mijnloonbrief.be

PC 329.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE SOCIO-CULTURELE SECTOR VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

Minimumloon dat wij toetsen

€ 2 169,18 per maand

PSC 329.01 (socioculturele sector, Vlaamse Gemeenschap): 2.169,18 EUR/maand op 01/08/2026, baremieke structuur (2) bij anciënniteit 0, stelsel van 38 u — het laagste gepubliceerde vakje, en het staat er twee keer, bij de subsectoren « integratiecentra » (3290104) en « organisaties met Sociale Maribel-middelen voor directieondersteuning » (3290106). Het sociaal-cultureel werk (3290103) begint op 2.235,28 EUR/maand. ⚠️ Zeven andere subsectoren van de PSC hebben geen door de FOD gepubliceerd rooster, waaronder de door de VDAB gesubsidieerde beroepsopleiding: haar enige gekende waarde is 1.926,22 EUR/maand (schaal L4) op 01/12/2022, en haar huidige waarde wordt nergens gepubliceerd. Behoort u tot een van die subsectoren, controleer dan uw barema bij het sectorfonds (VIA6). Dit barema ligt onder het gewaarborgd minimuminkomen van cao nr. 43, dat daarbovenop verschuldigd blijft.

Bron: Databank "Minimumlonen" van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, subsectoren 3290104 en 3290106 van PSC 329.01 (administratieve primaire bron) — twee afzonderlijke pagina's die hetzelfde bedrag publiceren, die de CAO's 178366 en 178367 van 26/01/2023 consolideren, sectie 1.2 « Structure barémique (2) », anciënniteit 0, regime 38 u — identiek overgenomen door de twee subsectoren (neerlegging 178366) — van kracht op 2026-08-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de sectorale bijdragen
  • de vermeldingen op de afrekening
  • de DmfA

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE SOCIO-CULTURELE SECTOR VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
  • Registercode : 3290100
  • Onder comité PC 329
  • Statuten : arbeiders en bedienden

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur

Referteperiode : het gemiddelde van 38 uur wordt berekend over een semester, waarvan het begin en het einde in het arbeidsreglement worden vastgesteld ; bij ontstentenis, van 1 februari tot 31 juli en van 1 augustus tot 31 januari

De normale wekelijkse arbeidsduur wordt vastgesteld op gemiddeld 38 uren. Het stelsel van de 38 uren wordt toegepast via een aanpassing van de wekelijkse arbeidsduur en/of via de toekenning van compenserende verlofdagen. De overeenkomst is van toepassing op alle werkgevers en werknemers van de organisaties die onder het Paritair Comité voor de socio-culturele sector ressorteren, met uitzondering van de werknemers wier plaats van tewerkstelling buiten België is gelegen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 31 mars 1999 relative à la fixation de la durée du travail et de ses modalités dans le secteur socio-culturel, art. 1er et 4 — conclue au sein de la CP 329, en vigueur depuis le 30 décembre 1998, à durée indéterminée · dépôt 51076/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 11 mai 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 avril 2004 · gelezen op 2026-09-06

De conventionele arbeidsduur in de socioculturele sector blijft behouden op 38 uur gemiddeld per week. Vanaf de maand waarin zij de leeftijd van 55 jaar bereiken, hebben de voltijdse werknemers recht op een vrijstelling van arbeidsprestaties naar rato van een gemiddelde arbeidsduur van 32 uur per week, met behoud van loon. Die vrijstelling, onder de grens van 38 uur per week, wordt gerealiseerd door middel van compensatiedagen : in een volledig, voltijds gewerkt jaar staat één uur vrijstelling per week voor zes compensatiedagen, waarbij periodes van afwezigheid waarvoor een wettelijke loonwaarborg geldt als gewerkte periodes worden beschouwd. Deeltijdse werknemers hebben er recht op in verhouding tot hun contractuele arbeidsduur. Die compensatiedagen kunnen worden omgezet in dagdelen of in uren worden opgenomen, hetzij bij ondernemings-cao, hetzij bij schriftelijk akkoord tussen werkgever en werknemer.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 novembre 2006 relative à la dispense de prestations de travail pour les travailleurs âgés, art. 1er, 3 et 4 — conclue au sein de la SCP 329.01, à durée indéterminée · dépôt 81531/CO/329.01 · A.R. publié au M.B. du 11 juillet 2008, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 18 mai 2008 · gelezen op 2026-09-06

De grenzen van de arbeidsduur vastgesteld bij de artikelen 19 en 20 van de arbeidswet van 16 maart 1971, of bij collectieve arbeidsovereenkomst, mogen worden overschreden op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur, berekend over een periode van een semester, gemiddeld de bij wet of bij collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde arbeidsduur niet overschrijdt. Het begin en het einde van de referteperiode van een semester worden in het arbeidsreglement vastgesteld ; bij ontstentenis wordt onder semester verstaan de periode van 1 februari tot 31 juli en die van 1 augustus tot 31 januari. In geen geval mag de arbeidsduur elf uren per dag en vijftig uren per week overschrijden. Die afwijkingen gelden enkel voor de werknemers die activiteiten uitoefenen die niet kunnen worden uitgesteld of op een ander ogenblik worden verricht, en die worden bepaald bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — A.R. du 16 juin 1999 relatif à la durée du travail et à l'occupation des travailleurs la nuit, le dimanche et les jours fériés dans le secteur socio-culturel, art. 2 et 3 · NUMAC 1999012383 · M.B. du 24 juillet 1999, p. 27945 · gelezen op 2026-09-06

De inhaalrust waarop de op zondag tewerkgestelde werknemers recht hebben, wordt toegekend binnen de vier weken die volgen op de zondag waarop zij werden tewerkgesteld. De duur ervan is gelijk aan die van de op zondag verrichte prestaties ; dezelfde regel geldt voor de inhaalrust voor prestaties verricht op een feestdag.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — A.R. du 16 juin 1999 relatif à la durée du travail et à l'occupation des travailleurs la nuit, le dimanche et les jours fériés dans le secteur socio-culturel, art. 6 et 7 · NUMAC 1999012383 · M.B. du 24 juillet 1999, p. 27945 · gelezen op 2026-09-06

Het aantal zondagen dat een werknemer in de loop van het kalenderjaar presteert, mag niet meer dan tien bedragen. Dat aantal kan worden gebracht op dertien in de centra erkend krachtens het door de overeenkomst bedoelde decreet van de Vlaamse Gemeenschap, en op zesentwintig voor de activiteiten en subsectoren die zij opsomt, onder meer de sportcentra en sportclubs, de activiteiten verbonden aan de productie en de verspreiding van de actualiteit in niet-commerciële radio's en televisies, de organisaties voor niet-commercieel toerisme die gewoonlijk publiek ontvangen op zondag, en de jeugdcentra, jeugdhuizen en jeugdorganisaties die gewoonlijk publiek ontvangen op zondag. In alle gevallen wordt één niet-gepresteerde zondag per maand gewaarborgd, behalve voor de niet-professionele sportbeoefenaars, hun scheidsrechters en begeleiders, en in het niet-commercieel toerisme. Die grenzen kunnen voor specifieke activiteiten enkel worden overschreden met het akkoord van het paritair comité.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 octobre 1999 relative aux modalités d'application de la durée du travail, du travail de nuit, du dimanche et des jours fériés, art. 8 — conclue au sein de la CP 329, à durée indéterminée · dépôt 55991/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 11 février 2005, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 janvier 2005 · gelezen op 2026-09-06

Aan de werknemers tewerkgesteld in de afwijkende kaders van het koninklijk besluit van 16 juni 1999 wordt een compensatie van 20 procent per uur toegekend voor de arbeid gepresteerd op zondag, op feestdagen, 's nachts, of in uurroosters die 9 uur per dag of 40 uur per week overschrijden. Die compensaties kunnen niet met elkaar worden gecumuleerd, noch met de compensaties voor overwerk. De werkgever kan ze toekennen hetzij in inhaalrust, hetzij in overloon, na overleg met de werknemer ; de op die basis toegekende inhaalrust wordt beschouwd als normale arbeidstijd, zowel voor de berekening van het loon als van de arbeidstijd, en wordt toegekend binnen de zes maanden die op de prestaties volgen. Een collectieve arbeidsovereenkomst of het arbeidsreglement kan voorzien in de toekenning van minstens gelijkwaardige voordelen in een ander berekeningssysteem. Voorlopig worden die compensaties beperkt tot zes dagen per werknemer en per jaar, of het equivalent ervan in overloon.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 octobre 1999 relative aux modalités d'application de la durée du travail, du travail de nuit, du dimanche et des jours fériés, art. 9 et 10 — conclue au sein de la CP 329 · dépôt 55991/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 11 février 2005, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 janvier 2005 · gelezen op 2026-09-06

Een nieuwe arbeidsregeling die afwijkt van het verbod op zondagsarbeid, van het verbod op nachtarbeid, van de grenzen van de arbeidsduur bepaald in de artikelen 19, eerste lid, 20, 20bis en 27 van de arbeidswet van 16 maart 1971 — waarbij de dagelijkse arbeidsduur dan niet meer dan twaalf uren mag bedragen — van de dagelijkse rusttijd van artikel 38ter — teruggebracht tot ten minste acht uren per periode van vierentwintig uur — en van de regels van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen, kan slechts in uitzonderlijke gevallen worden ingevoerd en volgens de procedure van de overeenkomst : een ondernemings-cao met alle in de syndicale afvaardiging vertegenwoordigde organisaties of, bij ontstentenis van een afvaardiging, een schriftelijk ontwerp meegedeeld aan elke werknemer met een opmerkingenregister dat veertien dagen ter beschikking wordt gehouden, gevolgd door een gemotiveerde aanvraag tot goedkeuring bij de voorzitter van het paritair comité.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mars 2000 relative à l'introduction de nouveaux régimes de travail, art. 3 à 7 — conclue au sein de la CP 329 · dépôt 54660/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 3 mai 2005, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 avril 2005 · gelezen op 2026-09-06

Onverminderd de algemene regelgeving inzake jaarlijkse vakantie heeft elke werknemer die erom verzoekt het recht op een minimumperiode van drie aaneensluitende weken vakantie tijdens het kalenderjaar, met inbegrip van de drie weekends die aan die periode vasthangen. Die toekenning kan slechts uitzonderlijk worden beperkt om organisatorische redenen van de diensten, namelijk om de aanwezigheid te verzekeren van het omkaderingspersoneel dat onmisbaar is voor de werking van de dienst, nadat een beroep werd gedaan op alle beschikbare ondersteunings- of vervangingsmogelijkheden tijdens de betrokken periode. Om de continuïteit van de dienstverlening te verzekeren moet de verlofplanning tijdig worden opgesteld, via afspraken in de ondernemingsraad, het comité voor preventie en bescherming op het werk of met de syndicale afvaardiging en de werkgever of, bij ontstentenis, in het arbeidsreglement.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 8 novembre 2021 relative aux vacances annuelles, art. 3, 4 et 6 — en vigueur le 1er janvier 2022, à durée indéterminée ; elle abroge la CCT du 16 décembre 2019 (dépôt 156845/CO/329.01) · dépôt 168614/CO/329.01 · A.R. publié au M.B. du 4 mai 2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 mars 2022 · gelezen op 2026-09-06

Uitsluitend de artistieke werknemers en medewerkers die per taak worden betaald — de taakloonvergoeding hangt af van de totale belasting van de geleverde prestatie, met inbegrip van de individuele voorbereiding, veeleer dan van het aantal werkelijk gepresteerde uren. Er is geen sprake van taakloon indien het brutoloon gelijk is aan of lager dan het aantal uren van het werkrooster vermenigvuldigd met het uurloon van de sectorale loonschalen. De overeenkomst mag een werkrooster bevatten zonder dat dit taakloon uitsluit, aangezien het rooster dan slechts een deel van de volledige prestatie dekt. Vier voorwaarden moeten vervuld zijn : een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst onder artikel 1bis van de wet van 27 juni 1969, de uitdrukkelijke vermelding van het taakloon als wijze van bezoldiging, het artistieke karakter van de prestatie in de zin van dat artikel 1bis, en de opname van de opdracht of de taak in de overeenkomst. Ontbreekt er één, dan gelden de lonen van de sectorale of ondernemings-cao's.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 juin 2019 visant à préciser le concept de « rémunération à la tâche » dans le secteur, art. 2, 4, 5 et 7 — à durée indéterminée · dépôt 152796/CO/329.01 · A.R. publié au M.B. du 13 décembre 2019, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 novembre 2019 · gelezen op 2026-09-06

De werkgevers verbinden zich ertoe de werknemers de mogelijkheid te geven een opleiding te volgen tijdens hun arbeidstijd. De opleiding kan worden gevolgd tijdens het gewone werkrooster of daarbuiten ; in dat laatste geval geven de uren die overeenstemmen met de duur van de opleiding recht op de betaling van het normale loon, zonder aanleiding te geven tot overloon. Een collectieve opleidingstijd op ondernemingsniveau wordt aan de werknemers toegekend : gemiddeld twee dagen per voltijds equivalent en per jaar, gebracht op 2,5 dagen vanaf 1 januari 2022, 3 dagen in 2023, 3,5 dagen in 2024, 4 dagen in 2025, 4,5 dagen in 2026 en 5 dagen vanaf 1 januari 2027. Die opleidingstijd wordt opgenomen in het kader van het opleidingsplan van de onderneming, dat jaarlijks wordt opgesteld in overleg met de syndicale afvaardiging, het comité voor preventie en bescherming op het werk of de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, met de werknemers.
Rubriek 18° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 8 novembre 2021 relative à la formation, art. 3 à 7 — conclue en exécution du Vlaams Intersectoraal Akkoord « VIA 6 » du 30 mars 2021 · dépôt 168613/CO/329.01 · A.R. publié au M.B. du 10 mai 2022, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 23 mars 2022 · gelezen op 2026-09-06

Een syndicale afvaardiging wordt op verzoek van een representatieve organisatie opgericht in de organisaties die ten minste 20 werknemers tewerkstellen, voor zover 50 procent van de werknemers daarom verzoekt. Het aantal afgevaardigden bedraagt 2 effectieven van 20 tot 34 werknemers, 2 effectieven en 1 plaatsvervanger van 35 tot 49 werknemers, 3 effectieven en 3 plaatsvervangers van 50 tot 99 werknemers, en 4 effectieven en 4 plaatsvervangers vanaf 100 werknemers. De organisaties die minder dan 20 werknemers tewerkstellen, worden uitgenodigd op vrijwillige basis een afvaardiging te organiseren.
Rubriek 13° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 31 mars 1999 fixant le statut de la délégation syndicale, art. 8, 9 et 11 — conclue au sein de la CP 329 ; son art. 1er, remplacé par la CCT du 4 décembre 2009 (dépôt 97543/CO/329, A.R. du 2 juillet 2010), n'exclut que les organisations de la SCP 329.02 · dépôt 51079/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 27 avril 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 16 mars 2004 · gelezen op 2026-09-06

Uitsluitend de organisaties waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is in het Vlaamse Gewest, of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op voorwaarde dat zij bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid op de Nederlandse taalrol zijn ingeschreven — de werknemers in de leeftijdscategorie van 35 tot en met 44 jaar hebben recht op vijf bijkomende verlofdagen per jaar. Bij een onvolledig referentiejaar wordt het aantal dagen evenredig verminderd ; de afwezigheidsperiodes gedekt door een wettelijke loonwaarborg gelden als gewerkte periodes. Deeltijdse werknemers hebben er recht op in verhouding tot hun contractuele arbeidsduur. Die dagen worden degressief gecumuleerd met de bestaande bijkomende verlofdagen — betaalde verlofdagen bovenop de vier wettelijke weken, betaalde feestdagen buiten de tien wettelijke feestdagen, anciënniteitsverlofdagen en compensatiedagen ingevolge een collectieve arbeidsduurvermindering onder 38 uur per week.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 novembre 2000 concernant l'octroi de congé supplémentaire pour les travailleurs dans la catégorie d'âge de 35 à 44 ans dans le secteur socioculturel, art. 1er, 2 et 3 — conclue au sein de la CP 329 · dépôt 56209/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 30 octobre 2002, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 août 2002 · gelezen op 2026-09-06

Structureel telewerk en thuiswerk zijn het voorwerp van een sectoraal kader dat geen afbreuk doet aan de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk, noch aan de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 85 en nr. 149 van de Nationale Arbeidsraad. Op ondernemingsniveau heeft het sociaal overleg ten minste betrekking op de afbakening van de functies die in aanmerking komen, het principe van vrijwilligheid van beide zijden dat uitmondt in een schriftelijk akkoord of een bijlage bij de arbeidsovereenkomst, de noodzakelijke minimale aanwezigheid op de arbeidsplaats, de frequentie van het thuiswerk, en het overeengekomen uurrooster en de arbeidstijd tijdens het thuiswerk.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 mai 2022 portant exécution de l'accord cadre intersectoriel concernant le télétravail et le travail à domicile structurel, art. 3 à 5 · dépôt 174457/CO/329.01 · A.R. publié au M.B. du 21 avril 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 16 février 2023 · gelezen op 2026-09-06

Paritair comité 329 : de andere comités

PC 329.01 is een onderafdeling van paritair comité 329. Dezelfde familie telt:

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 329.01

Comités in dezelfde familie