mijnloonbrief.be

Feestdagen 2027: drie vervangingsdagen vastleggen

Gepubliceerd op 12 september 2026

In het kort : In 2027 vallen drie wettelijke feestdagen op een dag waarop in een week van maandag tot vrijdag gewoonlijk niet gewerkt wordt: 1 mei (zaterdag), 15 augustus (zondag) en 25 december (zaterdag). Elk daarvan moet vervangen worden door een gewone activiteitsdag. Zonder beslissing is dat de eerste gewone activiteitsdag die erop volgt. De werkgever hangt het bericht vóór 15 december 2026 uit.

Drie van de tien wettelijke feestdagen van 2027 vallen op een dag waarop in de meeste ondernemingen niet gewerkt wordt. Elk daarvan geeft recht op een vervangingsdag, en die beslissing bereidt u dit najaar voor — niet in december.

De tien wettelijke feestdagen, en de drie die in 2027 wringen

De wet voorziet tien feestdagen per jaar waarop de werknemer niet tewerkgesteld mag worden en die de werkgever moet betalen, ook al worden ze niet gepresteerd. Het is een gesloten lijst, dezelfde voor de hele privésector.

Zeven ervan hebben een vaste datum. Drie zijn beweeglijk: Paasmaandag en Pinkstermaandag vallen altijd op een maandag, Hemelvaartsdag altijd op een donderdag. In een week van maandag tot vrijdag stelt de vraag naar vervanging zich voor die drie dus nooit.

Voor 2027 stelt de vraag zich bij de feestdagen met een vaste datum. 1 januari is een vrijdag, 21 juli een woensdag, 1 november een maandag en 11 november een donderdag: daar hoeft niets te gebeuren. Blijven over: 1 mei, dat op een zaterdag valt, 15 augustus, dat op een zondag valt, en 25 december, opnieuw een zaterdag.

  • 1 januari, Paasmaandag, 1 mei (Feest van de arbeid), Hemelvaartsdag, Pinkstermaandag
  • 21 juli (nationale feestdag), 15 augustus (Tenhemelopneming), 1 november (Allerheiligen)
  • 11 november (Wapenstilstand), 25 december (Kerstmis)

Gewone inactiviteitsdag: het begrip dat alles beslist

Niet de zaterdag of de zondag als zodanig zet de vervanging in gang, wel het feit dat de feestdag valt op een dag waarop volgens de arbeidsregeling van de onderneming normaal niet gewerkt wordt. Een feestdag die met een zondag samenvalt, moet altijd vervangen worden.

In een onderneming waar de prestaties over vijf dagen gespreid zijn, is dat meestal de zaterdag. Feestdagen die op een zaterdag vallen, moeten dan vervangen worden door een dag waarop normaal gepresteerd wordt.

Die gewone inactiviteitsdag is niet noodzakelijk voor iedereen dezelfde. Bestaan er meerdere voltijdse arbeidsregelingen naast elkaar, dan redeneert u per regeling: een werknemer die van maandag tot vrijdag werkt kan recht hebben op een vervangingsdag voor een feestdag op zaterdag, terwijl een collega in dezelfde onderneming die de zaterdag presteert dat recht niet heeft.

In een vierdagenweek zijn er naast de zondag twee gewone inactiviteitsdagen, en dus meer dagen te vervangen. In een zesdagenregeling moeten enkel de feestdagen vervangen worden die met een zondag samenvallen. Draait de onderneming zeven dagen op zeven, dan is er voor de onderneming geen gewone inactiviteitsdag: de rustdag van de werknemer neemt die rol over.

Wie legt de vervangingsdag vast: een trapsgewijze volgorde

De beslissing begint niet bij de werkgever. Ze zakt van trede naar trede, en u komt pas op de volgende trede als de hogere niets beslist heeft.

De eerste trede is het paritair comité of subcomité, dat de vervangingsdagen kan vastleggen voor alle of voor een deel van de ondernemingen onder zijn bevoegdheid. Doet het dat, dan moet de federale Minister bevoegd voor Werk daarvan vóór 1 oktober van het voorafgaande jaar in kennis gesteld worden. Die datum maakt dit onderwerp half september actueel: vóór u zelf iets beslist, moet u weten of uw sector het al gedaan heeft.

Daarna volgen de ondernemingsraad, een akkoord op ondernemingsvlak tussen werkgever en syndicale afvaardiging, en — bij gebrek aan afvaardiging of aan akkoord met haar — een akkoord dat rechtstreeks met de werknemers gesloten wordt. In een onderneming met drie mensen zonder overlegorgaan is dat laatste niveau in de praktijk het uwe, naast het individuele akkoord.

Het blijft altijd mogelijk overeen te komen dat de werknemer de vervangingsdag zelf kiest, net als een dag jaarlijkse vakantie.

  • Paritair comité of subcomité — de federale Minister van Werk wordt vóór 1 oktober van het voorafgaande jaar ingelicht
  • Ondernemingsraad
  • Akkoord tussen werkgever en syndicale afvaardiging
  • Akkoord rechtstreeks met de werknemers
  • Individueel akkoord tussen werkgever en werknemer

Beslist u niets, dan beslist de wet in uw plaats

Niets doen laat de vervangingsdag niet verdwijnen. Werd op geen enkel niveau een dag vastgelegd, dan wordt de feestdag vervangen door de eerste gewone activiteitsdag die in de onderneming op die feestdag volgt.

Concreet: voor 25 december 2027, een zaterdag, ligt de vervangingsdag bij gebrek aan beslissing ná die zaterdag in een onderneming die van maandag tot vrijdag open is, niet ervóór. Dat is zelden de dag die u zelf gekozen zou hebben, en het is de enige reden waarom beslissen de moeite loont.

De vervangingsdag verwerft de hoedanigheid van feestdag: die dag wordt betaald en niet gepresteerd, terwijl de vervangen feestdag die hoedanigheid verliest. Het aantal uren dat die dag gepresteerd zou zijn, speelt geen rol.

Het bericht dat vóór 15 december 2026 uithangt

De werkgever moet vóór 15 december van het voorafgaande jaar in de lokalen van zijn onderneming een bericht aanplakken met de vervangingsdagen van de feestdagen die met een zondag of een gewone inactiviteitsdag samenvallen.

Voor 2027 betekent dat: vóór 15 december 2026. Het gaat om een bekendmakingsplicht, los van de beslissing zelf. Beslissen zonder aan te plakken volstaat niet, en aanplakken herstelt geen beslissing die nooit genomen werd.

Wat niet verandert, en drie verwarringen om weg te nemen

Een vervangingsdag is geen dag jaarlijkse vakantie. Hij wordt aangerekend op de tien wettelijke feestdagen, niet op de vakantiedagen of op het vakantiegeld dat daarbij hoort.

Een vervangingsdag is evenmin inhaalrust. Inhaalrust betreft de werknemer die effectief op een feestdag gewerkt heeft, wanneer zondagsarbeid door of krachtens de Arbeidswet van 16 maart 1971 toegestaan is. De vervangingsdag betreft een feestdag die niemand gepresteerd heeft, omdat hij op een gewoonlijk niet gewerkte dag viel.

Ten slotte is een sectorale substitutiedag geen vervangingsdag. Sommige bedrijfstakken verplaatsen een feestdag naar een andere datum: in de staalindustrie (PC 104) vervangt Sint-Elooi op 1 december de 11de november. Dat is een sectorregel, los van de kalender van het jaar.

De wet viseert de privésector. Ze geldt niet voor de openbare sector, behalve voor instellingen met een industriële of commerciële activiteit en voor instellingen die gezondheidszorg, profylaxe of hygiëne verstrekken. Werknemers met een PWA-contract ontsnappen aan de regels inzake vervanging en betaling van feestdagen.

Waar u de tekst leest, en waarom dat loont

De FOD Werkgelegenheid publiceert de volledige regeling en twee tabellen: die van de beslissingen van de paritaire organen over vervangingsdagen, en die van de koninklijke besluiten die voor bepaalde bedrijfstakken feestdagen op andere data vastleggen.

Die tweede tabel wordt het vaakst vergeten. Staat uw paritair comité erin, dan stelt de vraag naar de vervangingsdag zich al niet meer in dezelfde bewoordingen, en zou een interne beslissing geen stand houden.

Moet u een loonbrief opmaken? Maak in drie stappen een conforme Belgische loonbrief — de eerste van elke maand is gratis, zonder kaart.

Bronnen

Lees ook

Alle artikels van JOBFLITS