PC 125.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE ZAGERIJEN EN AANVERWANTE NIJVERHEDEN
Minimumloon dat wij toetsen
€ 16,92 per uur
PSC 125.02 (zagerijen en aanverwante nijverheden): ondergrens = « ongeschoolden bij aanwerving » in een 38-urenstelsel — 16,92 EUR/u op 01/07/2026, en 17,06 EUR/u op 01/10/2026. Na 6 maanden tewerkstelling wordt de functie « ongeschoolde »: 16,99 EUR/u, daarna 17,13 EUR/u. De hogere categorieën geven recht op meer — op 01/07/2026: geoefenden 17,21 EUR/u, geschoolden 17,45 EUR/u, meer dan geschoolden 18,11 EUR/u (op 01/10/2026: 17,35 · 17,59 · 18,26 EUR/u). Een brevet van industrieel leerling of een voltooide sectorale beroepsopleiding geeft van rechtswege de kwalificatie « geoefende » gedurende 6 maanden, daarna die van « geschoolde » (art. 3 van de cao). Toeslagen die daar bovenop komen: 7 % voor ploegenarbeid, en een uurtoeslag voor het drenken van hout. LET OP: het barema voor JOBSTUDENTEN wordt hier niet gecontroleerd: de FOD publiceerde het als een percentage van het tarief van de geschoolden (55 % op 15 jaar tot 90 % op 20 jaar) maar volgt dit paritair subcomité niet meer vanaf 01/09/2022, en geen enkele neergelegde overeenkomst bevat het.
Bron: CAO van 27 oktober 2011 betreffende de arbeidsvoorwaarden (neerlegging 107062/CO/125.02), algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 3 april 2013, Belgisch Staatsblad van 19 juni 2013 — art. 4 voor de basisloonschaal en art. 7 tot 10 voor de driemaandelijkse indexering; art. 3bis, 2ter en 2quater van het koninklijk besluit van 24 december 1993 (NUMAC 1993021424), in de redactie die artikel 2 van de wet van 23 april 2015 betreffende de promotie van de werkgelegenheid eraan geeft (NUMAC 2015014139, Belgisch Staatsblad van 27 april 2015), voor de afgevlakte gezondheidsindex en de blokkering ervan; conventionele verhogingen van de CAO's 134330, 142231, 152921 en 170630; startloonschaal = laatste loonschaal gepubliceerd door de databank Minimumlonen van de FOD Werkgelegenheid (jcId 126d3329386e46e39714b48c8e3ad105), van kracht op 01/07/2022; afgevlakte gezondheidsindex gepubliceerd door Statbel (opendatabestand "CPI All base years.xlsx", blad TA_ALL_BASE_YR, kolom MS_SMOOTH_IDX, basis 2013). Keten geijkt op de 32 driemaandelijkse loonschalen gepubliceerd tussen 01/04/2013 en 01/07/2022, tot op de cent gereproduceerd — tabel in sources/125.02/calibration-art9-2013-2022.layout.utf8.txt., CAO 107062: art. 4 (loonschaal op 01/07/2011, regime 38 u) en art. 7 tot 10 (gezondheidsindex, driemaandelijkse aanpassing, coëfficiënt met vier decimalen zonder afronding, lage categorieën aangepast met het bedrag van de geschoolden); K.B. 24/12/1993: art. 3bis (de afgevlakte index geldt voor de CAO's), art. 2ter § 1 (blokkering vanaf april 2015) en art. 2quater (factor 0,98 nadien) (neerlegging 107062) — van kracht op 2026-10-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE ZAGERIJEN EN AANVERWANTE NIJVERHEDEN
- Registercode : 1250200
- Onder comité PC 125
- Statuten : arbeiders
- Indexering : 01, 04, 07, 10 — laatst toegepast 2026-07-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Referteperiode : de 38 uur zijn wekelijks ; wanneer de onderneming ze verwezenlijkt onder het stelsel van 39 of 40 uur, worden de overeenstemmende zes of twaalf inhaalrustdagen op jaarbasis toegekend. De arbeiders-wegvervoerders hebben een eigen referteperiode — maximum zes maanden — voor de overschrijdingen van de grenzen van de artikelen 19, 20 en 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971
De wekelijkse arbeidsduur is op 38 uur per week vastgesteld. De toepassingsmodaliteiten van de wekelijkse arbeidsduur worden op ondernemingsvlak vastgesteld.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 31 août 1995 relative à la durée du travail (en vigueur le 1er janvier 1995, durée indéterminée — art. 8), publiée en annexe au Moniteur belge du 6 septembre 1997, p. 23142, art. 3 · dépôt 39927/CO/125.02, enregistrée le 11/12/1995 · NUMAC 1997012334 (A.R.), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 mai 1997 · gelezen op 2026-09-05
De keuze van de arbeidstijdregeling die in de onderneming wordt toegepast om de wekelijkse arbeidsduur van 38 uur per week te eerbiedigen, wordt op ondernemingsvlak bepaald na voorafgaand overleg tussen de werkgever en de syndicale afvaardiging of, bij ontstentenis van een syndicale afvaardiging, met alle werklieden of de gewestelijke secretarissen van de werknemersorganisaties die in het paritair subcomité zetelen. De berekenings- en indexeringsbasis van de lonen is bepaald in het stelsel van 38 uur per week. Indien de onderneming de 38 uur per week verwezenlijkt onder het stelsel van 39 uur met toekenning van zes inhaalrustdagen op jaarbasis, is het uurloon gelijk aan het uurloon in het stelsel 38 uur vermenigvuldigd met 38 en gedeeld door 39 ; onder het stelsel van 40 uur met toekenning van twaalf inhaalrustdagen, gelijk aan het uurloon in het stelsel 38 uur vermenigvuldigd met 38 en gedeeld door 40. De inhaalrustdagen die moeten worden toegekend om de wekelijkse arbeidsduur van 38 uur per week in acht te nemen, worden betaald.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 1er octobre 1996 relative à la durée de travail et à la fixation de la base de calcul des salaires dans les différents régimes de travail (en vigueur le 1er janvier 1996, durée indéterminée — art. 9), publiée en annexe au Moniteur belge du 6 septembre 1997, p. 23153, art. 2, 3, 4 et 6 · dépôt 42819/CO/125.02, enregistrée le 17/10/1996 · NUMAC 1997012372 (A.R.), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 10 juin 1997 · gelezen op 2026-09-05
In afwijking hiervan mogen de ondernemingen die op 31 december 1996 nog 40 uur per week toepasten, zonder compensatiedagen, deze wekelijkse arbeidsduur blijven toepassen, mits drie cumulatieve voorwaarden : bewijzen dat zij tijdens het vierde kwartaal van de jaren 1982 en 1996 minder dan tien werknemers tewerkstelden ; dat bewijs leveren bij aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van het paritair subcomité ; en die inlichtingen vóór 30 juni 1997 hebben overgemaakt. Het bewijs van het aantal tewerkgestelde werknemers wordt geleverd door een afschrift van de r.s.z.-aangifte. De voorzitter van het paritair subcomité bezorgt de Inspectie van de Sociale Wetten de lijst van de ondernemingen waar de wekelijkse arbeidsduur op 40 uur vastgesteld blijft.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 mai 1997 modifiant le chapitre IV de la CCT du 1er octobre 1996, art. 3, qui remplace les art. 7 et 8 de celle-ci (en vigueur le 1er janvier 1997, même durée de validité que la convention qu'elle remplace — art. 4), publiée en annexe au Moniteur belge du 4 septembre 1998, p. 28595 · dépôt 44934/CO/125.02, enregistrée le 15/09/1997 · NUMAC 1998012114 (A.R.), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 mars 1998 · gelezen op 2026-09-05
De wekelijkse arbeidsprestaties van de arbeiders zijn over vijf dagen verdeeld. Voor de arbeiders die aan de productie tewerkgesteld zijn, moeten de prestaties verdeeld zijn van maandag tot vrijdag. Uitsluitend in de snij- en schilfineerbedrijven, en enkel om een bedrijfsplan uit te voeren of het sectoraal tewerkstellingsplan met een netto aangroei van de tewerkstelling te verwezenlijken, kan een op ondernemingsvlak gesloten collectieve arbeidsovereenkomst, ondertekend door alle in het paritair subcomité zetelende werknemersorganisaties, bepalen dat de prestaties van de arbeiders die aan de productie tewerkgesteld zijn van maandag tot zaterdag verdeeld zijn ; die overeenkomst moet het aantal werknemers bepalen dat zal worden aangeworven, doet geen afbreuk aan de verplichting van de werkgever om de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement na te leven, en moet binnen de maand na de ondertekening aan de voorzitter van het paritair subcomité worden overgemaakt. Voor zover het arbeidsreglement deze wekelijkse verdeling van de arbeidsprestaties voorziet, mogen de arbeiders die tewerkgesteld zijn aan onderhoudsactiviteiten en die tewerkgesteld aan handelsactiviteiten op zaterdag tewerkgesteld worden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 7 mars 1995 relative à la répartition hebdomadaire des prestations de travail, art. 2, 3 et 4 (en vigueur le 1er janvier 1995, durée indéterminée — art. 6 ; abroge celle du 9 juillet 1993 au 31 décembre 1994), publiée en annexe au Moniteur belge du 17 juillet 1996, p. 19336 · dépôt 37512/CO/125.02, enregistrée le 05/04/1995 · NUMAC 1996012361 (A.R.), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 3 juin 1996 · gelezen op 2026-09-05
Ploegenarbeid — aan de arbeiders die in ploegenarbeid werken wordt een loonbijslag van 7 pct. op de conventionele sectorale lonen toegekend ; die loonbijslag wordt toegevoegd aan de effectief uitbetaalde lonen. Bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten tussen de werkgever en één of meer representatieve werknemersorganisaties kan worden overeengekomen die loonbijslag geheel of gedeeltelijk om te vormen in bezoldigde inhaalrust ; die overeenkomst moet binnen de maand na het sluiten ervan aan de voorzitter van het paritair subcomité worden overgemaakt en aan het beperkt comité worden voorgelegd, dat zich binnen de drie maanden met eenparigheid moet uitspreken — bij gebrek aan beslissing binnen die termijn wordt de overeenkomst geacht niet te zijn goedgekeurd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 9 juillet 1993 relative au travail en équipes, art. 2 à 4 (en vigueur le 1er janvier 1993, durée indéterminée — art. 6), publiée en annexe au Moniteur belge du 6 juillet 1995 · dépôt 34829/CO/125.02, enregistrée le 21/01/1994 · NUMAC 1995012898 (A.R.), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 avril 1995 · gelezen op 2026-09-05
Arbeiders-wegvervoerders — de grenzen van de arbeidsduur vastgesteld bij de artikelen 19, 20 en 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971 kunnen overschreden worden op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur, berekend over een periode van maximum zes maanden, gemiddeld de bij wet of bij sectorale collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde arbeidsduur niet overschrijdt. De werkgever moet de voorzitter van het paritair subcomité binnen de vijftien dagen na de indienstneming of de inschakeling per aangetekend schrijven op de hoogte brengen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 novembre 2005 relative aux conditions de travail des ouvriers transporteurs routiers (en vigueur le 29 novembre 2005, durée indéterminée — art. 8), art. 5 et 7 · dépôt 77842/CO/125.02 · avis de dépôt MB 20/01/2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 juillet 2006 · gelezen op 2026-09-05
Arbeiders-wegvervoerders — de arbeidstijden en de niet als arbeidstijd beschouwde tijden, zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005, moeten worden opgetekend op een individueel document (prestatieblad) dat de chauffeur ter beschikking wordt gesteld en dat ten minste eens per maand door de werkgever en de chauffeur wordt ondertekend. Het model van prestatieblad is bij de collectieve arbeidsovereenkomst gevoegd en moet door de werkgever minstens vijf jaar worden bewaard.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 novembre 2005 relative aux conditions de travail des ouvriers transporteurs routiers (en vigueur le 29 novembre 2005, durée indéterminée — art. 8), art. 6 et annexe · dépôt 77842/CO/125.02 · avis de dépôt MB 20/01/2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 juillet 2006 · gelezen op 2026-09-05
Aan de werklieden die 15 jaar of meer anciënniteit binnen de houtsector bewijzen (PSC 125.01, 125.02 en 125.03), wordt een extra betaalde verlofdag toegekend.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 juin 2009 relative au congé d'ancienneté, art. 2 (effets au 1er janvier 2009, durée indéterminée — art. 3) · dépôt 94285/CO/125.02 · avis de dépôt MB 30/09/2009, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 février 2010 · gelezen op 2026-09-05
Er wordt één dag familiaal verlof betaald door de werkgever per hospitalisatie van een kind of partner die onder hetzelfde dak woont als de werknemer. De werknemer dient een attest van hospitalisatie in te dienen.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 26 novembre 2021 relative aux conditions de travail et de rémunération, art. 10 (effets au 1er décembre 2021, durée indéterminée — art. 11) · dépôt 170630/CO/125.02 · avis de dépôt MB 10/03/2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 25 septembre 2022 · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 125 : de andere comités
PC 125.02 is een onderafdeling van paritair comité 125. Dezelfde familie telt: