PC 329 — PARITAIR COMITE VOOR DE SOCIO-CULTURELE SECTOR
Minimumloon dat wij toetsen
€ 2 061,78 per maand
PC 329 (socioculturele sector): 2.061,78 EUR/maand op 01/08/2026, stelsel van 38 u — het loon van dit comité wordt per PARITAIR SUBCOMITÉ vastgelegd, en dit is de laagste van de drie ondergrenzen: PSC 329.02 (subsector van de Duitstalige Gemeenschap, trappen 1 en 2 bij anciënniteit 0). De twee andere liggen hoger: 2.169,18 EUR/maand voor PSC 329.01 (Vlaamse Gemeenschap) en 2.112,32 EUR/maand voor PSC 329.03 (federale en bicommunautaire organisaties), laatst bevestigd bedrag op 01/12/2023 en sindsdien geïndexeerd op de verhogingen van het interprofessioneel minimuminkomen. Bepaal uw subcomité: het geeft bijna altijd recht op meer. Dit barema ligt onder het gewaarborgd minimuminkomen van cao nr. 43, dat daarbovenop verschuldigd blijft.
Bron: Databank "Minimumlonen" van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, subsector 3290240 van PSC 329.02 (administratieve primaire bron) — de laagste van de drie ondergrenzen van de paritaire subcomités van PC 329, sectie 1 « RÉGIME (sur base hebdomadaire) : 38h », tabel « RÉMUNÉRATIONS MENSUELLES MINIMUMS », trappen 1 en 2, anciënniteit 0 (neerlegging 177584) — van kracht op 2026-08-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR COMITE VOOR DE SOCIO-CULTURELE SECTOR
- Registercode : 3290000
- Statuten : arbeiders en bedienden
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Referteperiode : het gemiddelde van 38 uur wordt berekend over een semester, waarvan het begin en het einde in het arbeidsreglement worden vastgesteld ; bij ontstentenis, van 1 februari tot 31 juli en van 1 augustus tot 31 januari
De normale wekelijkse arbeidsduur wordt vastgesteld op gemiddeld 38 uren. Het stelsel van de 38 uren wordt toegepast via een aanpassing van de wekelijkse arbeidsduur en/of via de toekenning van compenserende verlofdagen. De overeenkomst is van toepassing op alle werkgevers en werknemers van de organisaties die onder het Paritair Comité voor de socio-culturele sector ressorteren, met uitzondering van de werknemers wier plaats van tewerkstelling buiten België is gelegen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 31 mars 1999 relative à la fixation de la durée du travail et de ses modalités dans le secteur socio-culturel, art. 1er et 4 — en vigueur depuis le 30 décembre 1998, à durée indéterminée · dépôt 51076/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 11 mai 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 avril 2004 · gelezen op 2026-09-06
De grenzen van de arbeidsduur vastgesteld bij de artikelen 19 en 20 van de arbeidswet van 16 maart 1971, of bij collectieve arbeidsovereenkomst, mogen worden overschreden op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur, berekend over een periode van een semester, gemiddeld de bij wet of bij collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde arbeidsduur niet overschrijdt. Het begin en het einde van de referteperiode van een semester worden in het arbeidsreglement vastgesteld ; bij ontstentenis wordt onder semester verstaan de periode van 1 februari tot 31 juli en die van 1 augustus tot 31 januari. In geen geval mag de arbeidsduur elf uren per dag en vijftig uren per week overschrijden. Die afwijkingen gelden enkel voor de werknemers die activiteiten uitoefenen die niet kunnen worden uitgesteld of op een ander ogenblik worden verricht, en die worden bepaald bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — A.R. du 16 juin 1999 relatif à la durée du travail et à l'occupation des travailleurs la nuit, le dimanche et les jours fériés dans le secteur socio-culturel, art. 2 et 3 · NUMAC 1999012383 · M.B. du 24 juillet 1999, p. 27945 · gelezen op 2026-09-06
De inhaalrust waarop de op zondag tewerkgestelde werknemers recht hebben, wordt toegekend binnen de vier weken die volgen op de zondag waarop zij werden tewerkgesteld. De duur ervan is gelijk aan die van de op zondag verrichte prestaties ; dezelfde regel geldt voor de inhaalrust voor prestaties verricht op een feestdag.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — A.R. du 16 juin 1999 relatif à la durée du travail et à l'occupation des travailleurs la nuit, le dimanche et les jours fériés dans le secteur socio-culturel, art. 6 et 7 · NUMAC 1999012383 · M.B. du 24 juillet 1999, p. 27945 · gelezen op 2026-09-06
Het aantal zondagen dat een werknemer in de loop van het kalenderjaar presteert, mag niet meer dan tien bedragen. Dat aantal kan worden gebracht op dertien in de centra erkend krachtens het door de overeenkomst bedoelde decreet van de Vlaamse Gemeenschap, en op zesentwintig voor de activiteiten en subsectoren die zij opsomt, onder meer de sportcentra en sportclubs, de activiteiten verbonden aan de productie en de verspreiding van de actualiteit in niet-commerciële radio's en televisies, de organisaties voor niet-commercieel toerisme die gewoonlijk publiek ontvangen op zondag, en de jeugdcentra, jeugdhuizen en jeugdorganisaties die gewoonlijk publiek ontvangen op zondag. In alle gevallen wordt één niet-gepresteerde zondag per maand gewaarborgd, behalve voor de niet-professionele sportbeoefenaars, hun scheidsrechters en begeleiders, en in het niet-commercieel toerisme. Die grenzen kunnen voor specifieke activiteiten enkel worden overschreden met het akkoord van het paritair comité.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 octobre 1999 relative aux modalités d'application de la durée du travail, du travail de nuit, du dimanche et des jours fériés, art. 8 — en vigueur depuis le 3 août 1999, à durée indéterminée, modifiée par la CCT du 25 mars 2005 (dépôt 74736/CO/329, A.R. du 21 novembre 2005) qui étend les régimes dérogatoires aux musées, aux institutions muséales et à leurs services éducatifs · dépôt 55991/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 11 février 2005, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 janvier 2005 · gelezen op 2026-09-06
In toepassing van artikel 29, § 4, van de arbeidswet van 16 maart 1971 kan de werkgever het overloon verschuldigd voor overwerk geheel of gedeeltelijk omzetten in inhaalrust, na overleg met de werknemer. Wanneer het overloon van een overuur volledig in inhaalrust wordt omgezet, geeft elk overuur dat aanleiding geeft tot een overloon van 50 procent recht op ten minste een half uur rust, en geeft elk uur gepresteerd op een zondag of een feestdag dat aanleiding geeft tot een overloon van 100 procent recht op ten minste één uur rust.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 octobre 1999 relative aux modalités d'application de la durée du travail, du travail de nuit, du dimanche et des jours fériés, art. 9 · dépôt 55991/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 11 février 2005, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 janvier 2005 · gelezen op 2026-09-06
Aan de werknemers tewerkgesteld in de afwijkende kaders van het koninklijk besluit van 16 juni 1999 wordt een compensatie van 20 procent per uur toegekend voor de arbeid gepresteerd op zondag, op feestdagen, 's nachts, of in uurroosters die 9 uur per dag of 40 uur per week overschrijden. De compensaties toegekend krachtens die stelsels kunnen niet met elkaar worden gecumuleerd, noch met de compensaties voor overwerk. De werkgever kan die compensatie toekennen hetzij in inhaalrust, hetzij in overloon, na overleg met de werknemer ; de op die basis toegekende inhaalrust wordt beschouwd als normale arbeidstijd, zowel voor de berekening van het loon als van de arbeidstijd, en wordt toegekend binnen de zes maanden die op de prestaties volgen. Een collectieve arbeidsovereenkomst of het arbeidsreglement kan voorzien in de toekenning van minstens gelijkwaardige voordelen in een ander berekeningssysteem. Voorlopig worden die compensaties beperkt tot zes dagen per werknemer en per jaar, of het equivalent ervan in overloon.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 octobre 1999 relative aux modalités d'application de la durée du travail, du travail de nuit, du dimanche et des jours fériés, art. 10 · dépôt 55991/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 11 février 2005, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 janvier 2005 · gelezen op 2026-09-06
Een nieuwe arbeidsregeling die afwijkt van het verbod op zondagsarbeid, van het verbod op nachtarbeid, van de grenzen van de arbeidsduur bepaald in de artikelen 19, eerste lid, 20, 20bis en 27 van de arbeidswet van 16 maart 1971 — waarbij de dagelijkse arbeidsduur dan niet meer dan twaalf uren mag bedragen — van de dagelijkse rusttijd van artikel 38ter — teruggebracht tot ten minste acht uren per periode van vierentwintig uur — en van de regels van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen, kan slechts in uitzonderlijke gevallen worden ingevoerd en volgens de procedure van de overeenkomst : een ondernemings-cao met alle in de syndicale afvaardiging vertegenwoordigde organisaties of, bij ontstentenis van een afvaardiging, een schriftelijk ontwerp meegedeeld aan elke werknemer met een opmerkingenregister dat veertien dagen ter beschikking wordt gehouden, gevolgd door een gemotiveerde aanvraag tot goedkeuring bij de voorzitter van het paritair comité, die enkel wordt goedgekeurd indien alle daarin vertegenwoordigde organisaties akkoord gaan.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mars 2000 relative à l'introduction de nouveaux régimes de travail, art. 3 à 7 · dépôt 54660/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 3 mai 2005, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 avril 2005 · gelezen op 2026-09-06
Wanneer met toepassing van de overeenkomst nieuwe arbeidsregelingen worden ingevoerd, wordt het loon van de werknemers betaald overeenkomstig artikel 9bis van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, en wordt de werknemer ingelicht over de staat van zijn prestaties ten opzichte van de dagelijks of wekelijks te verrichten arbeidsduur.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mars 2000 relative à l'introduction de nouveaux régimes de travail, art. 8 · dépôt 54660/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 3 mai 2005, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 avril 2005 · gelezen op 2026-09-06
Uitsluitend de organisaties waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in het Vlaamse Gewest, of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op voorwaarde dat zij bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid op de Nederlandse taalrol zijn ingeschreven — de werknemers in de leeftijdscategorie van 35 tot en met 44 jaar hebben recht op vijf bijkomende verlofdagen per jaar. Bij een onvolledig referentiejaar wordt het aantal dagen evenredig verminderd ; de afwezigheidsperiodes gedekt door een wettelijke loonwaarborg gelden als gewerkte periodes. Deeltijdse werknemers hebben er recht op in verhouding tot hun contractuele arbeidsduur. Die dagen worden degressief gecumuleerd met de bestaande bijkomende verlofdagen — betaalde verlofdagen bovenop de vier wettelijke weken, betaalde feestdagen buiten de tien wettelijke feestdagen, anciënniteitsverlofdagen en compensatiedagen ingevolge een collectieve arbeidsduurvermindering onder 38 uur per week : een voltijdse werknemer die recht heeft op minder dan tien bestaande dagen krijgt het totaal ervan gedeeld door twee, plus de vijf dagen ; wie al recht heeft op tien of meer bestaande dagen behoudt dat recht ongewijzigd.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 novembre 2000 concernant l'octroi de congé supplémentaire pour les travailleurs dans la catégorie d'âge de 35 à 44 ans dans le secteur socioculturel, art. 1er, 2 et 3 · dépôt 56209/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 30 octobre 2002, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 août 2002 · gelezen op 2026-09-06
Alle organisaties van het comité, met uitzondering van die welke onder het paritair subcomité voor de socio-culturele sector van de Franstalige en Duitstalige Gemeenschap en het Waalse Gewest vallen — een syndicale afvaardiging wordt op verzoek van een representatieve organisatie opgericht in de organisaties die ten minste 20 werknemers tewerkstellen, voor zover 50 procent van de werknemers daarom verzoekt. Het aantal afgevaardigden bedraagt 2 effectieven van 20 tot 34 werknemers, 2 effectieven en 1 plaatsvervanger van 35 tot 49 werknemers, 3 effectieven en 3 plaatsvervangers van 50 tot 99 werknemers, en 4 effectieven en 4 plaatsvervangers vanaf 100 werknemers. De organisaties die minder dan 20 werknemers tewerkstellen, worden uitgenodigd op vrijwillige basis een afvaardiging te organiseren.
Rubriek 13° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 31 mars 1999 fixant le statut de la délégation syndicale, art. 8, 9 et 11 — son art. 1er a été remplacé par la CCT du 4 décembre 2009 (dépôt 97543/CO/329, A.R. du 2 juillet 2010), qui en exclut les organisations de la SCP 329.02 · dépôt 51079/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 27 avril 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 16 mars 2004 · gelezen op 2026-09-06
Uitsluitend de organisaties waarvan de maatschappelijke zetel in het Waalse Gewest is gevestigd, of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wanneer zij erkend of gesubsidieerd zijn door de Franse Gemeenschap of door de Franse Gemeenschapscommissie, alsook de organisaties van buitenlands recht waarvan het werkingscentrum in het Waalse Gewest ligt — het recht op outplacement bedoeld in hoofdstuk V van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers wordt op sectorniveau georganiseerd ; de overeenkomst heft die van 20 november 2023 op.
Rubriek 4° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 juin 2024 relative à l'organisation du droit au reclassement professionnel et abrogation de la convention du 20 novembre 2023, art. 1er et 3 · dépôt 188641/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 6 janvier 2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 décembre 2024 · gelezen op 2026-09-06
Paritair comité 329 : de andere comités
Onder dit paritair comité vallen de volgende onderafdelingen:
- PC 329.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE SOCIO-CULTURELE SECTOR VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
- PC 329.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE SOCIO-CULTURELE SECTOR VAN DE FRANSTALIGE EN DUITSTALIGE GEMEENSCHAP EN HET WAALSE GEWEST
- PC 329.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE FEDERALE EN BICOMMUNAUTAIRE SOCIO-CULTURELE ORGANISATIES
Comités in dezelfde familie
- PC 329.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE SOCIO-CULTURELE SECTOR VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
- PC 329.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE SOCIO-CULTURELE SECTOR VAN DE FRANSTALIGE EN DUITSTALIGE GEMEENSCHAP EN HET WAALSE GEWEST
- PC 329.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE FEDERALE EN BICOMMUNAUTAIRE SOCIO-CULTURELE ORGANISATIES