PC 106.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE CEMENTFABRIEKEN
Minimumloon dat wij toetsen
€ 22,14 per uur
PSC 106.01 (cementfabrieken, arbeiders): ondergrens van de 2de categorie — de laagste van de classificatie, want categorie 1 is geschrapt sinds de cao van 23/06/1993, algemeen verbindend verklaard bij KB van 21/09/2001 — bij een arbeidsduur van 36 uur per week. Ze wordt ELKE MAAND herrekend door art. 6 van de cao van 13/11/2017 (neerlegging 143439, KB van 17/08/2018): basisloon 17,8881 €/u × afgevlakte gezondheidsindex van de verlopen maand ÷ 110,53, met ingang van de eerste dag van de eerste betalingsperiode van de volgende maand. De categorieën 3 tot 7, A tot H en buiten categorie liggen hoger en worden niet gemodelleerd: deze ondergrens blokkeert het buitensporige, niet het onnauwkeurige. De databank van de FOD houdt dit barema niet meer bij sinds 01/10/2022; de bediende waarden zijn afgeleid uit de verbindende clausule en de door Statbel gepubliceerde indexcijfers.
Bron: CAO van 13 november 2017 betreffende de arbeids- en loonvoorwaarden (PSC 106.01 — Cementfabrieken), algemeen verbindend verklaard bij K.B. van 17/08/2018, B.S. 17/09/2018, art. 4 §§1-2 (basisloonschaal en verhoging van 0,13 €/u) en art. 6 (maandelijkse indexeringsformule) (neerlegging 143439) — van kracht op 2026-09-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de maaltijdcheques
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de tijdelijke werkloosheid
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE CEMENTFABRIEKEN
- Registercode : 1060100
- Onder comité PC 106
- Statuten : arbeiders
- Indexering : 01, 02, 03, 04, 05, 06, 07, 08, 09, 10, 11, 12 — laatst toegepast 2026-09-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 36 uur
Lager dan het wettelijke maximum van 38 uur. Een reglement dat 38 uur vermeldt, is voor dit comité onwettig.
Op 1 juli 1984 wordt de arbeidsduur tot 36 uur per week verminderd. Rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de sector, wordt deze arbeidsduurvermindering gerealiseerd door toekenning van compenserende rustdagen. De aanpassing van de lonen wordt, zoals bij de vorige arbeidsduurvermindering, op dezelfde elementen en op dezelfde wijze toegepast.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 juin 1983 « Utilisation de la modération salariale complémentaire pour l'emploi » / « Aanwending van de bijkomende loonmatiging voor de tewerkstelling », art. 3, sous l'intertitre « Réduction du temps de travail » / « Arbeidsduurvermindering » — conclue en exécution de l'art. 6 de l'A.R. n° 181 du 30 décembre 1982 (MB 18/01/1983) · texte lu EN IMAGE (PyMuPDF, zoom 420 dpi), le PDF du Moniteur n'ayant aucune couche de texte · NUMAC 1984012996, MB 14/01/1984 p. 442-443 (art. 3 en p. 443), références d'imprimé F. 84 — 84 / N. 84 — 84 · ⚠️ l'art. 6 de la convention lui donne effet au 1er janvier 1983 et la fait cesser le 1er janvier 1985 : l'arrêté a donc cessé ses effets à ce terme (art. 33, al. 1er, de la loi du 5 décembre 1968). Ce qui subsiste est la réduction opérée au 1er juillet 1984, tenue pour acquise sans interruption par tous les textes obligatoires postérieurs de la sous-commission, et jamais relevée par aucun, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 23 décembre 1983 · gelezen op 2026-09-05
Ploegenarbeid en nachtarbeid. De ploegenpremies worden uitgedrukt als percentage van een referteloon, gelijk aan het rekenkundig gemiddelde van de basisuurlonen van de categorieën 4 tot 7 en van B tot H. De percentages worden vastgesteld op 2 pct. voor de ochtendploeg, 5 pct. voor de namiddagploeg en 15 pct. voor de nachtploeg. Het percentage van 15 pct. Wordt eveneens toegepast voor de uren die 's nachts worden gepresteerd door werknemers die niet in ploegen werken. De aanpassingen aan het gezondheidsindexcijfer van de consumptieprijzen gebeuren twee keer per jaar, namelijk elk jaar op 1 januari en op 1 juli.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 juin 2026 « Conditions de salaire et de travail des travailleurs » / « Loon- en arbeidsvoorwaarden van de werknemers », chapitre 3, art. 7 et art. 8 — la règle est inchangée depuis la CCT du 23 juin 1993 (enregistrement 34142/CO/106.01, art. 5, A.R. du 31 mai 2001, NUMAC 2001012537, MB 03/10/2001), la catégorie H ayant été intégrée au salaire de référence au 1er janvier 2001 ; la version immédiatement antérieure, à ce jour la dernière rendue obligatoire, est l'art. 7 de la CCT du 13 novembre 2017, dépôt 143439/CO/106.01, A.R. du 17 août 2018, MB 17/09/2018 · dépôt 201158/CO/106.01 · dépôt le 02/07/2026, enregistrement le 17/08/2026 · art. 12, § 1er : effets au 1er janvier 2026, DURÉE INDÉTERMINÉE, remplace la CCT du 13 novembre 2017 (143439/CO/106.01) · ⚠️ à la date de lecture, NI arrêté royal NI avis de dépôt publié au Moniteur : la force obligatoire de l'art. 26 de la loi du 5 décembre 1968 n'a pas encore couru · gelezen op 2026-09-05
Recht op deconnectie — van toepassing op de werkgevers die ten minste 20 werknemers tewerkstellen, en met suppletief karakter : de overeenkomst geldt slechts in zoverre op bedrijfsvlak geen afwijkende regeling over deze materie is voorzien bij bedrijfs-CAO of in het arbeidsreglement. Buiten de op hen van toepassing zijnde uurroosters zijn de arbeiders niet verplicht bereikbaar te zijn voor de werkgever (leidinggevenden, collega's, ondergeschikten) : zij zijn niet verplicht werkgerelateerde e-mails, berichten, telefoongesprekken of andere vormen van communicatie te beantwoorden. Zij hebben het recht buiten de werkuren, in het weekend, op feest- en vakantiedagen, alsmede tijdens perioden van schorsing van hun arbeidsovereenkomst, te deconnecteren en zich los te koppelen van de professionele digitale informatie- en communicatiestroom. Leidinggevenden vermijden contact op te nemen met hun medewerkers buiten hun toepasselijke uurroosters, tenzij in geval van overmacht, een onvoorziene noodzakelijkheid of organisatie van werkcycli om cascadegesprekken te voorkomen. Voor arbeiders die oproepbaar of standby zijn voor dringende tussenkomsten of die deel uitmaken van een wachtdienst, blijven de hierover op ondernemingsvlak gemaakte afspraken gelden. De werkgever voorziet op gezette tijdstippen vormings- en sensibiliseringsacties met betrekking tot het verstandig gebruik van digitale hulpmiddelen en de risico's die verbonden zijn aan overmatige connectie. Het CPBW neemt actief deel aan de tenuitvoerlegging en is verantwoordelijk voor het toezicht op de toepassing ; regelmatig, en ten minste eenmaal per jaar, wordt een kwantitatieve analyse van het gebruik van digitale hulpmiddelen voor professionele doeleinden uitgevoerd om de diensten te identificeren waar vaker buiten de normale werkuren wordt gewerkt, en de maatregelen die eruit volgen maken integraal deel uit van het jaarlijkse en vijfjaarlijkse preventieplan.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 novembre 2023 relative au droit à la déconnexion / betreffende het recht op deconnectie, titres Ier à V (art. 1er à 9 après l'erratum du greffe du SPF, qui ajoute « Art. 9 » au titre V et décale la numérotation suivante) — conclue en exécution des art. 16, 17, 17/1 et 17/2 de la loi du 26 mars 2018 et du chapitre 8 de la loi du 3 octobre 2022 · titre VI : entrée en vigueur le 9 novembre 2023, DURÉE INDÉTERMINÉE, dénonciation moyennant préavis de six mois · dépôt 184495/CO/106.01 · dépôt le 29/11/2023, enregistrement le 12/12/2023 · avis de dépôt MB 21/12/2023 · A.R. publié MB 18/06/2024 · aucune date de fin de validité au registre, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 mai 2024 · gelezen op 2026-09-05
Tijdstip van betaling van de eindejaarspremie. Het beperkt comité van het paritair subcomité bepaalt de datum van betaling van de premie ; het kan beslissen om deze betaling in verschillende keren uit te voeren, door voorschotten te storten in de loop van de laatste maanden van het jaar. De premie wordt betaald aan de werknemers ingeschreven in het personeelsregister of aangegeven aan de Dimona op 31 december van het betrokken jaar ; recht op betaling naar rato van hun aanwezigheidstijd in de onderneming in de loop van het jaar hebben de werknemers die ontslagen zijn om economische redenen (personeelsvermindering ingevolge mechanisering of wegens gebrek aan bestellingen), die de onderneming vrijwillig verlaten, die recht hebben op brugpensioen en die op pensioen gesteld zijn. De premie wordt verdeeld naar rato van de arbeidstijd die tijdens het kalenderjaar werd verricht, en voor de ongerechtvaardigde afwezigheid — te beoordelen volgens de regels die betreffende de betaalde feestdagen worden vastgesteld — alsook voor de arbeiders aangeworven of uit dienst getreden in de loop van het jaar, wordt een evenredige vermindering toegepast.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 juin 2026 « Conditions de salaire et de travail des travailleurs », chapitre 6, art. 11, § 2 et § 3, a) — la même règle figurait à l'art. 9 de la CCT du 13 novembre 2017 (dépôt 143439/CO/106.01, A.R. du 17 août 2018, MB 17/09/2018), dernière version rendue obligatoire · dépôt 201158/CO/106.01 · dépôt le 02/07/2026, enregistrement le 17/08/2026 · art. 12, § 1er : effets au 1er janvier 2026, DURÉE INDÉTERMINÉE, remplace la CCT du 13 novembre 2017 (143439/CO/106.01) · ⚠️ à la date de lecture, NI arrêté royal NI avis de dépôt publié au Moniteur : la force obligatoire de l'art. 26 de la loi du 5 décembre 1968 n'a pas encore couru · gelezen op 2026-09-05
Betaalde verlofdag gekoppeld aan de leeftijd. In toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 104 van de Nationale Arbeidsraad en vanaf 1 januari 2026 wordt één dag betaald verlof toegekend vanaf de leeftijd van 50 jaar. De partijen verbinden zich ertoe niet verder te gaan dan de reeds toegekende dagen. Bovendien is het vanaf 45 jaar mogelijk om de twee jaar vrijwillig een medische check-up te ondergaan, identiek aan die van de bedienden, waarbij de werknemer een halve dag verlof opneemt.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 juin 2026 « Programmation sociale 2025-2026 », art. 15 (chapitre V, section 1re) et art. 16 (section 2, suivi médical) — art. 23, § 1er : conclue pour une durée de deux ans, du 1er janvier 2025 au 31 décembre 2026 inclus, sauf stipulation contraire · dépôt 201159/CO/106.01 · dépôt le 02/07/2026, enregistrement le 17/08/2026 · ⚠️ à la date de lecture, NI arrêté royal NI avis de dépôt publié au Moniteur : la force obligatoire de l'art. 26 de la loi du 5 décembre 1968 n'a pas encore couru · gelezen op 2026-09-05
Individueel recht op vorming. Een individueel recht op vorming wordt ingevoerd volgens het volgende groeitraject : 2 dagen per jaar vanaf 1 januari 2023, 3 dagen per jaar vanaf 1 januari 2025, 4 dagen per jaar vanaf 1 januari 2027 en 5 dagen per jaar vanaf 1 januari 2029. De vormingsinspanning van gemiddeld 4 dagen per werknemer per jaar zal tijdens dit groeitraject worden voortgezet. In het kader van het individuele recht op vorming en de collectieve vormingsinspanning wordt onder « vorming » elke formele of informele vorming verstaan, met inbegrip van vormingen over welzijn, die onder de Jobsdeal vallen. In dit vormingstraject is een dag vorming gewijd aan de uitdagingen van de sectortransitie, met inbegrip van de gevolgen ervan : milieu, biodiversiteit, processen, duurzame ontwikkeling, klimaattransitie.
Rubriek 18° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 novembre 2023 « Programmation sociale 2023-2024 », art. 19, §§ 1er à 3 (chapitre VI, formation professionnelle) — art. 23, § 1er : conclue pour une durée de deux ans, du 1er janvier 2023 au 31 décembre 2024 inclus, « SAUF STIPULATION CONTRAIRE » ; l'art. 19 en est une, puisqu'il fixe lui-même des paliers au 1er janvier 2027 et au 1er janvier 2029, bien au-delà du terme de la convention · dépôt 184503/CO/106.01 · avis de dépôt MB 21/12/2023 · A.R. publié MB 07/01/2025 · le registre porte une date de fin de validité au 31/12/2026, qui ne correspond ni au terme de deux ans de l'art. 23 ni aux paliers de l'art. 19, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2024 · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 106 : de andere comités
PC 106.01 is een onderafdeling van paritair comité 106. Dezelfde familie telt: