mijnloonbrief.be

PC 106.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE VEZELCEMENT

Minimumloon dat wij toetsen

€ 18,34 per uur

PSC 106.03: minimumuurloon van de sector, 18,34 €/u op 01/11/2025 (cao van 18/11/2025, neerlegging 196683, art. 2), regime 38u/week (vastgelegd door de oprichtings-cao van 2005, neerlegging 77858, sindsdien niet herschreven maar ook niet gewijzigd). Dit bedrag wordt verhoogd met alle sectorale collectieve loonsverhogingen (art. 2, tweede lid): dit is een ondergrens, het werkelijke bedrijfsbarema kan hoger liggen.

Bron: CAO van 18 november 2025 "relative au salaire minimum" (PSC 106.03), neerlegging 196683, geregistreerd op 09/12/2025; arbeidsduurregeling vastgesteld door de oorspronkelijke CAO van 27 oktober 2005 "relative au salaire minimum", neerlegging 77858 ("dans le régime de 38 heures par semaine"), sindsdien nooit tegengesproken, art. 2 (bedrag); CAO 77858, art. 2 (regime 38u) (neerlegging 196683) — van kracht op 2025-11-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE VEZELCEMENT
  • Registercode : 1060300
  • Onder comité PC 106
  • Statuten : arbeiders

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 37 u 45

Lager dan het wettelijke maximum van 38 uur. Een reglement dat 38 uur vermeldt, is voor dit comité onwettig.

Referteperiode : het wekelijkse gemiddelde van 37,75 uren wordt op jaarbasis berekend ; het werkelijke uurrooster van een bepaalde week mag daarvan dus afwijken, voor zover het gemiddelde van het jaar wordt nageleefd

De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur op jaarbasis bedraagt maximaal 37,75 uren. Deze bepalingen doen geen afbreuk aan gunstigere regelingen opgenomen in ondernemings-cao's of in het arbeidsreglement.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 27 octobre 2005 relative à la durée de travail, art. 2 (effets au 1er janvier 2005, durée indéterminée — art. 3, dénonciation moyennant un préavis de six mois) · dépôt 77855/CO/106.03 · avis de dépôt MB 20/01/2006 · A.R. publié MB 08/08/2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er juillet 2006 · gelezen op 2026-09-05

Wanneer in ploegen wordt gewerkt, hebben de arbeiders per werkuur recht op de betaling van een premie, uitgedrukt in een percentage van het minimale productieloon van de sector, volgens ploegen waarvan de tekst zelf de uurgrenzen vastlegt : vroege ploeg, aanvang tussen 5 u en 6 u en einde tussen 13 u en 14 u, 5 pct. ; late ploeg, aanvang tussen 13 u en 14 u en einde tussen 21 u en 22 u, 8 pct. ; nacht, aanvang tussen 21 u en 22 u en einde tussen 5 u en 6 u, 40 pct. Deze bepalingen doen geen afbreuk aan gunstigere regelingen opgenomen in ondernemings-cao's of in het arbeidsreglement.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 27 octobre 2005 relative aux primes d'équipe, art. 2 (en vigueur le 1er janvier 2005, durée indéterminée — art. 3) · dépôt 77854/CO/106.03 · avis de dépôt MB 20/01/2006 · A.R. publié MB 08/08/2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er juillet 2006 · gelezen op 2026-09-05

Op grond van artikel 5 van de wet van 17 maart 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen en overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 juni 1987, wordt het in de ondernemingen van het paritair subcomité mogelijk gesteld arbeid te verrichten in twee opeenvolgende ploegen van elk 12 uren tijdens de weekends, of gedurende 3 maal 5 opeenvolgende dagen van elk 8 uren per maand. De modaliteiten van concrete toepassing worden op het niveau van de ondernemingen uitgewerkt, met inachtneming van de wet van 17 maart 1987 en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van 2 juni 1987 van de Nationale Arbeidsraad ; de onderhandelingsprocedure is die van de artikelen 6 en 7 van de wet van 17 maart 1987.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 novembre 2025 concernant l'introduction des nouveaux régimes de travail, art. 2 (en vigueur le 1er juillet 2025, cesse ses effets le 30 juin 2027 — art. 3) · dépôt 196814/CO/106.03 · avis de dépôt MB 24/12/2025 · A.R. publié MB 06/03/2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 février 2026 · gelezen op 2026-09-05

De interne grens vastgesteld in artikel 26bis, § 2bis, van de arbeidswet wordt opgetrokken tot 143 uren per kalenderjaar voor de artikelen 25 en 26, § 1, 3°. De werknemer kan individueel afzien van de inhaalrust voor de overuren gepresteerd in het kader van een buitengewone vermeerdering van werk of van een onvoorziene noodzakelijkheid, ten belope van 143 uren per kalenderjaar ; de niet-gerecupereerde uren worden volledig uitbetaald in de loonperiode waarin de vermeerdering van werk werd verricht, en de werknemer moet zijn keuze uitdrukkelijk meedelen volgens de op ondernemingsvlak bepaalde modaliteiten. De werkgever moet vooraf het akkoord van de syndicale afvaardiging verkrijgen voor overuren wegens buitengewone vermeerdering van werk ; bij onvoorziene noodzakelijkheid gebeurt de mededeling achteraf. De onderneming bezorgt maandelijks het totaal aantal op jaarbasis gepresteerde, uitbetaalde en gerecupereerde overuren ; die informatie wordt meegedeeld aan de ondernemingsraad of aan de syndicale afvaardiging en moet bij ontstentenis daarvan door het personeel kunnen worden geraadpleegd, waarbij een bericht op een zichtbare en toegankelijke plaats de raadplegingsplaats vermeldt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 novembre 2025 concernant l'augmentation du quota d'heures supplémentaires, art. 2 à 6 (cesse ses effets le 30 juin 2027) · dépôt 196677/CO/106.03 · avis de dépôt MB 24/12/2025 · A.R. publié MB 09/04/2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 mars 2026 · gelezen op 2026-09-05

De arbeiders die op 31 december minstens één jaar anciënniteit in de sector hebben, hebben recht op een eindejaarspremie en/of jaarlijkse extralegale voordelen van 8 pct. van het jaarbedrag van de aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid onderworpen vergoedingen. Die premie of die voordelen moeten uiterlijk op 20 januari van het volgende jaar worden betaald en vallen volledig ten laste van de respectieve ondernemingen. Deze bepaling geldt niet voor de ondernemingen die vóór 1 januari 1997 hierover een collectieve arbeidsovereenkomst hebben gesloten, en doet geen afbreuk aan gunstigere regelingen opgenomen in ondernemings-cao's.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 27 octobre 2005 relative à la prime de fin d'année, art. 2 (effets au 1er janvier 2005, durée indéterminée — art. 3) · dépôt 77853/CO/106.03 · avis de dépôt MB 20/01/2006 · A.R. publié MB 08/08/2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er juillet 2006 · gelezen op 2026-09-05

De arbeiders hebben recht op één of meer bijkomende verlofdagen, betaald door de werkgever naargelang van hun anciënniteit : ten minste 5 jaar werkelijke anciënniteit, 1 dag per jaar ; ten minste 10 jaar, 2 dagen per jaar ; ten minste 15 jaar, 3 dagen per jaar ; ten minste 20 jaar, 4 dagen per jaar ; ten minste 25 jaar, 5 dagen per jaar. Bij 25 jaar werkelijke anciënniteit komt daar een eenmalige periode van vijf verlofdagen bij, volgens de op ondernemingsvlak toepasselijke modaliteiten. Deze bepalingen doen geen afbreuk aan gunstigere regelingen opgenomen in ondernemings-cao's.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 27 octobre 2005 relative au congé d'ancienneté, art. 2 (effets au 1er janvier 2005, durée indéterminée — art. 3) · dépôt 77852/CO/106.03 · avis de dépôt MB 20/01/2006 · A.R. publié MB 08/08/2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er juillet 2006 · gelezen op 2026-09-05

Paritair comité 106 : de andere comités

PC 106.03 is een onderafdeling van paritair comité 106. Dezelfde familie telt:

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 106.03

Comités in dezelfde familie