mijnloonbrief.be

PC 128.06 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE ORTHOPEDISCHE SCHOEISELS (SEDERT 01/04/2014 OPGEHEVEN)

Geen sectoraal barema toegepast

PC 128.06 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.

De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.

Wat de loonbrief berekent

  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het minimumloon
  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen
  • de vermeldingen op de afrekening
  • de DmfA

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE ORTHOPEDISCHE SCHOEISELS (SEDERT 01/04/2014 OPGEHEVEN)
  • Registercode : 1280600
  • Onder comité PC 128
  • Statuten : arbeiders

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur

Het Paritair Subcomité voor de orthopedische schoeisels is sedert 1 april 2014 opgeheven. Het is niet opgeslorpt door het Paritair Comité voor het huiden- en lederbedrijf : het Paritair Comité voor de orthopedische technologieën (PC 340) is er de rechtsopvolger van. Dat comité is bevoegd voor de ondernemingen die zich bezighouden met orthopedische techniek, met inbegrip van de voorbereiding en de afwerking, namelijk het op maat vervaardigen van orthopedische schoenen in leder, het vervaardigen van orthopedische apparaten en het uitvoeren van de technische prestaties van de bandagisten. Een werkgever wiens dossier nog « 128.06 » vermeldt, ressorteert vandaag onder PC 340 en onder de overeenkomsten daarvan.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — Arrêté royal du 20 septembre 2009 modifiant l'arrêté royal du 17 mars 1972 et l'arrêté royal du 11 juillet 1975 en ce qui concerne la Sous-commission paritaire pour les chaussures orthopédiques, art. 2, 3, 4 et 5 (abrogation du 6° des art. 1er et 2 de l'arrêté de 1975 ; entrée en vigueur le jour de l'entrée en vigueur de l'arrêté nommant les membres de la CP 340) ; arrêté royal du 20 septembre 2009 instituant la Commission paritaire pour les technologies orthopédiques, art. 1er, 2 et 3 ; préambule de la CCT du 27 avril 2017 de la CP 340 : « La Commission paritaire pour les technologies orthopédiques - CP 340 a succédé en droit à la Sous-commission paritaire pour les chaussures orthopédiques - 128.06 » · NUMAC 2009203993 et NUMAC 2009203992 · M.B. du 7 octobre 2009 · date d'effet portée au registre des organes paritaires du SPF Emploi : 1er avril 2014, confirmée par l'art. 10 de la CCT 123392/CO/340 · gelezen op 2026-09-05

De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur bedraagt 38 uren overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 mei 1982, gesloten in het Paritair Subcomité voor de orthopedische schoeisels (Belgisch Staatsblad van 17 oktober 1985) betreffende de arbeidsvoorwaarden van de werklieden en werksters die zijn tewerkgesteld in de ondernemingen van de orthopedische schoeisels. DE concrete arbeidsregeling wordt per onderneming beschreven in het arbeidsreglement.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 11 septembre 2003, « travail supplémentaire pour missions urgentes », chapitre II, art. 2 · dépôt 68885/CO/128.06 · avis de dépôt M.B. du 22 décembre 2003 · A.R. publié au M.B. du 6 juillet 2004 · art. 5 : effets au 1er septembre 2003, durée indéterminée, jamais dénoncée ni abrogée par un acte royal (art. 33 et 34 de la loi du 5 décembre 1968), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 mai 2004 · gelezen op 2026-09-05

De wekelijkse grens van 38 uren kan overschreden worden mits het toekennen van compensatierustdagen. Voor de toepassing van de arbeidswet van 16 maart 1971, in het bijzonder de bepalingen betreffende het overwerk, zal rekening gehouden worden met de grenzen die worden vastgelegd bij collectieve arbeidsovereenkomst en/of het arbeidsreglement.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 11 septembre 2003, « travail supplémentaire pour missions urgentes », chapitre II, art. 3 · dépôt 68885/CO/128.06 · avis de dépôt M.B. du 22 décembre 2003 · A.R. publié au M.B. du 6 juillet 2004 · art. 5 : effets au 1er septembre 2003, durée indéterminée, jamais dénoncée ni abrogée par un acte royal (art. 33 et 34 de la loi du 5 décembre 1968), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 mai 2004 · gelezen op 2026-09-05

Voor de uitvoering van urgentieopdrachten kan de werkgever de werknemer verzoeken overuren te presteren. Onder urgentieopdrachten dient te worden verstaan het uitvoeren van dringende prestaties inherent aan het beroep, dit zowel voor wat betreft het constructieve werk van orthesen of prothesen voor patiënten en het gevolg geven aan een dringende oproep vanuit de medische sector, als het maat nemen, passen of afleveren van de om medische redenen nodige producten. Deze prestaties worden bezoldigd en gerecupereerd overeenkomstig de bepalingen van de arbeidswet.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 11 septembre 2003, « travail supplémentaire pour missions urgentes », chapitre II, art. 4 · dépôt 68885/CO/128.06 · avis de dépôt M.B. du 22 décembre 2003 · A.R. publié au M.B. du 6 juillet 2004 · art. 5 : effets au 1er septembre 2003, durée indéterminée, jamais dénoncée ni abrogée par un acte royal (art. 33 et 34 de la loi du 5 décembre 1968), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 mai 2004 · gelezen op 2026-09-05

Voor stukwerk uitgevoerd op de fabriek of thuis is het loon van één uur arbeid ten minste gelijk aan het in artikel 2 vastgestelde minimumuurloon, verhoogd met 10 pct. De tarieven voor de huisarbeid worden in tijdseenheden uitgedrukt ; aan de huisarbeiders wordt een sleuteltabel van omzetting van de tijden in geldsommen ter beschikking gesteld en deze wordt eveneens aangeplakt in de werkplaatsen en de plaatsen waar zij hun benodigdheden komen halen.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 mai 2009, « conditions de travail des ouvriers et ouvrières », chapitre II, art. 3 et 4, déclarés intégralement d'application par l'art. 2 § 1er de la CCT du 3 juillet 2014 de la CP 340 · dépôt 94250/CO/128.06 · avis de dépôt M.B. du 30 septembre 2009 · A.R. publié au M.B. du 18 novembre 2010 · art. 22 : durée indéterminée · articles déclarés intégralement d'application par la CCT du 3 juillet 2014 de la CP 340 (dépôt 123392/CO/340, avis de dépôt M.B. du 25 septembre 2014, A.R. du 10 avril 2015), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 avril 2010 · gelezen op 2026-09-05

De eindejaarspremie wordt betaald tussen 15 en 31 december van het jaar waarop de premie betrekking heeft. Wanneer evenwel de arbeidsovereenkomst in de loop van het jaar wordt verbroken, dan geschiedt de betaling tegelijkertijd met de laatste uitbetaling van het loon. Voor de gewesten en ondernemingen waar, in verband met de eindejaarspremie, gunstiger toepassingsmodaliteiten bestaan, blijven deze laatste behouden.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 mai 2009, « conditions de travail des ouvriers et ouvrières », chapitre IV, art. 8 et 9, déclarés intégralement d'application par l'art. 4 de la CCT du 3 juillet 2014 de la CP 340, tels que modifiés par la CCT du 30 novembre 2011 (dépôt 108621/CO/128.06, A.R. du 1er mars 2013) — laquelle n'a touché que l'art. 7, alinéa 2, b) et c), et l'art. 18 · dépôt 94250/CO/128.06 · avis de dépôt M.B. du 30 septembre 2009 · A.R. publié au M.B. du 18 novembre 2010 · art. 22 : durée indéterminée · articles déclarés intégralement d'application par la CCT du 3 juillet 2014 de la CP 340 (dépôt 123392/CO/340, avis de dépôt M.B. du 25 septembre 2014, A.R. du 10 avril 2015), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 avril 2010 · gelezen op 2026-09-05

De anciënniteitsverlofdagen worden als volgt vastgesteld : vanaf 5 tot en met 9 jaren dienst in de bedrijfstak, 1 dag ; vanaf 10 tot en met 14 jaren, 2 dagen ; vanaf 15 tot en met 19 jaren, 3 dagen ; vanaf 20 tot en met 24 jaren, 5 dagen ; vanaf 25 jaren en meer dienst, maximum 6 dagen. De toepassingsmodaliteiten van deze verlofdagen worden vastgesteld op het vlak van de onderneming, rekening houdend met de specifieke bevoegdheden terzake van de ondernemingsraad, van de vakbondsafvaardiging of van de syndicale vertegenwoordiger.
Rubriek 9° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 mai 2009, « conditions de travail des ouvriers et ouvrières », chapitre VIII, art. 19, déclaré intégralement d'application par l'art. 8 de la CCT du 3 juillet 2014 de la CP 340 · dépôt 94250/CO/128.06 · avis de dépôt M.B. du 30 septembre 2009 · A.R. publié au M.B. du 18 novembre 2010 · art. 22 : durée indéterminée · articles déclarés intégralement d'application par la CCT du 3 juillet 2014 de la CP 340 (dépôt 123392/CO/340, avis de dépôt M.B. du 25 septembre 2014, A.R. du 10 avril 2015), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 avril 2010 · gelezen op 2026-09-05

Paritair comité 128 : de andere comités

PC 128.06 is een onderafdeling van paritair comité 128. Dezelfde familie telt:

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 128.06

Comités in dezelfde familie