PC 125.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE HOUTHANDEL
Minimumloon dat wij toetsen
€ 17,16 per uur
PSC 125.03 (houthandel): ongeschoolde arbeider bij aanwerving, de laagste categorie van de schaal, stelsel van 38 u/week — 17,16 EUR/u sinds 01/07/2026, en 17,53 EUR/u na zes maanden anciënniteit. Dat minimum is het resultaat, kwartaal na kwartaal, van het indexeringsmechanisme dat voor deze sector algemeen verbindend is verklaard: de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 augustus 1975 « Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen » van het Paritair Comité voor de houtnijverheid, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 15 december 1975 en als bijlage bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 14 februari 1976 (blz. 1646-1647). Artikel 3 past de lonen vier keer per jaar aan bij het begin van elk kalenderkwartaal; artikel 4 stelt een referte-indexcijfer vast gelijk aan het rekenkundig gemiddelde van de indexcijfers van de eerste en de tweede maand van het vorige kwartaal; artikel 5 vermenigvuldigt de lonen van het vorige kwartaal met de coëfficiënt van die twee referte-indexcijfers, berekend tot vier decimalen. Het indexcijfer dat daarin wordt gebruikt is, sinds de wet van 23 april 2015 betreffende de promotie van de werkgelegenheid, de afgevlakte gezondheidsindex die Statbel publiceert. Een coëfficiënt lager dan 1 doet de lonen niet dalen: hij wordt geneutraliseerd en zijn noemer wordt overgedragen naar het volgende kwartaal (neerlegging 52493/CO/125.03) — daarom is er geen aanpassing op 01/07/2023, 01/10/2023 of 01/10/2025. De volledige schaal op 01/07/2026 bedraagt 17,16 (ongeschoold bij aanwerving) · 17,53 (ongeschoold, na 6 maanden) · 17,78 (geoefend) · 18,07 (geschoold) · 18,32 EUR/u (meer dan geschoold); de arbeider-wegvervoerder wordt betaald aan het tarief van de geoefende arbeider, 17,78 EUR/u, verhoogd met een ARAB-vergoeding van 0,71 EUR/u; jobstudenten krijgen een percentage van het geschoolde tarief, van 55 % op 15 jaar (9,94 EUR/u) tot 90 % op 20 jaar (16,26 EUR/u). LET OP: de databank Minimumlonen van de FOD volgt dit paritair subcomité niet meer sinds 01/09/2022: geen enkel administratief barema bevestigt de latere bedragen. De berekening is geijkt op vijftien gepubliceerde barema's tussen 2020 en 2026, die zij alle tot op de cent reproduceert, maar het afrondingspad kan een toekomstig resultaat één cent doen verschillen.
Bron: CAO van 20 augustus 1975 "Rattachement des salaires à l'indice des prix à la consommation" (ondernemingen van houthandel), gesloten in het Paritair Comité voor de houtnijverheid — algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 15 december 1975, gepubliceerd als bijlage bij het Belgisch Staatsblad van 14 februari 1976, blz. 1646-1647; bedragen verkregen door toepassing van haar art. 3 tot 7 op de afgevlakte gezondheidsindex gepubliceerd door Statbel (bestand "CPI All base years.xlsx", kolom MS_SMOOTH_IDX, gelezen op 05/09/2026), vertrekkend van de loonschaal van de FOD Werkgelegenheid op 01/07/2022, art. 3 (driemaandelijkse aanpassing), art. 4 (referentie-index: gemiddelde van de eerste en de tweede maand van het vorige kalenderkwartaal), art. 5 (coëfficiënt met vier decimalen), art. 6 (afronding), art. 7 (conventionele verhoging toegepast vóór de indexering); neutralisering van de negatieve indexering met overdracht van de noemer: neerlegging 52493/CO/125.03, punt 3 — van kracht op 2026-07-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE HOUTHANDEL
- Registercode : 1250300
- Onder comité PC 125
- Statuten : arbeiders
- Indexering : 01, 04, 07, 10 — laatst toegepast 2026-07-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Referteperiode : de inhaalrustdagen die de effectieve arbeidsduur van 39 of 40 uur tot de grens van 38 uur terugbrengen, worden per kalenderjaar toegekend : zij moeten worden opgenomen vóór 31 december van het betrokken jaar en, in uitzonderlijke gevallen, uiterlijk in de loop van de eerste werkweek na 31 december. De arbeiders-wegvervoerders hebben een eigen referteperiode — maximum zes maanden — voor de overschrijdingen van de grenzen van de artikelen 19, 20 en 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971
De wekelijkse arbeidsduur is vastgesteld op maximum 38 uur. Aan de ondernemingen wordt ook de mogelijkheid geboden om de arbeidsduur toe te passen mits toekenning per jaar van niet-betaalde inhaalrustdagen, als volgt : wanneer de werkelijke wekelijkse arbeidsduur vastgesteld blijft op 40 uur, kent de werkgever twaalf niet-betaalde inhaalrustdagen per jaar toe ; wanneer zij vastgesteld blijft op 39 uur, kent de werkgever zes niet-betaalde inhaalrustdagen per jaar toe. Deze inhaalrustdagen moeten worden toegestaan vóór 31 december van het betrokken jaar en, in uitzonderlijke gevallen, uiterlijk in de loop van de eerste werkweek na 31 december.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 avril 1996 relative à la durée du travail (en vigueur le 1er janvier 1996, durée indéterminée — art. 5 ; abroge le chapitre VIII de la CCT du 29 mai 1991, dépôt 28728), publiée en annexe au Moniteur belge du 28 mai 1998, Ed. 2, p. 17448, art. 2 · dépôt 41798/CO/125.03, enregistrée le 14/05/1996 · NUMAC 1997012839 (A.R.), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 décembre 1997 · gelezen op 2026-09-05
De wekelijkse arbeidsduur wordt gepresteerd in een stelsel van vijf dagen per week. Hij mag worden gespreid over de zes werkdagen zo de betrokken werknemers hiermee instemmen ; in dat geval moeten de werklieden beschikken over een rustperiode die gelijk is aan de op zaterdag gewerkte uren, en die rustperiode moet hun worden toegekend in de loop van de daaropvolgende week. Deze bijzondere beschikking moet in het arbeidsreglement worden vermeld.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 avril 1996 relative à la durée du travail (en vigueur le 1er janvier 1996, durée indéterminée — art. 5 ; abroge le chapitre VIII de la CCT du 29 mai 1991, dépôt 28728), publiée en annexe au Moniteur belge du 28 mai 1998, Ed. 2, p. 17448, art. 3 · dépôt 41798/CO/125.03, enregistrée le 14/05/1996 · NUMAC 1997012839 (A.R.), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 décembre 1997 · gelezen op 2026-09-05
Ploegenarbeid — aan het in ploegen tewerkgestelde personeel wordt een loonbijslag van 7 pct. op de conventionele sectorale lonen toegekend ; die loonbijslag wordt toegevoegd aan de effectief uitbetaalde lonen. Bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten tussen de werkgever en één of meer representatieve werknemersorganisaties kan worden overeengekomen die loonbijslag geheel of gedeeltelijk om te vormen in bezoldigde inhaalrust ; die overeenkomst moet binnen de maand na het sluiten ervan aan de voorzitter van het paritair subcomité worden overgemaakt en aan het beperkt comité worden voorgelegd, dat zich binnen de drie maanden met eenparigheid moet uitspreken — bij gebrek aan beslissing binnen die termijn wordt de overeenkomst geacht niet te zijn goedgekeurd. De beslissing wordt de werkgever bij aangetekend schrijven betekend.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 avril 1996 relative au travail en équipes, art. 2 à 4 (en vigueur le 1er janvier 1996, durée indéterminée — art. 6 ; abroge la CCT du 9 juin 1993, dépôt 34086), publiée en annexe au Moniteur belge du 10 septembre 1997, p. 23414 · dépôt 41799/CO/125.03, enregistrée le 14/05/1996 · NUMAC 1997012368 (A.R.), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 2 juin 1997 · gelezen op 2026-09-05
Arbeiders-wegvervoerders — bedoeld wordt de werknemer die houder is van een rijbewijs type C of C+E en die de functie uitoefent van bestuurder van een voertuig met een gewicht gelijk aan of hoger dan 3,5 ton en die bij het uitoefenen van deze functie gewoonlijk geconfronteerd wordt met de in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 opgesomde beschikbaarheidstijden. De grenzen van de arbeidsduur vastgesteld bij de artikelen 19, 20 en 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971 kunnen overschreden worden op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur, berekend over een periode van maximum zes maanden, gemiddeld de bij wet of bij sectorale collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde arbeidsduur niet overschrijdt. De werkgever moet de voorzitter van het paritair subcomité binnen de vijftien dagen na de indienstneming of de inschakeling per aangetekend schrijven op de hoogte brengen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 novembre 2005 relative aux conditions de travail des ouvriers transporteurs routiers (en vigueur le 29 novembre 2005, durée indéterminée — art. 8), art. 1er, 5 et 7 · dépôt 77843/CO/125.03 · avis de dépôt MB 20/01/2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 juillet 2006 · gelezen op 2026-09-05
Arbeiders-wegvervoerders — de arbeidstijden en de niet als arbeidstijd beschouwde tijden, zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005, moeten worden opgetekend op een individueel document (prestatieblad) dat de chauffeur ter beschikking wordt gesteld en dat ten minste eens per maand door de werkgever en de chauffeur wordt ondertekend. Het model van prestatieblad is bij de collectieve arbeidsovereenkomst gevoegd en moet door de werkgever minstens vijf jaar worden bewaard.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 29 novembre 2005 relative aux conditions de travail des ouvriers transporteurs routiers (en vigueur le 29 novembre 2005, durée indéterminée — art. 8), art. 6 et annexe · dépôt 77843/CO/125.03 · avis de dépôt MB 20/01/2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 juillet 2006 · gelezen op 2026-09-05
Een extra betaalde verlofdag wordt toegekend aan de arbeiders die 10 jaar anciënniteit tellen in eenzelfde onderneming of aan hen die 15 jaar anciënniteit tellen in de sector. Deze dag anciënniteitsverlof wordt jaarlijks toegekend en een eerste keer in het kalenderjaar waarin de arbeider aan één van die voorwaarden voldoet.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 26 novembre 2021 relative aux conditions de travail et de rémunération (effets au 1er décembre 2021, durée indéterminée — art. 14), art. 10 · dépôt 170643/CO/125.03 · avis de dépôt MB 10/03/2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 31 août 2022 · gelezen op 2026-09-05
Er wordt één dag familiaal verlof betaald door de werkgever per hospitalisatie van een kind of partner die onder hetzelfde dak woont als de werknemer ; de werknemer dient een attest van hospitalisatie in te dienen. Inzake de toekenning van klein verlet blijft dit recht uitgebreid tot samenwonenden. In het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 45 van de Nationale Arbeidsraad wordt eveneens één betaalde dag familiaal verlof om dwingende reden toegepast in geval van ernstige materiële schade, zoals schade aan de woning door een brand of een natuurramp (bijvoorbeeld een overstroming).
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 26 novembre 2021 relative aux conditions de travail et de rémunération (effets au 1er décembre 2021, durée indéterminée — art. 14), art. 9 · dépôt 170643/CO/125.03 · avis de dépôt MB 10/03/2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 31 août 2022 · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 125 : de andere comités
PC 125.03 is een onderafdeling van paritair comité 125. Dezelfde familie telt: