PC 305.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE GEZONDHEIDSINRICHTINGEN EN -DIENSTEN (SEDERT 18/04/2003 OPGEHEVEN)
Geen sectoraal barema toegepast
PC 305.02 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.
De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.
Wat de loonbrief berekent
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het minimumloon
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
- de DmfA
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE GEZONDHEIDSINRICHTINGEN EN -DIENSTEN (SEDERT 18/04/2003 OPGEHEVEN)
- Registercode : 3050200
- Onder comité PC 305
- Statuten : arbeiders en bedienden
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Dit paritair comité stelt geen wekelijkse arbeidsduur vast voor zijn hele toepassingsgebied. Neem de 38 uur van een model niet zomaar over: lees hieronder wat het comité wél schrijft.
Uitsluitend instellingen gesubsidieerd door het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en/of door de Franse Gemeenschapscommissie en/of door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie — het voltijds personeel dat de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, heeft sinds 1 januari 2001 recht op een vrijstelling van prestaties van zijn gemiddelde wekelijkse arbeidsduur onder de vorm van zes uren vrijstelling ; wie de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt, sinds 1 januari 2002, onder de vorm van vier uren ; wie de leeftijd van 45 jaar heeft bereikt, sinds 1 januari 2003, onder de vorm van twee uren. De werknemer blijft in alle gevallen beschouwd als een werknemer met een contractuele voltijdse arbeidsduur. Het maandloon blijft onveranderd alsof de werknemer zijn arbeidsduur niet zou verminderd hebben, waarbij de uurlonen dienovereenkomstig worden aangepast. De deeltijds tewerkgestelde werknemers hebben recht op de evenredige toekenning van arbeidsduurvermindering met behoud van loon, in verhouding tot hun gemiddelde contractuele arbeidsduur per week. De vermindering wordt gerealiseerd onder de vorm van betaalde compensatiedagen, waarbij elke compensatiedag het gemiddeld aantal prestatie-uren per dag van de individuele arbeidsovereenkomst omvat ; hun aantal is in het stelsel van de 5-dagenweek vastgesteld op 12 dagen bij vermindering per schijf van twee uur van de wekelijkse arbeidsduur en, in het stelsel van de 6-dagenweek, op 14,5 dagen per schijf van twee uur. In het kalenderjaar dat de werknemer de leeftijd van 45, 50 of 55 jaar bereikt, wordt het compensatieverlof met behoud van loon evenredig toegepast vanaf de eerste dag van de maand waarin hij die leeftijd bereikt. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van deze overeenkomst kunnen op ondernemingsniveau bij collectieve arbeidsovereenkomst andere modaliteiten bedongen worden, maar modaliteiten waarbij compensatie gegeven wordt in kleinere eenheden dan een volledig uur zijn niet toegelaten. De arbeidsduurvermindering gaat gepaard met een compenserende aanwerving waarvan de modaliteiten worden omschreven door een daartoe samengestelde rechtspersoon waarvan de statuten worden meegedeeld aan de voorzitter van het paritair subcomité. De voordelen worden slechts effectief toegekend voor zover de betoelagende overheden die het akkoord van 29 juni 2000 ondertekend hebben, punt 5, tweede lid ervan integraal uitvoeren.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 février 2001 relative à la réduction du temps de travail dans le cadre de la problématique de fin de carrière et embauche compensatoire, art. 1er à art. 10 et art. 13 — art. 14 : entrée en vigueur le 1er janvier 2001, durée indéterminée, dénonciation par préavis de six mois ; ses articles 2, 3 et 4 sont modifiés et son article 12 supprimé par la CCT du 3 mai 2002 (dépôt 63918/CO/305.02, A.R. du 17 juin 2003), dont c'est la rédaction qui est reprise ici · dépôt 57815/CO/305.02 · avis de dépôt M.B. du 28 juillet 2001, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 14 novembre 2002 · gelezen op 2026-09-06
Uitsluitend instellingen gesubsidieerd door het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en/of door de Franse Gemeenschapscommissie en/of door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie — vanaf 1 januari 2001 wordt een bijkomende betaalde verlofdag toegekend ter gelegenheid van één van de twee gemeenschapsfeesten : 11 juli, feest van de Vlaamse Gemeenschap, of 27 september, feest van de Franse Gemeenschap. Elke werknemer heeft de keuze tussen die twee data. De verlofdag wordt toegekend aan de werknemers in dienst op 1 juni van het betrokken jaar ; voor de deeltijds tewerkgestelde werknemers wordt de duur ervan berekend naar rato van de duur van hun arbeidsprestaties. De overeenkomst doet geen afbreuk aan de rechten die de werknemers bezitten op de datum van haar ondertekening, en de voordelen die zij toekent worden slechts effectief toegekend voor zover de betoelagende overheden die het akkoord van 29 juni 2000 ondertekend hebben, punt 6, zesde paragraaf ervan integraal uitvoeren.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 février 2001 relative au jour de congé supplémentaire « communautaire », art. 1er à art. 6 — art. 7 : entrée en vigueur le 1er janvier 2001, durée indéterminée, dénonciation par préavis de six mois · dépôt 57822/CO/305.02 · avis de dépôt M.B. du 28 juillet 2001, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 janvier 2003 · gelezen op 2026-09-06
Uitsluitend kinderdagverblijven — door Kind en Gezin erkende en gesubsidieerde kinderkribben en peutertuinen, diensten voor opvanggezinnen, diensten voor tele-onthaal, niet-autonoom algemeen welzijnswerk opgenomen in het decreet van 19 december 1997, door Kind en Gezin erkende en gesubsidieerde projecten voor zover zij sociale, psychische of fysische gezondheidszorg verlenen, centra voor geestelijke gezondheidszorg en vertrouwenscentra kindermishandeling zoals erkend en gesubsidieerd door Kind en Gezin —, erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap — aan de voltijds tewerkgestelde werknemers in de leeftijdscategorie van 35 tot en met 44 jaar worden vijf bijkomende conventionele verlofdagen toegekend. Bij deeltijdse tewerkstelling wordt het aantal verlofdagen toegekend naar rato van een voltijdse tewerkstelling. Vanaf de maand van het jaar waarin de werknemer de leeftijd van 35 jaar bereikt, wordt het recht op die verlofdagen evenredig bepaald op basis van de effectief gewerkte of gelijkgestelde maanden in het lopende kalenderjaar, overeenkomstig de reglementering inzake jaarlijkse vakantie ; het recht eindigt vanaf de maand waarin de werknemer de leeftijd van 45 jaar bereikt. Die dagen worden toegekend zonder afbreuk te doen aan de collectieve arbeidsovereenkomsten en de regelingen inzake verlofdagen, rustdagen, compensatiedagen, bovenwettelijke feestdagen of andere arbeidsduurverminderingen die reeds van kracht zijn op het ogenblik waarop de overeenkomst uitwerking heeft. Voor die verlofdagen heeft de werknemer recht op zijn normaal loon, uitgedrukt in verhouding tot zijn gemiddelde contractuele dagelijkse arbeidsduur. Indien de werknemer die bijkomende verlofdagen op het einde van het kalenderjaar of bij zijn ontslagname geheel of gedeeltelijk niet heeft opgenomen, ontvangt hij een loon gelijk aan het aantal overeengekomen dagen, uitgedrukt in arbeidsuren, vermenigvuldigd met zijn normaal uurloon. Met uitzondering van deze bepalingen zijn de gecoördineerde wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers van toepassing. De overeenkomst heeft slechts uitwerking voor zover de verlofdagen gecompenseerd worden door voor 100 % gefinancierde compenserende aanwervingen.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 février 2001 relative à l'octroi de jours de congé conventionnels en exécution du « Vlaams Intersectoraal Akkoord voor de Social Profit sector 2000-2005 », art. 1er à art. 8 — art. 9 : prise d'effet le 1er janvier 2001, durée indéterminée, dénonciation par préavis de six mois · dépôt 63285/CO/305.02 · avis de dépôt M.B. du 2 août 2002, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 23 juin 2003 · gelezen op 2026-09-06
Paritair comité 305 : de andere comités
PC 305.02 is een onderafdeling van paritair comité 305. Dezelfde familie telt: