voor een laattijdige betaling. (RSZ, administratieve instructies 2026/3.)

Juli, augustus, september: het derde kwartaal loopt af op 30 september 2026. Vanaf dan heeft een Belgische werkgever precies één maand om zijn DmfA in te dienen en zijn bijdragen te betalen. Allebei vervallen ze op 31 oktober 2026.

Twee aparte verplichtingen, één datum

De RSZ behandelt de aangifte en de betaling als twee losse verplichtingen. Ze vallen op dezelfde dag, maar ze worden anders gesanctioneerd, en de ene in orde brengen dekt de andere niet.

De administratieve instructies 2026/3 zetten het in twee verschillende hoofdstukken. Voor de aangifte: binnen de maand na het kwartaal waarop de aangifte betrekking heeft, stuurt de werkgever of zijn mandataris de aangifte door aan de RSZ. Voor de betaling: de bijdragen moeten uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal bij de RSZ zijn.

De vier data zijn aan beide kanten dezelfde:

  • 1e kwartaal: 30 april
  • 2e kwartaal: 31 juli
  • 3e kwartaal: 31 oktober
  • 4e kwartaal: 31 januari

Laattijdige DmfA-aangifte: een forfaitaire vergoeding van 495,79 EUR

De werkgever die zijn aangifte niet doorstuurt uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op een kwartaal, is een forfaitaire vergoeding van 495,79 EUR verschuldigd. Dat bedrag wordt vermeerderd met 247,89 EUR per schijf van 24.789,35 EUR aan bijdragen boven de 49.578,70 EUR.

Wie twee of drie mensen tewerkstelt, blijft dus bij het basisbedrag: pas kwartaalbijdragen boven 49.578,70 EUR brengen de bijkomende schijven op gang.

Daarnaast bestaat een tweede vergoeding, van een andere aard. Wanneer de RSZ een ontbrekende, onvolledige of onjuiste aangifte ambtshalve opmaakt of rechtzet na een tussenkomst van zijn diensten of van de Sociale Inspectie, is de werkgever 50,00 EUR verschuldigd, verhoogd met 4,00 EUR per ontbrekende tewerkstellingslijn of per lijn waarvoor het in aanmerking te nemen loon is gewijzigd.

Onvolledig en onjuist zijn geen losse inschattingen: de instructies drukken ze in cijfers uit. Een aangifte is onvolledig als er zes maanden na het einde van het kwartaal tewerkstellingslijnen ontbreken voor minstens 5 % van de natuurlijke personen in de aangifte. Ze is onjuist als op datzelfde moment de ontbrekende loonelementen minstens 5 % van de aangegeven loonmassa vertegenwoordigen.

Laattijdige betaling: 10 % bijdrageopslag en 7 % verwijlintrest

Een late betaling wordt anders bestraft. De RSZ rekent een bijdrageopslag aan gelijk aan 10 % van het bedrag dat niet binnen de wettelijke termijn is betaald, plus een verwijlintrest van 7 % per jaar die loopt vanaf het verstrijken van de wettelijke termijn tot op de dag van de betaling.

Voor de kas maakt dat verschil. De intrest loopt dag na dag, dus drie dagen te laat kost drie dagen intrest. De opslag van 10 % is daarentegen verschuldigd zodra de termijn verstreken is: die wordt niet kleiner omdat er op 3 november betaald werd in plaats van in december.

Wanneer de RSZ afziet van de sanctie

Voor een eenmalige vertraging bestaat er een uitweg, en die werkt aan de twee kanten niet gelijk.

Voor de aangifte rekent de RSZ de forfaitaire vergoeding niet aan als de kwartaalaangifte doorgestuurd wordt vóór het einde van de tweede maand die volgt op het kwartaal, en als de vorige aangiften gewoonlijk binnen de wettelijke termijn zijn doorgestuurd. De instructies voegen er een zin aan toe die geld waard is: de werkgever hoeft daarvoor geen aanvraag in te dienen.

Voor de betaling is de opbouw dezelfde, de afloop niet. Worden de bijdragen betaald vóór het einde van de tweede maand die volgt op het kwartaal, en betaalde de werkgever de vorige kwartalen gewoonlijk op tijd, dan kan de RSZ afzien van de bijdrageopslagen en de verwijlintresten. Kan, niet moet: de werkgever moet daarvoor een aanvraag indienen bij de cel Afbetalingsplannen van de directie Inning.

Kort gezegd: een aangifte die in de tweede maand ingehaald wordt, regelt zichzelf; een betaling die in de tweede maand ingehaald wordt, vraagt een stap en een beslissing.

Maandelijkse voorschotten: de grens ligt op 4.000 EUR

Veel zeer kleine werkgevers betalen hun bijdragen in één keer, zonder maandelijkse voorschotten, en vragen zich af of dat wel klopt. De regel hangt aan één grensbedrag, en dat staat er zwart op wit.

Bedroeg het totaal van de bijdragen voor het voorlaatste kwartaal (t-2) niet meer dan 4.000 EUR, dan is de werkgever voor het lopende kwartaal geen voorschotten verschuldigd: de bijdragen mogen in één storting betaald worden.

Daarboven, of wanneer de werkgever voor t-2 geen bijdragen verschuldigd was, zijn er wel voorschotten. Gaat het om forfaitaire voorschotten, dan bedraagt het forfait 450,00 EUR, en 700,00 EUR voor werkgevers die onder het paritair comité voor het bouwbedrijf vallen, enkel voor hun arbeiders.

Het juiste bedrag hoeft niet zelf berekend te worden: de RSZ berekent het en deelt het mee aan de werkgever of aan zijn sociaal secretariaat, met een gestructureerde mededeling die alleen voor die betaling dient.

Wat niet verandert: DmfA is geen Dimona en geen bedrijfsvoorheffing

De DmfA is niet de Dimona. Een Dimona gebeurt bij elke indiensttreding en elke uitdiensttreding; de DmfA is driemaandelijks en vat de lonen en de arbeidstijd samen. In orde zijn met Dimona ontslaat van niets op 31 oktober.

De DmfA is evenmin de bedrijfsvoorheffing. De bedrijfsvoorheffing is een belasting, die volgens een eigen kalender naar de FOD Financiën gaat; de bijdragen gaan naar de RSZ. Twee bestemmelingen, twee vervaldagen, twee sanctieregelingen.

Tot slot ligt een ingediende aangifte niet vast. Binnen de verjaringstermijn kan de werkgever er nog wijzigingen in aanbrengen, en de RSZ kan van zijn kant de geregistreerde aangiften nakijken en aanpassen. Het overzicht van de te betalen bijdragen al ontvangen hebben, sluit een verbetering niet uit.

De bedragen en termijnen hierboven komen uit de administratieve instructies RSZ 2026/3. Instructies wijzigen van kwartaal tot kwartaal: lees voor een concreet dossier altijd de versie die op dat moment geldt, via de links hieronder.

Moet u een loonbrief opmaken? Maak in drie stappen een conforme Belgische loonbrief — de eerste van elke maand is gratis, zonder kaart.

Bronnen

Lees ook

Alle artikels van JOBFLITS