PC 329.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE FEDERALE EN BICOMMUNAUTAIRE SOCIO-CULTURELE ORGANISATIES
Geen sectoraal barema toegepast
PC 329.03 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.
De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.
Wat de loonbrief berekent
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het minimumloon
- het flexiloon
- de uurpremies
- zondag en feestdagen
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE FEDERALE EN BICOMMUNAUTAIRE SOCIO-CULTURELE ORGANISATIES
- Registercode : 3290300
- Onder comité PC 329
- Statuten : arbeiders en bedienden
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Referteperiode : Het semester. Begin en einde ervan worden in het arbeidsreglement vastgesteld ; bij gebreke daaraan loopt het semester van 1 februari tot 31 juli en van 1 augustus tot 31 januari.
De normale wekelijkse arbeidsduur wordt vastgesteld op gemiddeld 38 uren. De toepassing van de 38-urenweek gebeurt via een aanpassing van de wekelijkse arbeidsduur, via het invoeren van extra-verlofdagen, of via beide. Het arbeidsreglement moet dus een normale en een maximale wekelijkse arbeidsduur vermelden die met dat gemiddelde verenigbaar zijn en, wanneer de werkgever voor de weg van de compensatiedagen kiest, de regeling ervan dragen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 31 mars 1999 relative à la fixation de la durée du travail et de ses modalités dans le secteur socio-culturel, conclue au sein de la CP 329 (commission mère), art. 4 — effet au 30 décembre 1998, durée indéterminée avec préavis de six mois (art. 6) ; champ d'application : tous les employeurs et travailleurs des organisations relevant de la CP 329, à l'exception des travailleurs dont le lieu de travail est situé hors de Belgique · dépôt 51076/CO/329 · avis de dépôt au M.B. du 27 juillet 1999, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 avril 2004, M.B. du 11 mai 2004 · gelezen op 2026-09-06
De grenzen van de arbeidsduur bepaald bij de artikelen 19 en 20 van de arbeidswet van 16 maart 1971, of bij de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst, mogen worden overschreden op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur, berekend over een periode van een semester, gemiddeld niet hoger ligt dan de arbeidsduur vastgesteld bij de wet of bij de collectieve arbeidsovereenkomst. Het begin en het einde van de referteperiode van een semester worden vastgesteld in het arbeidsreglement ; bij gebreke hieraan verstaat men onder semester de periode die loopt van 1 februari tot 31 juli en van 1 augustus tot 31 januari. De arbeidsduur mag in geen geval elf uren per dag en vijftig uren per week overschrijden. Die afwijkingen gelden enkel voor de werknemers die de activiteiten uitoefenen die bij collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in het paritair comité, worden bepaald.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — A.R. du 16 juin 1999 relatif à la durée du travail et à l'occupation des travailleurs la nuit, le dimanche et les jours fériés dans le secteur socio-culturel, art. 1er et art. 3 §§ 1er à 3 — texte consolidé lu sur Justel, sans aucune modification depuis sa publication ; relayé par l'art. 4 de la CCT du 25 octobre 1999 conclue au sein de la CP 329 (dépôt 55991/CO/329, A.R. du 9 janvier 2005, M.B. du 11 février 2005), qui calcule la moyenne de 38 heures sur cette période de référence · NUMAC 1999012383 · M.B. du 24 juillet 1999, p. 27945 · gelezen op 2026-09-06
Het aantal zondagen waarop een werknemer tijdens het burgerlijk jaar arbeid kan verrichten mag tien niet overschrijden. Dat aantal wordt op dertien gebracht voor de verenigingen voor volksontwikkeling erkend bij decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 19 april 1995, en op zesentwintig voor de vorming van kaderleden en de vormingsinstellingen, de culturele centra, de activiteiten verbonden aan de productie en de verspreiding van de actualiteitsberichtgeving via niet-commerciële radio en televisie, de sportcentra en -clubs, de niet-commerciële toeristische organisaties en de jeugdcentra, jeugdhuizen en jeugdorganisaties die gewoonlijk publiek ontvangen op zondag. In ieder geval wordt één vrije zondag per maand gewaarborgd, behoudens voor de niet-professionele sportbeoefenaars, hun scheidsrechters en begeleiders en in de deelsector van het niet-commerciële toerisme. Die grenzen kunnen enkel met het akkoord van het paritair comité worden overschreden. De inhaalrust voor zondagsarbeid wordt toegekend binnen de vier weken die erop volgen, voor een duur gelijk aan de verrichte prestaties ; dezelfde regel geldt voor een gewerkte feestdag.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 octobre 1999 relative aux modalités d'application de la durée du travail, du travail de nuit, du dimanche et des jours fériés, conclue au sein de la CP 329, art. 7 et 8 — prise en exécution des art. 4 à 7 de l'A.R. du 16 juin 1999 ; effet au 3 août 1999, durée indéterminée ; modifiée par la CCT du 25 mars 2005 (dépôt 74736/CO/329, A.R. du 21 novembre 2005, M.B. du 14 décembre 2005), qui y ajoute les musées, les institutions muséales et leurs services éducatifs · dépôt 55991/CO/329 · avis de dépôt au M.B. du 9 février 2001, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 janvier 2005, M.B. du 11 février 2005 · gelezen op 2026-09-06
In toepassing van artikel 29 § 4 van de arbeidswet van 16 maart 1971 kan de werkgever, na overleg met de werknemer, de toeslag voor overwerk geheel of gedeeltelijk omzetten in inhaalrust : bij volledige omzetting geeft elk uur overwerk vergoed tegen 50 % recht op ten minste een half uur inhaalrust, en elk uur gepresteerd op een zon- of feestdag vergoed tegen 100 % recht op ten minste één uur. De werknemers die in de afwijkende regelingen zijn tewerkgesteld krijgen bovendien een compensatie van 20 % per uur voor arbeid op zondag, op een feestdag, 's nachts of boven negen uur per dag of veertig uur per week ; de werkgever kent die na overleg toe als inhaalrust of als toeslag, waarbij die inhaalrust als normale arbeidstijd geldt zowel voor het loon als voor de arbeidsduur, en ten laatste binnen zes maanden na de te compenseren prestatie wordt opgenomen. Die compensaties zijn onderling niet cumuleerbaar. Een collectieve arbeidsovereenkomst of het arbeidsreglement kan andere maar minstens gelijkwaardige compensaties vastleggen volgens een ander systeem van berekening ; de compensaties zijn voorlopig beperkt tot maximum zes dagen, of hun equivalent in toeslagen, per werknemer en per jaar.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 octobre 1999 relative aux modalités d'application de la durée du travail, du travail de nuit, du dimanche et des jours fériés, conclue au sein de la CP 329, chapitre 5, art. 9 et 10 — effet au 3 août 1999, durée indéterminée · dépôt 55991/CO/329 · avis de dépôt au M.B. du 9 février 2001, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 janvier 2005, M.B. du 11 février 2005 · gelezen op 2026-09-06
De invoering van een nieuwe arbeidsregeling laat bij uitzondering toe af te wijken van het verbod van zondagsarbeid, van het verbod van nachtarbeid, van de grenzen van de arbeidsduur van de artikelen 19 eerste lid, 20, 20bis en 27 van de arbeidswet van 16 maart 1971 — zonder dat de dagelijkse arbeidsduur twaalf uur mag overschrijden — en van de dagelijkse rust van artikel 38ter, mits ten minste acht uur rust per tijdvak van vierentwintig uur. De procedure verloopt via een ondernemingsovereenkomst wanneer er een syndicale afvaardiging bestaat ; bij ontstentenis daarvan via de mededeling aan elke werknemer van een geschreven ontwerp dat ten minste de hen aanbelangende bepalingen, de arbeidsduur, de arbeidstijden, de rusttijden, de modaliteiten inzake loonbetaling en de positieve gevolgen voor de tewerkstelling bevat, met een opmerkingenregister dat gedurende veertien dagen ter beschikking wordt gehouden. In beide gevallen moet een gemotiveerde aanvraag binnen vier maanden eenparig door het paritair comité worden goedgekeurd. In afwijking van de artikelen 11 en 12 van de wet van 8 april 1965 worden de bepalingen die het arbeidsreglement wijzigen erin ingevoerd zodra de overeenkomst op de griffie werd neergelegd en door het paritair comité werd goedgekeurd, zonder de gewone wijzigingsprocedure. Vervolgens mag er individueel niet worden afgeweken van het aldus gewijzigde arbeidsreglement. Het loon wordt betaald overeenkomstig artikel 9bis van de wet van 12 april 1965, en de werknemer wordt overeenkomstig artikel 9quater van dezelfde wet ingelicht over de staat van zijn prestaties ten opzichte van de dagelijkse en wekelijkse arbeidsduur die hij moet verrichten.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mars 2000 relative à l'introduction de nouveaux régimes de travail, conclue au sein de la CP 329, art. 4 à 8 — conclue dans le cadre de la loi du 17 mars 1987 et des CCT n° 42 et n° 42 bis du Conseil national du travail ; effet au 24 mars 2000, durée indéterminée avec préavis de six mois ; ne s'applique pas aux postes de direction ou de confiance · dépôt 54660/CO/329 · avis de dépôt au M.B. du 21 avril 2000, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 avril 2005, M.B. du 3 mai 2005 · gelezen op 2026-09-06
Aan het personeel wordt een gewaarborgd minimum maandloon verzekerd, vastgesteld op een gefaseerd basisbedrag van 1 440,67 euro op 1 juli 2009, 1 459,86 euro op 1 januari 2010 en 1 473,61 euro op 1 januari 2011. Dat bedrag wordt gekoppeld aan de index zoals bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 maart 1997 afgesloten in het paritair comité voor de socio-culturele sector, en alle conventionele verhogingen die in de Nationale Arbeidsraad zijn overeengekomen ter verbetering van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen van overeenkomst nr. 43 zijn er eveneens op van toepassing. Om het minimumuurloon te berekenen wordt het gewaarborgd minimum maandloon vermenigvuldigd met 3 en gedeeld door 494, waarbij het resultaat op drie decimalen wordt afgerond en vanaf vijf naar de hogere eenheid wordt afgerond. Het gewaarborgd minimum maandloon is een recht waarop elke werknemer zich kan beroepen, ongeacht de toekenning van premies, toelagen, vergoedingen en toeslagen, van welke aard ook. Voor een deeltijdse werknemer wordt het evenredig met de duur van de maandelijkse prestatie berekend. De drie bovenstaande bedragen zijn basisbedragen van 2009 tot 2011 : het werkelijk verschuldigde minimum is het geïndexeerde bedrag.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 juin 2009 concernant le salaire minimum garanti / Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2009 m.b.t. het gewaarborgd minimumloon, conclue au sein de la SCP 329.03, art. 2 à 4 — effet au 1er juillet 2009, durée indéterminée avec préavis de trois mois. La convention d'indexation du 20 mars 1997 qu'elle vise est antérieure au 1er décembre 1998, date à laquelle commence le registre du SPF Emploi : elle n'a pas été ouverte, et aucun montant indexé n'est donc servi ici. · dépôt 95183/CO/329.03 · avis de dépôt au M.B. du 4 novembre 2009, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 mars 2010, M.B. du 30 juin 2010 · gelezen op 2026-09-06
Het arbeidsreglement van een organisatie van dit subcomité moet naar beide paritaire organen verwijzen, en niet enkel naar het nummer 329.03 : het Paritair Comité voor de sociaal-culturele sector (PC 329) voor de overeenkomsten van 31 maart 1999 (arbeidsduur), van 25 oktober 1999 en 25 maart 2005 (modaliteiten inzake arbeidsduur, nachtarbeid, zondag en feestdagen), van 24 maart 2000 (nieuwe arbeidsregelingen) en van 31 maart 1999 zoals gewijzigd op 4 december 2009 (statuut van de syndicale afvaardiging) ; en het Paritair Subcomité voor de federale en bicommunautaire socio-culturele organisaties (PSC 329.03) voor de overeenkomst van 30 juni 2009 over het gewaarborgd minimumloon. De in het paritair comité voor de sociaal-culturele sector gesloten overeenkomsten die op 26 januari 2001 nog van toepassing waren, zijn integraal van toepassing op de bedoelde werkgevers en werknemers.
Rubriek 16° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — A.R. du 21 septembre 2004 instituant des sous-commissions paritaires pour le secteur socioculturel, art. 2 al. 3 et art. 3 — l'art. 3 dispense les conventions des sous-commissions d'une approbation par la commission mère, sans rien abroger ; et CCT du 6 septembre 2001 conclue au sein de la CP 329, art. 2 (dépôt 59088/CO/329, A.R. du 22 juin 2003, M.B. du 21 novembre 2003, durée indéterminée), pris en application de l'art. 27 de la loi du 5 décembre 1968 · NUMAC 2004012273 · M.B. du 30 septembre 2004, p. 69748 · gelezen op 2026-09-06
Paritair comité 329 : de andere comités
PC 329.03 is een onderafdeling van paritair comité 329. Dezelfde familie telt: