PC 327.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE BESCHUTTE WERKPLAATSEN VAN HET WAALSE GEWEST EN VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
Minimumloon dat wij toetsen
€ 13,0014 per uur
PSC 327.03 (beschutte werkplaatsen, Waals Gewest en Duitstalige Gemeenschap): 13,0014 EUR/u op 01/07/2026, productiecategorieën 1 en 3, stelsel van 38 u — het laagste vakje van de twee subsectoren, dat van de Duitstalige Gemeenschap (3270320). De categorieën 2 en 4 tot 7 lopen van 13,1307 tot 15,3875 EUR/u, en het omkaderingspersoneel van de beschutte werkplaatsen zit op 2.498,73 EUR/maand. Het productiepersoneel van de Waalse beschutte werkplaatsen (subsector 3270310) zit op 13,9718 EUR/u. Dit barema ligt onder het gewaarborgd minimuminkomen van cao nr. 43, dat daarbovenop verschuldigd blijft.
Bron: Databank "Minimumlonen" van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, subsector 3270320 van PSC 327.03 (administratieve primaire bron), die de sectorale CAO's van het paritair subcomité consolideert, sectie 1.1.2 « Catégories : Catégories de production », categorieën 1 en 3 (regime 38 u) (neerlegging 139279) — van kracht op 2026-07-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- de eindejaarspremie
- de maaltijdcheques
- de verplaatsingskosten
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE BESCHUTTE WERKPLAATSEN VAN HET WAALSE GEWEST EN VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
- Registercode : 3270300
- Onder comité PC 327
- Statuten : arbeiders en bedienden
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur is vastgesteld op maximum 38 uren per week. De overeenkomst is van toepassing op de werkgevers van de ondernemingen die onder het paritair comité ressorteren en op de werknemers-bedienden en -werklieden die zij tewerkstellen, zowel valide als minder valide werknemers.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 décembre 1996 de la Commission paritaire pour les ateliers protégés (aujourd'hui CP 327), art. 1er et 2 — en vigueur le 1er janvier 1997, à durée indéterminée · dépôt 43247/CO/327 · NUMAC 1996121651 · M.B. du 20 novembre 1997, p. 30826, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 8 août 1997 (NUMAC 1997012544) · gelezen op 2026-09-06
Uitsluitend de beschutte werkplaatsen van het Waalse Gewest, met uitsluiting van die welke in de Duitstalige Gemeenschap gevestigd zijn, en enkel voor de prestaties in ondernemingsovereenkomst — bij elke opstart van een ondernemingsovereenkomst wordt informatie meegedeeld aan de vertegenwoordigers van de werknemers in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, aan het comité voor preventie en bescherming op het werk of aan de vakbondsafvaardiging, over de plaats, de arbeidstijdregeling, de soorten prestaties, de aard van de arbeid, de duur van de overeenkomst en de naam van de begeleiders. De arbeidstijdregelingen die in het kader van een ondernemingsovereenkomst moeten worden toegepast, worden op lokaal niveau positief onderzocht wanneer een aanpassing van het arbeidsreglement noodzakelijk is, behalve als er objectiveerbare motieven zijn die in de ondernemingsraad of bij de vakbondsafvaardiging op papier zijn gezet. De onderneming verbindt zich ertoe het aantal uren na te leven waarin voorzien is in de gemiddelde wekelijkse arbeidstijdregeling over haar referentieperiode. De werknemer heeft recht op rust- en maaltijdpauzes overeenkomstig de bepalingen waarin in de onderneming is voorzien. Telkens wanneer hij zich op verzoek van de werkgever naar de beschutte werkplaats begeeft, wordt de verplaatsingstijd tussen die werkplaats en de onderneming-cliënt en omgekeerd gelijkgesteld met arbeidstijd. Nachtarbeid moet zoveel mogelijk worden voorkomen ; de beslissing om ervan af te wijken behoort tot de bevoegdheid van de sociale gesprekspartners op lokaal niveau, geval per geval en per ondernemingsovereenkomst, en de daarover gesloten ondernemingsovereenkomsten voorzien in een gemotiveerde opzeggingsclausule. Een uurvergoeding van 1,5 euro wordt gestort aan de werknemers die in ondernemingsovereenkomst zijn tewerkgesteld in een arbeidsstelsel dat onder de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 49 van de Nationale Arbeidsraad valt, ongeacht de leeftijd van de werknemer.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 15 février 2023 modifiant la CCT du 10 septembre 2019 relative aux contrats d'entreprise, art. 1er, 3, 5, 6, 7 et 9 — à durée indéterminée · dépôt 178603/CO/327.03 · A.R. publié au M.B. du 10 juillet 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 28 juin 2023 · gelezen op 2026-09-06
Uitsluitend de ondernemingen die ten minste 20 werknemers tewerkstellen, met uitsluiting van het leidinggevend en vertrouwenspersoneel — de werknemer heeft het recht om niet verbonden te zijn met zijn professionele en persoonlijke digitale hulpmiddelen buiten de werkuren, met inbegrip van overuren en permanenties, zoals vermeld in het arbeidsreglement, de arbeidsovereenkomst of de ondernemings-cao, evenals tijdens verlofperiodes, weekends, feestdagen, ziekte en elke periode van gewettigde afwezigheid of schorsing van de overeenkomst, zonder nadelig gevolg voor hem. Met uitzondering van erkende wacht- of beschikbaarheidsregelingen mag geen enkele voorkeursbehandeling of beloning worden toegekend aan de werknemer om verbonden te blijven tijdens die periodes, en hij mag niet worden gesanctioneerd voor digitale onbereikbaarheid. Digitale hulpmiddelen zijn telefoons, computers, tablets, semafoons, verbonden horloges en andere communicatiemiddelen waarmee e-mails, berichten, spraak- en videoberichten kunnen worden verzonden en ontvangen, of waarmee toegang wordt verkregen tot het intranet en het extranet. Van dat beginsel kan worden afgeweken in een noodsituatie, namelijk een uitzonderlijke en onvoorzienbare omstandigheid die niet zonder tussenkomst van de werknemer kan worden opgelost en niet tot de volgende werkperiode kan wachten. De sociale partners raden de ondernemingen met minder dan 20 werknemers aan zich door die bepalingen te laten inspireren.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 19 avril 2023 concernant le droit à la déconnexion, art. 1er à 4 — conclue en application des art. 16 à 17/2 de la loi du 26 mars 2018, tels que modifiés par les art. 29 à 32 de la loi du 3 octobre 2022 · dépôt 179619/CO/327.03 · A.R. publié au M.B. du 18 octobre 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 30 août 2023 · gelezen op 2026-09-06
Uitsluitend de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door het Waalse Gewest, met uitsluiting van die welke in de Duitstalige Gemeenschap gevestigd zijn — het maximale aantal sectorale verlofdagen bedraagt 4 dagen voor alle werknemers, op voorwaarde van drie maanden anciënniteit in de onderneming. Daarbovenop komen 3 bijkomende verlofdagen voor de werknemers ouder dan 45 jaar, 2 dagen voor die ouder dan 50 jaar en 1 dag voor die ouder dan 55 jaar, toegekend vanaf 1 januari van het jaar van de verjaardag. Die dagen worden evenredig toegekend aan de deeltijdse werknemers en georganiseerd volgens dezelfde bepalingen als de andere verlofdagen van de onderneming. Zij worden toegekend los van de dagen die reeds voortvloeien uit sectorale of ondernemingsbepalingen, contractuele bepalingen of de gewoonte.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 17 novembre 2021 modifiant certaines conventions collectives de travail relatives aux jours de congé supplémentaires en Région wallonne, art. 1er à 9 — en vigueur le 1er janvier 2021, à durée indéterminée ; elle remplace les CCT du 7 mai 2019 (dépôt 151745) et du 19 décembre 2007 (dépôt 86834) · dépôt 169690/CO/327.03 · A.R. publié au M.B. du 8 septembre 2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 23 juin 2022 · gelezen op 2026-09-06
Uitsluitend de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door het Waalse Gewest, met uitsluiting van die welke in de Duitstalige Gemeenschap gevestigd zijn — elke werknemer heeft recht op een bijkomende verlofdag op 15 jaar, op 20 jaar en op 35 jaar anciënniteit verworven in de sector van de beschutte werkplaatsen, waarbij die dag ingaat op 1 januari van het lopende jaar waarin de anciënniteit wordt bereikt. Daar waar reeds meer verlofdagen worden toegekend, gaan de sociale partners op ondernemingsniveau na of die overeenstemmen met de overeenkomst ; komen zij overeen de reeds toegepaste, minstens gelijkwaardige dagen te behouden, dan gelden die in de plaats ervan en worden zij vastgelegd in een ondernemings-cao. Deze overeenkomst treedt in werking op 1 juli 2026 en vervangt die van 22 november 2023, die het recht opende op 15, 20 en 45 jaar anciënniteit ; op 6 september 2026 was zij nog niet algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit en was het bericht van neerlegging ervan nog niet in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 juin 2026 relative à l'octroi de congé d'ancienneté, art. 1er à 4 — déposée le 31 juillet 2026, enregistrée le 17 août 2026, à durée indéterminée ; elle remplace la CCT du 22 novembre 2023 (dépôt 184872/CO/327.03, A.R. du 1er septembre 2024, M.B. du 6 janvier 2025) · dépôt 201183/CO/327.03 · gelezen op 2026-09-06
Uitsluitend de beschutte werkplaatsen erkend en gesubsidieerd door de « Dienststelle für selbstbestimmtes Leben der Deutschsprachigen Gemeinschaft », personeel van de functiecategorieën 1 tot 14 — drie bijkomende betaalde verlofdagen werden achtereenvolgens ingevoerd, elk geopend door een duur van toebehoring tot de sector van de beschutte werkplaatsen : tien jaar, in de plaats van de feestdag van de Duitstalige Gemeenschap van 15 november ; twintig jaar ; en één jaar, waarbij de referentiedatum de dag van de eerste verjaardag van de toebehoring tot de sector is. Onder toebehoring tot de sector wordt verstaan elke periode gepresteerd of gelijkgesteld binnen de paritaire subcomités 327.01, 327.02 en 327.03. Die dagen worden toegekend in verhouding tot de werkelijke arbeidstijd en georganiseerd volgens dezelfde bepalingen als de andere verlofdagen van de onderneming.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 8 septembre 2021 relative à l'introduction d'un troisième jour de congé supplémentaire — Communauté germanophone, art. 1er à 6 (dépôt 167420/CO/327.03, A.R. du 10 janvier 2022) ; CCT du 28 novembre 2019 pour le deuxième jour (dépôt 156441/CO/327.03, A.R. du 13 décembre 2020) ; CCT du 24 janvier 2007 pour le premier (dépôt 82903/CO/327.03, A.R. du 12 septembre 2007) — toutes trois à durée indéterminée · dépôt 167420/CO/327.03 · A.R. publié au M.B. du 25 février 2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 10 janvier 2022 · gelezen op 2026-09-06
De werknemers krijgen de mogelijkheid om bij hun werkgever loonvoorschotten in contanten te vragen, bij wijze van uitzondering en voor bedragen die 200 euro per maand niet overschrijden. Het komt elke werkgever toe het uitzonderlijk karakter van de vraag te beoordelen, en het toegestane bedrag wordt individueel beoordeeld. De betaling van die voorschotten moet gebeuren door middel van het uniform betalingsdocument dat als bijlage bij de overeenkomst is gevoegd. Die overeenkomst doet geen afbreuk aan de wetgeving inzake collectieve schuldenregeling.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juillet 2017 concernant le paiement du salaire de la main à la main, art. 3 à 6 — conclue en application de l'art. 2 de la loi du 23 août 2015 modifiant la loi du 12 avril 1965, en vigueur le 1er juillet 2017, à durée indéterminée · dépôt 140935/CO/327.03 · A.R. publié au M.B. du 27 avril 2018, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 avril 2018 · gelezen op 2026-09-06
Uitsluitend de beschutte werkplaatsen van het Waalse Gewest, met uitsluiting van die welke in de Duitstalige Gemeenschap gevestigd zijn — het statuut van de syndicale afvaardiging wordt vastgesteld door de sectorale overeenkomst, die die van 26 maart 2014 vervangt. De werknemers erkennen de noodzaak van een wettig gezag van de ondernemingshoofden ; de werkgevers eerbiedigen de waardigheid van de werknemers en verbinden zich ertoe hun vrijheid van vereniging en de vrije ontplooiing van hun organisatie in de onderneming direct noch indirect te hinderen. De ondertekenende werkgeversorganisaties verbinden zich ertoe hun aangeslotenen aan te bevelen geen enkele druk op het personeel uit te oefenen om hen te beletten bij een vakbond aan te sluiten, en aan de niet-aangesloten werknemers geen andere voorrechten toe te kennen dan aan de aangesloten werknemers.
Rubriek 13° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 15 février 2023 remplaçant la CCT du 26 mars 2014 — statut de la délégation syndicale, art. 1er et 2 — à durée indéterminée · dépôt 178672/CO/327.03 · A.R. publié au M.B. du 26 septembre 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 28 juin 2023 · gelezen op 2026-09-06
Paritair comité 327 : de andere comités
PC 327.03 is een onderafdeling van paritair comité 327. Dezelfde familie telt:
- PC 327 — PARITAIR COMITE VOOR DE BESCHUTTE WERKPLAATSEN, DE SOCIALE WERKPLAATSEN EN DE MAATWERKBEDRIJVEN
- PC 327.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE VLAAMSE SECTOR VAN DE BESCHUTTE WERKPLAATSEN, DE SOCIALE WERKPLAATSEN EN DE MAATWERKBEDRIJVEN
- PC 327.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE BESCHUTTE WERKPLAATSEN GESUBSIDIEERD DOOR DE FRANSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE
Comités in dezelfde familie
- PC 327 — PARITAIR COMITE VOOR DE BESCHUTTE WERKPLAATSEN, DE SOCIALE WERKPLAATSEN EN DE MAATWERKBEDRIJVEN
- PC 327.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE VLAAMSE SECTOR VAN DE BESCHUTTE WERKPLAATSEN, DE SOCIALE WERKPLAATSEN EN DE MAATWERKBEDRIJVEN
- PC 327.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE BESCHUTTE WERKPLAATSEN GESUBSIDIEERD DOOR DE FRANSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE