PC 140.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE AUTOBUSSEN EN AUTOCARS
Geen sectoraal barema toegepast
PC 140.01 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.
De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.
Wat de loonbrief berekent
- de Dimona
- de DmfA
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het minimumloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de maaltijdcheques
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE AUTOBUSSEN EN AUTOCARS
- Registercode : 1400100
- Onder comité PC 140
- Statuten : arbeiders
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Geen enkele arbeidsduur geldt voor het hele paritair comité: hij verschilt per activiteit. Elke arbeidsduur hieronder geldt voor het toepassingsgebied dat erbij vermeld staat.
Rijdend personeel van de ondernemingen van openbare autobusdiensten (geregeld vervoer voor rekening van de SRWT-TEC en de VVM): 38 uur
CCT du 30 avril 1979 fixant les salaires horaires minimums et les conditions de travail du personnel roulant des entreprises de services publics d'autobus, chapitre V, art. 9 — « La durée hebdomadaire du travail est réduite de quarante à trente-huit heures à partir du 1er octobre 1979 » (NL : « De wekelijkse arbeidsduur wordt vanaf 1 oktober 1979 van veertig uren tot achtendertig uren ingekort »). Le nombre est écrit EN TOUTES LETTRES et l'article tient en une seule phrase : aucune période de référence n'est prévue. Son art. 11 fait entrer l'art. 9 en vigueur le 1er octobre 1979 et prolonge tacitement la convention après le 31 décembre 1979 POUR UNE DURÉE INDÉTERMINÉE. Texte absent du registre du SPF (antérieur au 01/12/1998) et absent de Justel, dont la fiche est vide de son dispositif : lu EN IMAGES dans le PDF du Moniteur, sans couche de texte · NUMAC 1979090624 · Moniteur belge du 29 novembre 1979, p. 13832 (arrêté) et p. 13834 (art. 9 de la convention en annexe), algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 septembre 1979 · gelezen op 2026-09-05
Ondernemingen van bijzondere vormen van geregeld vervoer: 38 uur
CCT du 25 juin 2008 relative à la durée du travail dans les entreprises de services réguliers spécialisés, art. 2 — « La durée du travail hebdomadaire des ouvriers mentionnés à l'article 1, § 1 est fixée à 38 heures. Cette durée du travail hebdomadaire est une moyenne qui doit être respectée sur une période d'un semestre, sauf dérogation au niveau d'entreprise permettant d'étaler cette moyenne sur une période plus longue avec un maximum d'un an. » Le semestre est la période du 1er janvier au 30 juin et du 1er juillet au 31 décembre. En vigueur le 1er juillet 2008, durée indéterminée ; remplace la CCT du 27 juin 1997 (A.R. du 25 janvier 2000, MB du 26 février 2000) · dépôt 88922/CO/140 (tampon de dépôt « 88922/CO/140.02 », voir l'en-tête) · avis de dépôt MB 14/08/2008 · A.R. publié MB 11/03/2009, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 10 décembre 2008 · gelezen op 2026-09-05
Rijdend personeel van de ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van de VVM (De Lijn): 37 uur
CCT du 26 novembre 2002 modifiant la CCT du 30 avril 1979 fixant les salaires horaires minimums et les conditions de travail du personnel roulant des entreprises de services d'autobus publics, art. 5 — « La durée du travail hebdomadaire du personnel roulant des entreprises de services d'autobus publics travaillant pour le compte de la VVM est réduite de 38h à 37h. Cette durée du travail hebdomadaire est une moyenne qu'il faut respecter sur une période d'un trimestre, sauf dérogation au niveau de l'entreprise, de sorte que cette moyenne peut être étalée sur une période plus longue avec un maximum d'1 an. » En vigueur le 01/01/2003, durée indéterminée ; l'art. 5 entre toutefois en vigueur le 01/03/2002 pour le personnel roulant occupé sur les nouveaux contrats adjugés par la VVM. Chiffres lus sur la page rendue en IMAGE, l'extraction de texte les supprimant · dépôt 65006/CO/140 · avis de dépôt MB 22/01/2003 · A.R. publié MB 14/11/2003, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 septembre 2003 · gelezen op 2026-09-05
Rijdend personeel van de ondernemingen die ongeregelde diensten, pendeldiensten en/of internationale geregelde diensten uitvoeren: 38 uur
CCT du 16 décembre 2002 relative à la durée du travail et à la rémunération du personnel roulant, art. 2 — « Conformément à la loi du 26/07/96 sur la promotion de l'emploi et le maintien préventif de la compétitivité, la durée hebdomadaire moyenne maximale du travail est ramenée à 38 heures le 01/01/03, dans le cadre de l'accord interprofessionnel 2001-2002. En conséquence, le montant de 1605,5 heures mentionné à l'article 11 de la CCT du 10/10/89 [...] est remplacé à partir du 01/01/03 par 1564,5 heures. » Art. 3 : la réduction ne peut entraîner une diminution de la rémunération. En vigueur le 01/01/2003, durée indéterminée · dépôt 66203/CO/140 · avis de dépôt MB 28/05/2003 · A.R. publié MB 15/03/2004, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 janvier 2004 · gelezen op 2026-09-05
Het werkrooster wordt afzonderlijk vastgesteld voor het garagepersoneel en voor het rijdend personeel. Uit de aard van de werkzaamheden van het rijdend personeel is het onmogelijk een juist en regelmatig werkrooster op te stellen : er zal zoveel als mogelijk gepoogd worden het werkrooster van het garagepersoneel te benaderen, en het werkrooster wordt opgesteld met respect voor de arbeidswetgeving en van de collectieve arbeidsovereenkomsten. Van deze werkroosters kan alleen in geval van dringende noodzaak, overmacht en bijzondere gevallen afgeweken worden, in zoverre de goede gang van de onderneming dit vereist ; deze werkroosters worden bekendgemaakt aan het personeel. De werknemers moeten zich, klaar om hun werk te beginnen, op hun post bevinden op het ogenblik dat het bepaalde werkrooster een aanvang neemt. De wekelijkse arbeidsduur is deze bepaald door het Paritair Comité voor het Vervoer en de Logistiek voor de betrokken subsector(en).
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 décembre 2014 contenant le règlement de travail sectoriel type, annexe, art. 8, 9 et 12 (en vigueur le 1er janvier 2015, durée indéterminée ; elle remplace celle du 16 décembre 2002, A.R. du 19 mars 2008, MB du 2 juin 2008) · dépôt 126651/CO/140 · avis de dépôt MB 05/05/2015 · A.R. publié MB 22/09/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juillet 2016 · gelezen op 2026-09-05
De normale rustdagen in de onderneming zijn de zondagen, de tien wettelijke feestdagen, de dagen die de wettelijke feestdagen vervangen, de dagen van de jaarlijkse vakantie en de andere bij paritaire overeenkomst vastgestelde dagen. Als de werkgever hun zulks vraagt, en voor zover het binnen de wettelijke grenzen blijft, mogen de werknemers niet weigeren te werken op rustdagen, als hiervoor dwingende redenen bestaan. In het algemeen wordt 's zondags in de onderneming gewerkt ; de werknemers die op zondag tewerkgesteld worden, hebben recht op inhaalrust die moet toegekend worden overeenkomstig de arbeidswetgeving en de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomsten, waarbij een specifieke regeling in bijlage I van het reglement is opgenomen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 décembre 2014 contenant le règlement de travail sectoriel type, annexe, art. 10 et 11 · dépôt 126651/CO/140 · avis de dépôt MB 05/05/2015 · A.R. publié MB 22/09/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juillet 2016 · gelezen op 2026-09-05
De werkgever betaalt het loon voor de tien wettelijke feestdagen en hun vervangingsdagen aan de werknemers die voldoen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen. De tien wettelijke feestdagen zijn 1 januari, Paasmaandag, 1 mei, Hemelvaartdag, Pinkstermaandag, 21 juli, Tenhemelopneming, Allerheiligen, 11 november en Kerstmis. Wanneer één van deze dagen samenvalt met een zondag of een gewone inactiviteitsdag, wordt deze vervangen door de eerstvolgende werkdag, tenzij andersluidende dringende verplichting of voorafgaand schriftelijk akkoord onder partijen. De werknemers die op een feestdag tewerkgesteld werden, hebben recht op inhaalrust toegekend overeenkomstig de wet en het door het paritair comité goedgekeurde reglement, opgenomen in bijlage I.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 décembre 2014 contenant le règlement de travail sectoriel type, annexe, art. 13 · dépôt 126651/CO/140 · avis de dépôt MB 05/05/2015 · A.R. publié MB 22/09/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juillet 2016 · gelezen op 2026-09-05
De kennisgevingstermijn van de variabele uurroosters van de deeltijdse werknemers wordt op drie werkdagen vastgelegd. De overeenkomst die deze termijn vaststelt wordt uitdrukkelijk gesloten « ter uitvoering van artikel 6, § 1, 1°, derde lid, d) van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen » : het gaat dus om een sectorale afwijking van de wettelijke termijn, die in het arbeidsreglement moet worden opgenomen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 avril 2026 relative au délai de communication des horaires variables des travailleurs à temps partiel, art. 1er à 3 (en vigueur le 1er avril 2026, durée indéterminée) — son art. 1er, § 1er vise les entreprises de services réguliers, de services réguliers spécialisés et de services occasionnels · dépôt 199481/CO/140 · avis de dépôt MB 07/05/2026 · opposable erga omnes par l'art. 26 de la loi du 5 décembre 1968 depuis le 22/05/2026 · A.R. non encore pris · gelezen op 2026-09-05
Ophaalvervoer van leerlingen — conform artikel 19, lid 2 van de Arbeidswet van 16 maart 1971 is de arbeidstijd de tijd gedurende dewelke de werknemer ter beschikking staat van de werkgever. De arbeidstijd van het rijdend personeel dat ophaalvervoer van leerlingen uitvoert vangt aan en eindigt op de stelplaats indien de rit vertrekt vanaf de stelplaats van de werkgever ; hij vangt aan op de plaats waar de busbegeleid(st)er wordt opgehaald of aan de school indien de rit niet vanaf de stelplaats vertrekt, en eindigt op de plaats waar de busbegeleid(st)er wordt afgezet of aan de school. Bij afwijking op vraag van de werkgever van de contractuele opdracht moet de bijkomende verplaatsingstijd tussen de gebruikelijke vertrekplaats van de werkman en die plaats vergoed worden op basis van het uurloon van het bijzonder geregeld vervoer.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 19 mai 2022 déterminant le temps de travail du personnel roulant en charge du ramassage scolaire, art. 1er à 3 (effet le 1er juin 2022, durée indéterminée) · dépôt 174465/CO/140.01 · avis de dépôt MB 31/08/2022 · A.R. publié MB 02/05/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 mars 2023 · gelezen op 2026-09-05
Ongeregeld vervoer — de totale duur van de diensttijd wordt bepaald op 1 564,5 uur per semester ; de diensten die buiten deze grens worden gepresteerd, worden vergoed als overwerk. De dagelijkse, ononderbroken, wekelijkse en tweewekelijkse rijtijd, evenals de dagelijkse en wekelijkse rusttijd, volgen de Verordening (EU) nr. 561/2006. De dagelijkse rusttijd mag in een stilstaande autocar worden genomen voor zover deze is uitgerust met een couchette die voldoet aan het koninklijk besluit van 21 mei 1987. De bestuurder mag van deze regels afwijken in de mate die nodig is om een geschikte stopplaats of het einde van de reis te bereiken en de veiligheid van de passagiers te verzekeren, zonder de verkeersveiligheid in het gedrang te brengen, waarbij het reisplan zo moet worden opgesteld dat op die bepaling normaal geen beroep moet worden gedaan.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 17 décembre 2015 relative aux conditions de travail et de rémunération du personnel roulant effectuant des services occasionnels, art. 4 à 7 et 12 (en vigueur le 1er janvier 2016, durée indéterminée) · dépôt 132280/CO/140.01 · avis de dépôt MB 13/04/2016 · A.R. publié MB 09/03/2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 16 février 2017 · gelezen op 2026-09-05
Openbare autobusdiensten (srwt-tec en VVM) — de wekelijkse arbeidsduur van het rijdend personeel wordt vanaf 1 oktober 1979 van veertig uren tot achtendertig uren ingekort. Het artikel voorziet geen enkele referentieperiode. Deze arbeidsduur blijft die van de subsector, waarbij de enige sindsdien aangebrachte wijziging de verlaging tot 37 uur is, in 2003, voor de ondernemingen die uitsluitend voor rekening van de VVM werken.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 30 avril 1979 fixant les salaires horaires minimums et les conditions de travail du personnel roulant des entreprises de services publics d'autobus, art. 9 et 11 (art. 9 en vigueur le 1er octobre 1979 ; la convention est tacitement prolongée pour une durée indéterminée après le 31 décembre 1979). Lu en images dans le PDF du Moniteur, qui n'a pas de couche de texte · NUMAC 1979090624 · Moniteur belge du 29 novembre 1979, p. 13832 et 13834 — texte antérieur au 01/12/1998, donc absent du registre du SPF Emploi, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 6 septembre 1979 · gelezen op 2026-09-05
Geregeld vervoer voor rekening van de VVM — de diensttijd bedraagt twaalf uur per dag ; bij overschrijding wordt 25 pct. van de overschrijding bij de arbeidstijd gevoegd. De diensttijd mag 70 uur per week niet overschrijden. Wanneer elke dagelijkse diensttijd 14 uur omvat, mag de wekelijkse diensttijd niet over meer dan 5 dagen worden gespreid. De stationnementen en de onderbrekingen worden niet als arbeidstijd beschouwd ; 15 minuten per stationnement — de 5 minuten na de aankomst en de 10 minuten vóór het vertrek — gelden evenwel als arbeidstijd, voor zover de werkman niet verplicht is langere effectieve arbeidsprestaties te verrichten. Als overwerk wordt beschouwd de arbeid boven tien uur per dag, vijftig uur per week of een gemiddelde van 37 uur per week over een trimester.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 mai 2002 portant le règlement sur la durée de travail du personnel roulant des entreprises exploitant un service public d'autobus pour le compte de la VVM, art. 4, 7 et 18 (durée indéterminée) · dépôt 63375/CO/140 · avis de dépôt MB 02/08/2002 · A.R. publié MB 18/11/2003, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 11 septembre 2003 · gelezen op 2026-09-05
In de onderneming gebeurt de controle op de aanwezigheid van de werknemer en op de arbeidsuren die hij presteert op de in het arbeidsreglement vermelde wijze. In geval van aanwezigheid van een prikklok of een ander meetsysteem zijn de werknemers verplicht zich eraan te onderwerpen bij het begin en het einde van iedere arbeidsdag ; wie dit vergeet of een meetvergissing vaststelt, moet zijn hiërarchische meerdere onmiddellijk verwittigen. Het is verboden te registreren in de plaats van een andere werknemer, en elke overtreding van deze bepaling is een reden voor onmiddellijk ontslag zonder vooropzeg noch vergoeding. Iedere werknemer die de toestemming krijgt zijn arbeid te onderbreken of het werk te verlaten, moet het weggaan van en het terugkeren naar zijn werk registreren.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 décembre 2014 contenant le règlement de travail sectoriel type, annexe, art. 22 et 23 · dépôt 126651/CO/140 · avis de dépôt MB 05/05/2015 · A.R. publié MB 22/09/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juillet 2016 · gelezen op 2026-09-05
Ongeregeld vervoer — de tijd die wordt besteed aan het schoonmaken van het voertuig maakt deel uit van de arbeidstijd en moet door de werknemer correct in de tachograaf worden geregistreerd, rekening houdend met de wettelijke bepalingen zoals voorzien in de Richtlijn 2002/15/EG en de Verordening (EU) 165/2014. De werknemer volgt nauwgezet de instructies van de werkgever, die hem voor het uitvoeren van deze opdracht kosteloos de nodige schoonmaakmiddelen, uitrusting en hygiëneproducten ter beschikking stelt.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 avril 2022 relative aux responsabilités respectives de l'employeur et du travailleur en ce qui concerne le nettoyage des véhicules par les ouvriers qui effectuent des services occasionnels, art. 1er et 2 · dépôt 174168/CO/140.01 · avis de dépôt MB 05/08/2022 · A.R. publié MB 27/03/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 janvier 2023 · gelezen op 2026-09-05
De betaling van het loon geschiedt in speciën, per cheque aan toonder of per overschrijving, in de lokalen van de onderneming, uiterlijk de vierde werkdag na DE 15de van de maand voor de staten afgesloten op de 15de, en uiterlijk de vierde werkdag volgend op de maand voor de definitieve afrekening van de vorige maand op basis van de loonstaten afgesloten op de laatste dag van de maand. Bij de definitieve maandelijkse afrekening voegt de werkgever een document dat minimaal de naam van de werkgever, de naam van de werknemer, de loonperiode, het aantal dagen van contractschorsing, het aantal arbeidsuren, het uurloon, de premies, de afhoudingen r.s.z., de bedrijfsvoorheffing en het nettoloon vermeldt. Het loon mag slechts binnen de grenzen van de wet en op voorwaarde dat de door de werknemer aangeduide persoon een volmacht bezit, aan derden uitbetaald worden. Wanneer de arbeidsovereenkomst een einde neemt, wordt het nog verschuldigd loon onmiddellijk uitbetaald of op de eerste betaaldag welke volgt ; wanneer de werknemer zich die dag niet aanbiedt, geschiedt de betaling giraal.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 décembre 2014 contenant le règlement de travail sectoriel type, annexe, art. 16, 18 et 19 · dépôt 126651/CO/140 · avis de dépôt MB 05/05/2015 · A.R. publié MB 22/09/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juillet 2016 · gelezen op 2026-09-05
De werknemer moet, vooraleer het lokaal te verlaten waarin de betaling geschiedt, nagaan of het hem betaalde loon overeenkomt met de aanduidingen op zijn loonbriefje ; nadien zal geen klacht meer aanvaard worden, en vergissingen in de berekening moeten zo spoedig mogelijk meegedeeld worden om bij de volgende uitbetaling geregulariseerd te worden. De loonstaat van elke werknemer (individuele rekening) kan door hem ingezien worden op de in het reglement vermelde dag en uren ; wanneer de onderneming aangesloten is bij een werkgeverssecretariaat, kan hij van dit recht slechts gebruikmaken mits een 3 dagen op voorhand ingediend verzoek. Een afschrift van de individuele rekening voor het voorbije jaar wordt aan de werknemer overhandigd binnen de eerste twee maanden van het kalenderjaar en, bij het einde van de overeenkomst, binnen de zeven dagen die erop volgen voor het lopende en het voorbije kalenderjaar.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 décembre 2014 contenant le règlement de travail sectoriel type, annexe, art. 16 et 17 · dépôt 126651/CO/140 · avis de dépôt MB 05/05/2015 · A.R. publié MB 22/09/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juillet 2016 · gelezen op 2026-09-05
Noch de werkgever, noch de werknemer kunnen een einde maken aan de arbeidsovereenkomst zonder opzegging, behalve voor dringende redenen ; de duur van de opzeggingstermijn is diegene welke bepaald is in bijlage VII van het arbeidsreglement. Indien de overeenkomst een einde neemt, worden aan de werknemer een belastingfiche 281.10, een afschrift van de individuele rekening, het bewijs van werkloosheid (C4), een attest met de datum van het begin en van het einde van de overeenkomst, het arbeidsregime en de uitgeoefende functie, en eventueel een attest met vermelding van de genomen jaarlijkse vakantiedagen overhandigd.
Rubriek 4° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 décembre 2014 contenant le règlement de travail sectoriel type, annexe, art. 20 et 21 · dépôt 126651/CO/140 · avis de dépôt MB 05/05/2015 · A.R. publié MB 22/09/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juillet 2016 · gelezen op 2026-09-05
Het personeel dat belast is met de leiding van en het toezicht op het werk — ploegbazen, meestergasten, atelierchefs, afdelingshoofden — vervangt de hogere leiding van de onderneming, elk volgens de hem verleende bevoegdheid. Het waakt erover dat de bepalingen van het reglement stipt nageleefd en onpartijdig toegepast worden, en is belast met de controle op de aanwezigheden, de controle op het gepresteerde werk, het handhaven van de orde en van de tucht, het toezicht op de normale werking van de voertuigen en machines — met verwittiging van de rechtstreekse overste bij ongeval — en het doen naleven van de veiligheids- en hygiënemaatregelen. Het is verplicht zich tegenover de werknemers rechtvaardig, zedig, beleefd en betamelijk te gedragen. Wanneer een lid afwezig is, wordt het vervangen, waarbij de plaatsvervanger dezelfde rechten en verplichtingen bezit. Het mag een werknemer verbieden het werk te beginnen indien deze zich aanbiedt in klaarblijkelijke toestand van ongeschiktheid om te werken, welke beslissing zo spoedig mogelijk ter bekrachtiging aan de werkgever of zijn aangestelde wordt voorgelegd.
Rubriek 5° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 décembre 2014 contenant le règlement de travail sectoriel type, annexe, art. 26 · dépôt 126651/CO/140 · avis de dépôt MB 05/05/2015 · A.R. publié MB 22/09/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juillet 2016 · gelezen op 2026-09-05
Benevens de zwaarwichtige redenen die aanleiding geven tot de onmiddellijke verbreking van de arbeidsovereenkomst, zijn bij onregelmatigheden begaan door de werknemer volgende sancties van toepassing. Inzake stiptheid : te laat komen met minder dan 60 minuten geeft aanleiding tot aftrek van het overeenkomstig aantal minuten, afgerond tot het hoger kwartier ; te laat komen met meer dan één uur leidt in normale omstandigheden tot het terug naar huis zenden van de werknemer met loonverlies voor die dag. Bij onregelmatigheden vastgesteld bij het uitvoeren van schoolvervoerdiensten die geen aanleiding geven tot officiële verwittigingen door de opdrachtgever — en bij onregelmatigheden vastgesteld door een andere werkgever — : 1ste opmerking, verwittiging ; 2de, 2,5 EUR boete ; 3de, 5 EUR boete ; 4de, een boete ten bedrage van één vijfde van het gemiddeld normaal dagloon. Indien zij wel aanleiding geven tot een officiële verwittiging : 1ste opmerking, verwittiging ; 2de, een boete van één vijfde van het gemiddeld normaal dagloon ; 3de, onmiddellijk ontslag. Op de openbare autobuslijnen wordt het personeel van de privé-exploitanten onderworpen aan de strafcode van de VVM of de TEC, met inbegrip van de vervaltermijn van de sancties en het recht op verhaal ; de controleur maakt op het ritblad melding van de vastgestelde overtreding en, op straffe van nietigheid, dient de onderneming binnen de 10 dagen na de vaststelling verwittigd te worden ; per groep wordt een arbitragecommissie opgericht, voorgezeten door de groepschef of zijn afgevaardigde, die op een vaste datum een halve dag per maand vergadert.
Rubriek 6° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 décembre 2014 contenant le règlement de travail sectoriel type, annexe, art. 33 · dépôt 126651/CO/140 · avis de dépôt MB 05/05/2015 · A.R. publié MB 22/09/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juillet 2016 · gelezen op 2026-09-05
De werknemers die menen dat zij dienen te presteren in omstandigheden die hen niet toelaten de bepalingen van het arbeidsreglement te respecteren, dienen hiervan zonder enig uitstel schriftelijk kennis te geven aan de hiërarchische overste, bij middel van het klachtenregister dat hun door de bedrijfsleiding ter beschikking wordt gesteld. Geen enkele boete mag opgelegd worden vooraleer een eerste schriftelijke verwittiging voor kennisname werd afgetekend ; de inkomsten van de boetes moeten aangewend worden ten voordele van het personeel ; indien twaalf maanden verlopen zijn sedert de laatste meegedeelde verwittiging of opgelegde boete, wordt deze als onbestaande beschouwd. Wanneer een werknemer de boete onrechtvaardig acht, mag hij zijn standpunt uiteenzetten aan de werkgever, eventueel in het bijzijn van een afgevaardigde van het personeel ; leidt de onderhandeling niet tot resultaten, dan wordt de betwisting voorgelegd aan de daartoe opgerichte regionale verzoeningscommissie, onverminderd de bevoegdheid van de rechtbanken en hoven.
Rubriek 7° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 décembre 2014 contenant le règlement de travail sectoriel type, annexe, art. 32 et 34 · dépôt 126651/CO/140 · avis de dépôt MB 05/05/2015 · A.R. publié MB 22/09/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juillet 2016 · gelezen op 2026-09-05
De jaarlijkse vakantie wordt collectief of individueel genomen. Bij ontstentenis van mededeling van de collectieve vakantieperiodes vóór 15 december van het voorgaande jaar wordt aangenomen dat het verlof individueel kan worden opgenomen, mits toestemming van de werkgever. Iedere vakantieaanvraag dient schriftelijk ingediend : minstens één maand op voorhand voor een periode van meer dan een week, minstens één week op voorhand voor een periode van minder dan één week ; indien de werkgever zijn weigering niet binnen één week na de aanvraag kenbaar maakt, wordt de aangevraagde vakantie verondersteld te zijn toegekend. Wordt de jaarlijkse vakantie individueel genomen, dan wordt een beurtrol opgemaakt waarbij getracht wordt prioriteit te verlenen aan de werknemers met schoolgaande kinderen tijdens juli en augustus, waarna de keuze gebeurt volgens de anciënniteit in het bedrijf. Wordt de vakantie collectief vastgelegd, dan wordt de sluitingsperiode aangeduid in bijlage II van het reglement, waarvan een afschrift aan het personeel wordt overhandigd en een afschrift wordt overgemaakt aan de regionale directie van het Toezicht op de Sociale Wetten van het ambtsgebied.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 décembre 2014 contenant le règlement de travail sectoriel type, annexe, art. 14 · dépôt 126651/CO/140 · avis de dépôt MB 05/05/2015 · A.R. publié MB 22/09/2016, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 juillet 2016 · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 140 : de andere comités
PC 140.01 is een onderafdeling van paritair comité 140. Dezelfde familie telt:
- PC 140 — PARITAIR COMITE VOOR HET VERVOER EN DE LOGISTIEK
- PC 140.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TAXI'S
- PC 140.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET WEGVERVOER EN DE LOGISTIEK VOOR REKENING VAN DERDEN
- PC 140.04 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE GRONDAFHANDELING OP LUCHTHAVENS
- PC 140.05 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE VERHUIZING
Comités in dezelfde familie
- PC 140 — PARITAIR COMITE VOOR HET VERVOER EN DE LOGISTIEK
- PC 140.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TAXI'S
- PC 140.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET WEGVERVOER EN DE LOGISTIEK VOOR REKENING VAN DERDEN
- PC 140.04 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE GRONDAFHANDELING OP LUCHTHAVENS
- PC 140.05 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE VERHUIZING