Jonge werknemers: geen bedrijfsvoorheffing in het laatste kwartaal
Gepubliceerd op 9 september 2026
In het kort : Er is geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd op het loon dat in oktober, november of december wordt betaald aan een jonge werknemer wiens arbeidsovereenkomst tijdens diezelfde maanden aanvangt, op voorwaarde dat het loon niet meer dan 5.000 EUR bruto per maand bedraagt en dat hij voldoet aan de voorwaarden 1° tot 3° van artikel 36, § 1, van het KB van 25 november 1991. De RSZ-bijdragen blijven verschuldigd.
U werft iemand aan die net van school komt, en zijn overeenkomst begint in oktober, november of december. Op die maanden houdt u geen bedrijfsvoorheffing in op zijn loon. Dat hoeft u nergens aan te vragen: het staat in bijlage III bij het KB/WIB 92 en het geldt zodra drie voorwaarden samen vervuld zijn.
Drie voorwaarden, en ze gelden samen
De tekst is nr. 72 van bijlage III bij het KB/WIB 92, in de versie die geldt vanaf 1 januari 2026. Hij bepaalt dat er geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd is op de bezoldigingen die tijdens de maanden oktober, november of december aan jonge werknemers worden betaald of toegekend.
De drie voorwaarden zijn cumulatief. Geen enkele daarvan kan achteraf nog worden rechtgezet.
- de werknemer voldoet aan de voorwaarden van artikel 36, § 1, eerste lid, 1° tot 3°, van het KB van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
- zijn tewerkstelling in het kader van een arbeidsovereenkomst vangt aan tijdens de maanden oktober, november of december;
- het loon bedraagt niet meer dan 5.000 EUR bruto per maand.
De beslissende datum is de start van de overeenkomst
De tekst vraagt een tewerkstelling die aanvangt tijdens de genoemde maanden. Een overeenkomst die in september is begonnen, opent het recht niet, ook al valt de eerste loonbetaling in oktober.
De vrijstelling geldt bovendien alleen voor het loon dat tijdens die drie maanden wordt betaald of toegekend. Vanaf januari berekent u de bedrijfsvoorheffing weer volgens de gewone regels, zonder dat u iets moet aanvragen of melden.
5.000 EUR is bruto per maand, geen nettoloon en geen loonkost
De grens slaat op het brutobedrag van het maandloon. Het is dus niet het nettoloon dat de werknemer ontvangt, niet de loonkost inclusief werkgeversbijdragen, en geen jaarbedrag.
Het is het enige cijfer in de tekst, en het wordt maand per maand beoordeeld: nr. 72 voorziet geen herrekening pro rata en geen gemiddelde over het kwartaal.
Wie hier « jonge werknemer » is: 1° tot 3°, en niet verder
De fiscale verwijzing is nauwkeurig: artikel 36, § 1, eerste lid, 1° tot 3°. Dat zijn de eerste drie toegangsvoorwaarden voor de inschakelingsuitkering, en alleen die.
Hier gaat het vaakst iets mis. De voorwaarden 4° tot 7° van datzelfde artikel — een beroepsinschakelingstijd van 156 dagen doorlopen hebben, jonger dan 25 jaar zijn op het ogenblik van de uitkeringsaanvraag, twee positieve evaluaties behaald hebben, nog niet eerder tot werkloosheidsuitkeringen toegelaten zijn — vallen buiten die verwijzing. Voor de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing moet uw nieuwe medewerker dus geen beroepsinschakelingstijd achter de rug hebben en niets bij de RVA aanvragen.
- 1° niet meer onderworpen zijn aan de leerplicht;
- 2° aantonen dat hij in België een diploma van het hoger secundair onderwijs behaalde, een alternerende opleiding integraal en met succes voleindigde, of een als gelijkwaardig erkend bewijsstuk bezit;
- 3° een einde gemaakt hebben aan de activiteiten die het studie-, leer- of opleidingsprogramma oplegt.
Wat niet verandert: bijdragen, Dimona en de belasting zelf
Bijlage III bij het KB/WIB 92 regelt een fiscale inhouding, meer niet. De socialezekerheidsbijdragen op dat loon volgen hun eigen regels en blijven verschuldigd; Dimona en DmfA verlopen zoals bij elke andere aanwerving.
Een vrijstelling van bedrijfsvoorheffing is trouwens geen belastingvrijstelling. Het loon blijft een belastbaar inkomen van de werknemer: nr. 72 schrapt het voorschot aan de bron, niet de belasting. Wie in november start, verdient over het kalenderjaar weinig, en de ingehouden voorheffing zou hem hoe dan ook veel later zijn terugbetaald.
Bij ziekte volgt de vrijstelling het loon
Nr. 78.3.4, 3° van dezelfde bijlage bepaalt dat er evenmin bedrijfsvoorheffing verschuldigd is op de uitkeringen bij ziekte of invaliditeit die aan deze jonge werknemers worden betaald, voor zover het loon dat zij vervangen aan de voorwaarden van nr. 72 voldoet.
Een arbeidsongeschiktheid in november doet de inhouding op het vervangen gedeelte dus niet terugkeren.
Niet verwarren met de vrijstelling voor studenten
Vlak vóór nr. 72 staat in dezelfde bijlage Afdeling 10 over studenten. Die viseert een heel ander geval: een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten in de zin van titel VII van de wet van 3 juli 1978, en aangegeven uren die krachtens artikel 17bis, § 1, van het KB van 28 november 1969 buiten de socialezekerheidsbijdragen vallen.
De twee vrijstellingen lijken alleen van ver op elkaar. Die voor studenten hangt vast aan een statuut en aan een urencontingent; die voor jonge werknemers aan de startmaand van de overeenkomst en aan een loongrens. Een pas afgestudeerde die in oktober met een gewone arbeidsovereenkomst begint, valt onder de tweede, nooit onder de eerste.
Waar u de tekst zelf leest
De FOD Financiën publiceert de berekeningsregels van de bedrijfsvoorheffing onder « Berekening », met één document per toepassingsjaar. Nr. 72 staat er in Afdeling 11 van het deel over de bijzondere regels.
De voorwaarden 1° tot 3° leest u in de gecoördineerde tekst van het KB van 25 november 1991 op Justel. Beide documenten zijn openbaar en gratis; zij zijn bepalend, niet de samenvatting die u hier gelezen hebt.
Moet u een loonbrief opmaken? Maak in drie stappen een conforme Belgische loonbrief — de eerste van elke maand is gratis, zonder kaart.
Bronnen
- SPF Finances — Calcul du précompte professionnel (Règles 1er janvier 2026, annexe III AR/CIR 92)
- FOD Financiën — Berekening bedrijfsvoorheffing (Regels 1 januari 2026)
- Justel — AR du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, article 36
- Justel — KB van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, artikel 36