Thuisladen bedrijfswagen: maximaal bedrag per kWh in Q4 2026
Gepubliceerd op 7 september 2026
In het kort : Van 1 oktober tot 31 december 2026 bedraagt het maximaal vast bedrag per kWh voor het thuisladen van een bedrijfswagen 32,25 eurocent in het Vlaamse Gewest, 36,88 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 37,79 in het Waalse Gewest. De FOD Financiën berekent dat op basis van het CREG-tarief. De RSZ aanvaardt dezelfde bedragen, maar volgt de regeling voorlopig slechts tot eind 2026.
Een werknemer laadt thuis de elektrische wagen op die u hem ter beschikking stelt, en u betaalt hem die elektriciteit terug. Sinds 2025 aanvaardt de fiscus dat u die terugbetaling berekent met een vast bedrag per kWh in plaats van met de werkelijke factuur van het gezin. Dat bedrag heeft een plafond, het wijzigt elk kwartaal, en het hangt af van het gewest waar de werknemer woont. De cijfers voor het vierde kwartaal 2026 zijn gepubliceerd.
De bedragen voor het vierde kwartaal 2026, per gewest
Het maximaal vast bedrag per kWh dat geldt van 1 oktober tot en met 31 december 2026 wordt gepubliceerd door de CREG, die het door de FOD Financiën berekende cijfer overneemt:
- Vlaams Gewest: 32,25 eurocent per kWh
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 36,88 eurocent per kWh
- Waals Gewest: 37,79 eurocent per kWh
Wat het vorige kwartaal gaf, en wat de beweging betekent
In het derde kwartaal 2026 bedroegen dezelfde bedragen 32,22 eurocent in het Vlaamse Gewest, 37,19 eurocent in Brussel en 37,83 eurocent in het Waalse Gewest.
Het Vlaamse plafond stijgt dus met drie honderdsten van een cent, de twee andere zakken licht. Voor een werknemer die op een maand 200 kWh laadt, scheelt dat enkele tientallen centen tussen beide kwartalen. Niet het bedrag is hier het punt, wel dat u het moet aanpassen: een terugbetalingsschema dat op het cijfer van het vorige kwartaal blijft staan, is een verkeerd schema.
Niets verplicht u het maximum terug te betalen. Minder mag. Meer mag niet, zonder buiten de tolerantie te vallen.
Een rekenplafond, geen forfaitaire vergoeding
Het uitgangspunt blijft ongewijzigd: de terugbetaling moet slaan op de werkelijke elektriciteitskosten van de werknemer. De RSZ somt zelf op waarom die berekening in de praktijk onhaalbaar is: dag- en nachttarief, vast, variabel of dynamisch energiecontract, contractwijzigingen doorheen het jaar, zonnepanelen, thuisbatterij, capaciteitstarief.
Om daaraan tegemoet te komen, aanvaardt de FOD Financiën dat een vast bedrag per kWh dient om die werkelijke kosten te berekenen, en dat enkel op voorwaarde dat het bedrag het CREG-tarief niet overschrijdt. Het forfait is dus een aanvaarde rekenwijze, geen enveloppe die u uitdeelt.
Het verschil is concreet: het bedrag wordt vermenigvuldigd met de kWh die effectief voor de bedrijfswagen zijn geladen. Zonder gemeten kWh valt er niets te vermenigvuldigen.
Het gewest van de woonplaats telt, niet dat van de zetel
Het bedrag wordt per gewest bepaald aan de hand van de woonplaats van de werknemer, niet van de zetel van de onderneming. Een Brusselse werkgever met een werknemer die in Vlaanderen woont, past het Vlaamse plafond toe.
Er bestaat een uitweg: u mag beslissen geen rekening te houden met het gewest en voor iedereen hetzelfde tarief te hanteren. Dan mag dat tarief het laagste van de drie voor het betrokken kwartaal niet overschrijden, voor het vierde kwartaal 2026 dus 32,25 eurocent per kWh.
Die keuze geldt niet per kwartaal, maar voor het volledige kalenderjaar. U wisselt dus niet van methode naargelang welke methode dat kwartaal het best uitkomt.
Waar het cijfer vandaan komt: het CREG-tarief, met vertraging
Het CREG-tarief is de maandelijkse gemiddelde commerciële all-inprijs van elektriciteit op de retailmarkt voor residentiële klanten, uitgedrukt in eurocent per kWh en berekend per gewest. All-in betekent alles inbegrepen: de energiekosten, de netkosten, de heffingen, de toeslagen en de btw.
De FOD Financiën neemt daarvan het gemiddelde over een referentieperiode van drie maanden die ongeveer een half jaar eerder ligt. De RSZ geeft de eerste twee voorbeelden: het eerste kwartaal van een jaar wordt berekend op augustus, september en oktober van het jaar ervoor; het tweede kwartaal op november en december van het jaar ervoor en januari van het lopende jaar.
Praktisch gevolg: het plafond van dit najaar weerspiegelt niet de elektriciteitsprijs van dit najaar, maar die van een half jaar eerder. Dat is bewust zo: het cijfer moet bekend zijn vóór het kwartaal begint. Het verklaart waarom een werknemer het plafond ver van zijn eigen factuur kan vinden liggen.
U moet kunnen aantonen dat die kWh van de wagen komen
Dit is de voorwaarde die het duurst uitvalt als u ze verwaarloost. De terugbetaling mag enkel slaan op de elektriciteit die thuis is gebruikt om de ter beschikking gestelde bedrijfswagen te laden. U moet dat verbruik dus duidelijk kunnen onderscheiden van het algemene verbruik van het gezin.
De RSZ verwacht een laadpaal met een communicatiesysteem dat het verbruik voor het laden van de bedrijfswagen aan de werkgever doorgeeft. Andere vormen worden aanvaard, op voorwaarde dat ze verifieerbaar zijn, bijvoorbeeld een tussenteller.
Voor elk systeem dat vanaf 1 januari 2025 nieuw wordt aangekocht, gehuurd of geleaset, is een elektriciteitsmeter vereist die aan de specifieke voorwaarden voldoet, voor terugbetalingen die slaan op de periode vanaf 1 januari 2025.
Kunt u dat onderscheid niet maken, dan staat de weg van het forfait per kWh niet open. De RSZ verwijst dan naar een kilometervergoeding, die de werkgever moet verantwoorden en realistisch moet houden: de bewijslast van de kosten en van de berekening ligt bij hem.
Wat niet verandert — en de datum die u moet opvolgen
Fiscaal is de maatregel stabiel. Circulaire 2025/C/38 heeft de tijdelijke toepassing van circulaire 2024/C/77 omgezet in een permanente toepassing: er is geen aangekondigde fiscale einddatum meer.
Op het vlak van de sociale zekerheid ligt dat anders. De RSZ heeft zich op de circulaire afgestemd en aanvaardt dezelfde bedragen, maar zijn administratieve instructies 2026/3 stellen dat hij de nieuwe regeling voorlopig slechts tot eind 2026 toepast, en dat hij dat standpunt in 2026 opnieuw evalueert.
Met andere woorden: wat permanent is voor de belasting, is dat niet voor de bijdragen. Wie deze terugbetalingswijze in zijn car policy heeft opgenomen, heeft een reden om dat punt vóór januari 2027 opnieuw te bekijken, zonder er tot dan iets aan te veranderen.
Drie verwarringen die u beter opruimt
Deze drie keren steeds terug, en elk ervan kost geld of een rechtzetting:
- De terugbetaling van de elektriciteit is niet het voordeel van alle aard van de wagen. Het voordeel van de terbeschikkingstelling, en de solidariteitsbijdrage die daarbij hoort, volgen hun eigen regels: daar raakt dit niet aan.
- Het plafond is niet de prijs die uw werknemer betaalt. Het is een gewestelijk referentiegemiddelde. Betaalt hij meer, dan compenseert het forfait dat verschil niet. De weg van de werkelijke kosten blijft open, met de bewijslast die erbij hoort.
- Permanent voor de fiscus betekent niet permanent voor de RSZ. Beide administraties aanvaarden hetzelfde cijfer, maar niet voor dezelfde duur.
Waar u de cijfers leest, en waarom elk kwartaal opnieuw
De CREG publiceert de tabel met de bedragen op haar site, kwartaal per kwartaal, sinds het eerste kwartaal van 2025. Dat is de pagina die u opent zodra de vraag zich stelt.
De CREG meldt zelf dat er een afwijking kan bestaan tussen haar tabel en de bedragen in de circulaire, door de afrondingen in de verschillende stappen van de berekening. Bij verschil is de circulaire de referentie: de fiscale administratie deelt het bedrag elk kwartaal mee via een addendum bij circulaire 2024/C/77.
Vier keer per jaar, dus vier keer één regel die u in uw terugbetalingsschema aanpast. Dat is weinig werk, en precies het soort afspraak dat tussen de mazen valt.
Moet u een loonbrief opmaken? Maak in drie stappen een conforme Belgische loonbrief — de eerste van elke maand is gratis, zonder kaart.
Bronnen
- CREG — Tarif CREG pour le remboursement de la recharge à domicile des voitures de société
- CREG — CREG-tarief voor terugbetaling thuisladen bedrijfswagens
- ONSS — Instructions administratives 2026/3, remboursement des frais d'électricité pour la recharge à domicile d'une voiture d'entreprise
- RSZ — Administratieve instructies 2026/3, terugbetaling van elektriciteitskosten voor het thuisladen van een bedrijfswagen