Thuiswerkvergoeding: 164,21 EUR vanaf 1 september 2026
Gepubliceerd op 8 september 2026
In het kort : Sinds 1 september 2026 mag een Belgische werkgever maximaal 164,21 EUR per maand aan kantoorkosten terugbetalen aan een werknemer die structureel en regelmatig thuiswerkt, tegenover 160,99 EUR tot 31 augustus 2026. Het is een maximum, geen verplichting: een lager bedrag mag, en het wordt niet geproratiseerd bij deeltijds werk. (RSZ, administratieve instructies 2026/3.)
Wie een deel van zijn week thuis werkt, verbruikt eigen verwarming, eigen elektriciteit en een eigen hoek van de tafel. De RSZ aanvaardt dat de werkgever die kosten forfaitair terugbetaalt, zonder dat het bedrag loon wordt. Dat forfait is net verhoogd.
Wat verandert op 1 september 2026: 160,99 wordt 164,21 EUR
De administratieve instructies van de RSZ voor het derde kwartaal van 2026 brengen de forfaitaire kantoorvergoeding van 160,99 EUR naar 164,21 EUR per maand, vanaf 1 september 2026.
De forfaittabel en het hoofdstuk « Vergoeding voor thuiswerk » zeggen hetzelfde, in beide taalversies van de RSZ-site. Voor de maanden daarvoor blijft 160,99 EUR gelden: voor augustus 2026 is dat nog altijd het maximum.
Verder verandert er in dat hoofdstuk niets. De twee bijkomende vergoedingen en de toekenningsvoorwaarden blijven dezelfde.
Wie er recht op heeft: het equivalent van één werkdag per week
De RSZ heeft het niet over telewerk in de brede zin, maar over thuiswerk: werk dat de werknemer in zijn eigen private lokalen doet en dat evengoed op de werkvloer van de werkgever had kunnen gebeuren, op normale werkdagen en tijdens normale werkuren.
De vergoeding is bedoeld voor wie dat structureel en op regelmatige basis doet, tijdens een substantieel deel van zijn arbeidstijd. De RSZ zet daar een cijfer op: het equivalent van één werkdag per week, zowel voltijds als deeltijds.
Op maandbasis kan dat equivalent op verschillende manieren georganiseerd worden:
- 1 kalenderdag per week
- 2 halve werkdagen per week
- 2 uur per dag in een vijfdagenweek
- 1 week per maand
Een maximum, en geen proratisering
164,21 EUR is een plafond. De werkgever mag minder toekennen: dat is zijn keuze, en de RSZ schrijft het uitdrukkelijk.
Het tweede punt wordt vaker gemist: het bedrag moet niet geproratiseerd worden bij deeltijdse prestaties. Een halftijdse werknemer die het equivalent van één dag per week thuis werkt, opent hetzelfde maximum als een voltijdse collega.
Let wel op wat dit forfait is. Het is geen premie en geen recht dat de werknemer op deze basis kan opeisen: het is het bedrag dat de RSZ aanvaardt als terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever, dus buiten het loonbegrip, wanneer de voorwaarden vervuld zijn.
Wat er nog bij kan: internet, computer, scherm
Naast de kantoorkosten aanvaardt de RSZ twee bijkomende vergoedingen. Hun onderlinge verhouding leest u het best traag.
De eerste is combineerbaar met de tweede, maar die tweede bestaat in twee versies die elkaar uitsluiten:
- maximaal 20,00 EUR per maand voor het professioneel gebruik van een privé-internetaansluiting en -abonnement;
- EN maximaal 20,00 EUR per maand voor het professioneel gebruik van een privécomputer met randapparatuur;
- OF, zonder privécomputer, maximaal 10,00 EUR per maand voor een eigen tweede beeldscherm, printer en/of scanner — 5,00 EUR per toestel, gedurende hoogstens drie jaar.
De 10 %-regel dooft uit sinds 2022
Eén verwarring keert steeds terug: de oude vergoeding van 10 % van het brutoloon dat betrekking heeft op de telewerkdagen, voor telewerkers in de zin van cao nr. 85.
Die regeling dooft uit vanaf 1 juni 2022. Sinds die datum kan niemand er nog instappen. Wie er vóór die datum al in zat, mag ze verder toepassen, maar op één uitdrukkelijke voorwaarde: dat er niets aan de overeenkomst wijzigt en dat het aandeel telewerk niet groter wordt.
Een werkgever die het onderwerp vandaag ontdekt, heeft dus maar één weg: het kantoorforfait.
Wat niet verandert, en twee verwarringen die u beter opruimt
De definitie verandert niet: normale werkdagen, normale werkuren, private lokalen van de werknemer. Ook de 20 EUR internet, de 20 EUR computer en de 10 EUR voor scherm of printer blijven gelijk.
Eerste verwarring: forfait tegenover werkelijke kosten. Het forfait spaart u het bewijs van elke uitgave, maar het stapelt niet op een terugbetaling van dezelfde kosten op stukken. U betaalt het bureau één keer terug, geen twee keer.
Tweede verwarring: RSZ en fiscus zijn twee administraties, maar hier geen twee regels. De RSZ schrijft dat hij op dit punt volledig de principes volgt van circulaire 2021/C/20, gepubliceerd op 26 februari 2021 door de FOD Financiën, en dat bij twijfel in eerste instantie naar die circulaire verwezen wordt.
Waar u het bedrag leest, en waarom u het opnieuw leest
Het bedrag staat in de administratieve instructies van de RSZ, die elk kwartaal opnieuw gepubliceerd worden. Daar leest u het, niet in een blogartikel — dit artikel inbegrepen.
De sprong van 160,99 naar 164,21 EUR midden in het jaar toont waarom: dit forfait beweegt, en het beweegt buiten 1 januari om. Wie deze terugbetaling doet, opent die pagina beter bij elke kwartaalwissel opnieuw.
Beide taalversies van die pagina, de Franse en de Nederlandse, zijn op 8 september 2026 geopend en stemmen overeen.
Moet u een loonbrief opmaken? Maak in drie stappen een conforme Belgische loonbrief — de eerste van elke maand is gratis, zonder kaart.
Bronnen
- ONSS — Instructions administratives 2026/3, la notion de rémunération : frais et indemnité pour travail à la maison
- RSZ — Administratieve instructies 2026/3, het loonbegrip: kosten en vergoeding voor thuiswerk