PC 329.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE SOCIO-CULTURELE SECTOR VAN DE FRANSTALIGE EN DUITSTALIGE GEMEENSCHAP EN HET WAALSE GEWEST
Minimumloon dat wij toetsen
€ 13,13 per uur · € 2 061,78 per maand
PSC 329.02: 2.061,78 EUR/maand op 01/08/2026, trappen 1 en 2 bij anciënniteit 0, stelsel van 38 u — het laagste vakje van de vier subsectoren, dat van de Duitstalige Gemeenschap (3290240); de drie andere publiceren 13,66 EUR/u (Franse Gemeenschap), 13,7020 EUR/u (COCOF) en 15,1590 EUR/u (Waals Gewest). Tot 31/07/2026: niveau 1 (trap 1), 0 jaar anciënniteit, € 2.162,18/maand oftewel € 13,13/u (regime 38 u/week) vanaf 01/04/2025, referentiespilindex 130,67 basis 2013 (CAO 194234/CO/329.02, art. 2 en bijlage). De niveaus 2 tot 6 (tot € 3.909,28/maand in niveau 6) en de anciënniteit (tot 29 jaar, niet-lineaire schijven) geven recht op meer. Toepassingsgebied beperkt tot de in art. 1 opgesomde sectoren (productieateliers, bibliotheken, culturele centra, jongerencentra, permanente vorming, sportfederaties, enz.) die afhangen van de Franse Gemeenschap.
Bron: Databank "Minimumlonen" van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, subsector 3290240 van PSC 329.02 (administratieve primaire bron) voor de periode van 01/08/2026; CAO 194234/CO/329.02 van 19/06/2025 (loonvoorwaarden voor bepaalde sectoren die van de Franse Gemeenschap afhangen) voor die van 01/04/2025, 3290240, sectie 1 « RÉGIME (sur base hebdomadaire) : 38h », tabel « RÉMUNÉRATIONS MENSUELLES MINIMUMS », trappen 1 en 2, anciënniteit 0; CAO 194234, art. 2 en bijlage (niveau 1) (neerlegging 194234) — van kracht op 2026-08-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE SOCIO-CULTURELE SECTOR VAN DE FRANSTALIGE EN DUITSTALIGE GEMEENSCHAP EN HET WAALSE GEWEST
- Registercode : 3290200
- Onder comité PC 329
- Statuten : arbeiders en bedienden
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Referteperiode : het gemiddelde van 38 uur wordt berekend over een semester, waarvan het begin en het einde in het arbeidsreglement worden vastgesteld ; bij ontstentenis, van 1 februari tot 31 juli en van 1 augustus tot 31 januari
De normale wekelijkse arbeidsduur wordt vastgesteld op gemiddeld 38 uren. Het stelsel van de 38 uren wordt toegepast via een aanpassing van de wekelijkse arbeidsduur en/of via de toekenning van compenserende verlofdagen. De overeenkomst is van toepassing op alle werkgevers en werknemers van de organisaties die onder het Paritair Comité voor de socio-culturele sector ressorteren, met uitzondering van de werknemers wier plaats van tewerkstelling buiten België is gelegen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 31 mars 1999 relative à la fixation de la durée du travail et de ses modalités dans le secteur socio-culturel, art. 1er et 4 — conclue au sein de la CP 329, en vigueur depuis le 30 décembre 1998, à durée indéterminée · dépôt 51076/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 11 mai 2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 12 avril 2004 · gelezen op 2026-09-05
De grenzen van de arbeidsduur vastgesteld bij de artikelen 19 en 20 van de arbeidswet van 16 maart 1971, of bij collectieve arbeidsovereenkomst, mogen worden overschreden op voorwaarde dat de wekelijkse arbeidsduur, berekend over een periode van een semester, gemiddeld de bij wet of bij collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde arbeidsduur niet overschrijdt. Het begin en het einde van de referteperiode van een semester worden in het arbeidsreglement vastgesteld ; bij ontstentenis wordt onder semester verstaan de periode van 1 februari tot 31 juli en die van 1 augustus tot 31 januari. In geen geval mag de arbeidsduur elf uren per dag en vijftig uren per week overschrijden. Die afwijkingen gelden enkel voor de werknemers die activiteiten uitoefenen die niet kunnen worden uitgesteld of op een ander ogenblik worden verricht, en die worden bepaald bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — A.R. du 16 juin 1999 relatif à la durée du travail et à l'occupation des travailleurs la nuit, le dimanche et les jours fériés dans le secteur socio-culturel, art. 2 et 3 · NUMAC 1999012383 · M.B. du 24 juillet 1999, p. 27945 · gelezen op 2026-09-05
Het aantal zondagen dat een werknemer in de loop van het kalenderjaar presteert, mag niet meer dan tien bedragen. Dat aantal kan worden gebracht op dertien in de centra erkend krachtens het door de overeenkomst bedoelde decreet van de Vlaamse Gemeenschap, en op zesentwintig voor de activiteiten en subsectoren die zij opsomt, onder meer de sportcentra en sportclubs, de activiteiten verbonden aan de productie en de verspreiding van de actualiteit in niet-commerciële radio's en televisies, de organisaties voor niet-commercieel toerisme die gewoonlijk publiek ontvangen op zondag, en de jeugdcentra, jeugdhuizen en jeugdorganisaties die gewoonlijk publiek ontvangen op zondag. In alle gevallen wordt één niet-gepresteerde zondag per maand gewaarborgd, behalve voor de niet-professionele sportbeoefenaars, hun scheidsrechters en begeleiders, en in het niet-commercieel toerisme. Die grenzen kunnen voor specifieke activiteiten enkel worden overschreden met het akkoord van het paritair comité.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 octobre 1999 relative aux modalités d'application de la durée du travail, du travail de nuit, du dimanche et des jours fériés, art. 8 — conclue au sein de la CP 329, modifiée par la CCT du 25 mars 2005 (dépôt 74736/CO/329, A.R. du 21 novembre 2005) · dépôt 55991/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 11 février 2005, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 janvier 2005 · gelezen op 2026-09-05
Aan de werknemers tewerkgesteld in de afwijkende kaders van het koninklijk besluit van 16 juni 1999 wordt een compensatie van 20 procent per uur toegekend voor de arbeid gepresteerd op zondag, op feestdagen, 's nachts, of in uurroosters die 9 uur per dag of 40 uur per week overschrijden. De compensaties toegekend krachtens die stelsels kunnen niet met elkaar worden gecumuleerd, noch met de compensaties voor overwerk. De werkgever kan die compensatie toekennen hetzij in inhaalrust, hetzij in overloon, na overleg met de werknemer ; de op die basis toegekende inhaalrust wordt beschouwd als normale arbeidstijd, zowel voor de berekening van het loon als van de arbeidstijd, en wordt toegekend binnen de zes maanden die op de prestaties volgen. Een collectieve arbeidsovereenkomst OF HET arbeidsreglement kan voorzien in de toekenning van minstens gelijkwaardige voordelen in een ander berekeningssysteem. Voorlopig worden die compensaties beperkt tot zes dagen per werknemer en per jaar, of het equivalent ervan in overloon.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 octobre 1999 relative aux modalités d'application de la durée du travail, du travail de nuit, du dimanche et des jours fériés, art. 10 · dépôt 55991/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 11 février 2005, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 janvier 2005 · gelezen op 2026-09-05
In toepassing van artikel 29, § 4, van de arbeidswet van 16 maart 1971 kan de werkgever het overloon verschuldigd voor overwerk geheel of gedeeltelijk omzetten in inhaalrust, na overleg met de werknemer. Wanneer het overloon van een overuur volledig in inhaalrust wordt omgezet, geeft elk overuur dat aanleiding geeft tot een overloon van 50 procent recht op ten minste een half uur rust, en geeft elk uur gepresteerd op een zondag of een feestdag dat aanleiding geeft tot een overloon van 100 procent recht op ten minste één uur rust.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 octobre 1999 relative aux modalités d'application de la durée du travail, du travail de nuit, du dimanche et des jours fériés, art. 9 · dépôt 55991/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 11 février 2005, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 9 janvier 2005 · gelezen op 2026-09-05
Een nieuwe arbeidsregeling die afwijkt van het verbod op zondagsarbeid, van het verbod op nachtarbeid, van de grenzen van de arbeidsduur bepaald in de artikelen 19, eerste lid, 20, 20bis en 27 van de arbeidswet van 16 maart 1971 — waarbij de dagelijkse arbeidsduur dan niet meer dan twaalf uren mag bedragen — van de dagelijkse rusttijd van artikel 38ter — teruggebracht tot ten minste acht uren per periode van vierentwintig uur — en van de regels van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen, kan slechts in uitzonderlijke gevallen worden ingevoerd en volgens de procedure van de overeenkomst : een ondernemings-cao met alle in de syndicale afvaardiging vertegenwoordigde organisaties of, bij ontstentenis van een afvaardiging, een schriftelijk ontwerp meegedeeld aan elke werknemer met een opmerkingenregister dat veertien dagen ter beschikking wordt gehouden, gevolgd door een gemotiveerde aanvraag tot goedkeuring bij de voorzitter van het paritair comité, die enkel wordt goedgekeurd indien alle daarin vertegenwoordigde organisaties akkoord gaan. In afwijking van de artikelen 11 en 12 van de wet van 8 april 1965 worden de bepalingen die het arbeidsreglement wijzigen daarin opgenomen zodra de overeenkomst ter griffie is neergelegd en door het paritair comité is goedgekeurd — of, bij ontstentenis van een syndicale afvaardiging, zodra het ontwerp is goedgekeurd. Van de aldus gewijzigde arbeidsregeling kan niet individueel worden afgeweken.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mars 2000 relative à l'introduction de nouveaux régimes de travail, art. 3 à 7 — conclue au sein de la CP 329 · dépôt 54660/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 3 mai 2005, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 avril 2005 · gelezen op 2026-09-05
Wanneer met toepassing van de overeenkomst nieuwe arbeidsregelingen worden ingevoerd, wordt het loon van de werknemers betaald overeenkomstig artikel 9bis van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, en wordt de werknemer ingelicht over de staat van zijn prestaties ten opzichte van de dagelijks of wekelijks te verrichten arbeidsduur.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 mars 2000 relative à l'introduction de nouveaux régimes de travail, art. 8 — conclue au sein de la CP 329 · dépôt 54660/CO/329 · A.R. publié au M.B. du 3 mai 2005, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 avril 2005 · gelezen op 2026-09-05
Uitsluitend de verenigingen met maatschappelijke zetel in het Waalse Gewest die ressorteren onder de erkende en gesubsidieerde Centres régionaux d'intégration pour les populations d'origine étrangère, Entreprises de formation par le travail of Organismes d'insertion socioprofessionnelle — met toepassing van het koninklijk besluit van 16 juni 1999 en van de hoofdstukken III en IV van de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 oktober 1999 mogen die werknemers 's nachts, op zondagen en op feestdagen worden tewerkgesteld. Hun wordt vanaf 1 januari 2009 een overloon toegekend van 26 procent per uur voor de arbeid gepresteerd op zaterdag tussen 6 en 20 uur, van 35 procent per uur voor de arbeid gepresteerd 's nachts tussen 20 en 6 uur behalve op zondagen en feestdagen, en van 56 procent per uur voor de arbeid gepresteerd op zondagen en feestdagen tussen 0 en 24 uur.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 25 juin 2007 concernant la valorisation des heures inconfortables prestées par le personnel d'une partie du secteur socio-culturel dépendant de la Région wallonne (CRI, EFT, OISP), art. 1er, 3 et 4 · dépôt 83823/CO/329.02 · A.R. publié au M.B. du 11 juillet 2008, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 juin 2008 · gelezen op 2026-09-05
Uitsluitend de werkgevers waarvan de zetel van de vereniging in het Waalse Gewest is gevestigd en die onder een van de in de overeenkomst opgesomde erkenningsstelsels vallen — centres régionaux d'intégration, centres d'insertion socioprofessionnelle, missions régionales pour l'emploi, organismes d'interprétariat en milieu social, centres de formation et d'insertion socioprofessionnelle adaptés, centra pmtic, de Interfédération des cisp, de InterMire en het Centre de médiation des gens du voyage : de wekelijkse arbeidsduur van een voltijdse betrekking wordt vanaf 60 jaar teruggebracht tot 34 uur, met volledig behoud van loon en met een evenredige verhoging van het uurloon vanaf de intrede in de nieuwe arbeidsregeling ; die arbeidsduur mag gemiddeld over een kalenderjaar worden berekend. De arbeidsduur van de deeltijdse werknemers wordt evenredig verminderd ten opzichte van de 34 uur die voor een voltijdse betrekking zijn vastgesteld, waarbij het oorspronkelijke aantal uren in schriftelijk onderling akkoord kan worden behouden tot maximaal 34 uur per week. het arbeidsreglement van elke onderneming wordt aan deze overeenkomst aangepast.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 19 décembre 2022 relative à la réduction collective de la durée du travail, art. 1er, 2, 3 et 11 · dépôt 177846/CO/329.02 · A.R. publié au M.B. du 19 janvier 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 20 décembre 2023 · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 329 : de andere comités
PC 329.02 is een onderafdeling van paritair comité 329. Dezelfde familie telt: