mijnloonbrief.be

PC 140.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET WEGVERVOER EN DE LOGISTIEK VOOR REKENING VAN DERDEN

Minimumloon dat wij toetsen

€ 14,5425 per uur

PSC 140.03: rijdend personeel, niveau 1 (het laagste van de vier), 14,5425 €/u indien de inhaalrustdagen betaald zijn, 14,9255 €/u zo niet (of effectief stelsel van 38 u/week), op 01/01/2026 — exacte waarden uit de tekst, zonder afronding. Niveaus 2 tot 4, het niet-rijdend personeel (vanaf 15,2435 €/u) en het garagepersoneel (vanaf 15,9460 €/u) liggen allemaal hoger. Student: 90 % van niveau 1 betaalde rust, 13,0880 €/u.

Bron: CAO nr. 196981/CO/140.03 van 18/12/2025 "Application de la liaison des rémunérations et indemnités à l'index au 1er janvier 2026", Bijlage, 1.1 « Rijdend personeel lonen / Personnel roulant salaires », niveau 1 (neerlegging 196981) — van kracht op 2026-01-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de maaltijdcheques
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • zondag en feestdagen
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET WEGVERVOER EN DE LOGISTIEK VOOR REKENING VAN DERDEN
  • Registercode : 1400300
  • Onder comité PC 140
  • Statuten : arbeiders
  • Indexering : 01 — laatst toegepast 2026-01-01

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur

Referteperiode : het gemiddelde moet worden nageleefd over een periode van zes maanden ; deze kan op jaarbasis worden gebracht bij ondernemingsovereenkomst ondertekend door minstens de gewestelijke secretarissen van de twee beroepscentrales die in het paritair comité zetelen

Voor het niet-rijdend personeel is de wekelijkse arbeidsduur vastgesteld op 39 uur. Hij moet gemiddeld worden nageleefd over een periode van zes maanden. Bij ondernemingsovereenkomst ondertekend door minstens de gewestelijke secretarissen van de twee beroepscentrales die in het Paritair Comité voor het vervoer zetelen, kan worden overeengekomen dat hij op jaarbasis wordt nageleefd. De gunstiger voorwaarden die op ondernemingsvlak bestaan, blijven van toepassing.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 septembre 1999 fixant la durée du travail du personnel non roulant dans le sous-secteur de la manutention de choses pour compte de tiers et du personnel non roulant du sous-secteur du transport de choses par voie terrestre pour compte de tiers, art. 2, art. 3, art. 4 et art. 5, effet au 1er janvier 1999, durée indéterminée ; non visée par la CCT d'abrogation du 20 octobre 2016 (136161/CO/140.03) · dépôt 53855/CO/140 · avis de dépôt MB 16/02/2000 · A.R. publié MB 11/12/2001, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 septembre 2001 · gelezen op 2026-09-05

Het wekelijks uurrooster bedraagt hetzij 38 uur effectief, hetzij 39 uur met zes compensatiedagen per jaar. Het sectoraal barema onderscheidt beide regelingen in twee kolommen : « betaalde inhaalrustdagen » en « onbetaalde compensatiedagen of 38 uur/week effectief ». Het loon voor een feestdag wordt berekend op basis van 38 uur : het is gelijk aan één vijfde van 38 uur, hetzij 7,6 uur in de vijfdagenweek, of aan één zesde van 38 uur, hetzij 6,3 uur in de zesdagenweek. Voor de deeltijdse werknemer wordt het gemiddeld weekloon gedeeld door de arbeidsduur die in dit arbeidsreglement is opgenomen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 27 janvier 2005 fixant les conditions de travail et salaires du personnel roulant, art. 5 (en-tête du barème : « Salaires en vigueur le 01-01-2005 : 38 h-semaine | 39 h-semaine avec 6 jours de compensation payées ») ; CCT du 30 septembre 2005 relative à l'allocation complémentaire pour les jours fériés, art. 2 et art. 3 ; annexe barémique reconduite jusqu'à la CCT du 18 décembre 2025 (196981/CO/140.03, A.R. du 25 mai 2026) · dépôt 74050/CO/140 (A.R. du 24 septembre 2006, MB 28/11/2006) · dépôt 77084/CO/140, sans fin de validité · A.R. publié MB 20/11/2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 septembre 2006 · gelezen op 2026-09-05

In de regeling van de nieuwe arbeidsregelingen die van toepassing is op het niet-rijdend personeel mag de arbeidsduur 10 uur per dag bedragen. De wachttijd — de tijd gedurende welke de arbeider ter beschikking staat van de werkgever zonder prestaties te kunnen verrichten — wordt niet als arbeidstijd beschouwd ; hij is beperkt tot 2 uur per dag en mag niet meer dan 10 uur per week bedragen. De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur, berekend over een periode van zes maanden, mag niet meer dan 39 uur bedragen. Tussen twee dagelijkse prestaties wordt een ononderbroken minimumrusttijd van twaalf uur toegekend. De vijfdagenweek omvat 4 × 8 uur van maandag tot donderdag en 1 × 7 uur ; de zesdagenweek 5 × 7 uur van maandag tot vrijdag en 1 × 4 uur ; in beide gevallen met een gewaarborgd minimumloon voor 39 uur arbeidstijd per week.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 septembre 1999 relative à la mise en œuvre de nouveaux régimes de travail applicable au personnel non roulant, art. 2, art. 3, art. 4, art. 5, art. 7 et chapitre III, durée indéterminée ; son applicabilité aux contrats à durée déterminée est réglée par la CCT du 21 octobre 2021 (168193/CO/140.03, A.R. du 29 janvier 2022) et aux contrats à temps partiel volontaire par la CCT du 15 janvier 2026 (197739/CO/140.03, A.R. du 18 mai 2026) · dépôt 53854/CO/140 · avis de dépôt MB 16/02/2000 · A.R. publié MB 06/09/2001, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 14 juin 2001 · gelezen op 2026-09-05

De werknemers van het niet-rijdend personeel mogen worden tewerkgesteld na 20 uur en vóór 6 uur. De werkgever die gewoonlijk werknemers tewerkstelt in een arbeidsregeling met prestaties tussen 20 uur en 6 uur past de uitvoeringsbepalingen toe van hoofdstuk II en volgende van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 van de Nationale Arbeidsraad ; hiervan zijn uitgesloten de werknemers die uitsluitend prestaties verrichten tussen 6 uur en 24 uur en diegenen die gewoonlijk beginnen te werken vanaf 5 uur.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 16 janvier 2020 relative au travail de nuit du personnel non roulant, art. 3 §§ 1er à 3, durée indéterminée · dépôt 157716/CO/140.03 · avis de dépôt MB 30/03/2020 · A.R. publié MB 21/06/2021, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 20 avril 2021 · gelezen op 2026-09-05

Wanneer weekendploegen worden ingevoerd, presteren de werknemers die erin worden tewerkgesteld tweemaal 12 uur elk weekend en leveren zij eveneens 12 uur prestaties ter gelegenheid van de tien feestdagen. Deze effectieve prestaties geven recht op een loon dat gelijkwaardig is aan dat van een voltijds tewerkgestelde werknemer in de vijf- of zesdagenweek. Het loon verschuldigd voor een dag afwezigheid in het kader van klein verlet of van een feestdag wordt vastgesteld op één vijfde of één zesde van het loon van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de betrokken werknemer. De invoering van deze ploegen vereist het voorafgaand akkoord van de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, van het comité voor preventie en bescherming op het werk of, bij ontstentenis, van de syndicale afvaardiging ; in alle gevallen wordt de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement bepaald door de wet van 8 april 1965 toegepast.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 19 janvier 2023 concernant l'introduction d'équipes de week-end, art. 3 §§ 1er à 3 et art. 4 §§ 1er et 5, champ : ouvriers ressortissant à la catégorie du personnel non roulant ; durée indéterminée · dépôt 178062/CO/140.03 · avis de dépôt MB 23/02/2023 · A.R. publié MB 05/07/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 18 juin 2023 · gelezen op 2026-09-05

Voor het garagepersoneel worden de uurroosters van de stand-bydiensten en de frequentie waarmee de werknemers in een stand-bydienst kunnen worden ingeroosterd op ondernemingsvlak vastgelegd door middel van een aanpassing van het arbeidsreglement volgens de geëigende procedures. De stand-byperiode is de periode gedurende welke de werknemer, buiten zijn normale arbeidstijd en na voorafgaand akkoord van zijn werkgever, niet verplicht is aanwezig te zijn op de werkplaats maar beschikbaar blijft om gevolg te kunnen geven aan eventuele oproepen voor dringende tussenkomst. De werknemer treedt op vrijwillige basis toe tot het systeem, maar is verplicht gevolg te geven aan de oproepen indien hij volgens het werkrooster een stand-bydienst dient te verrichten. Bij het begin van elke maand wordt de lijst van de werknemers die kunnen worden ingezet meegedeeld aan de vakbondsafvaardiging of, bij ontstentenis, aan het voltallige garagepersoneel.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 janvier 2022 relative aux indemnités dans le régime de stand-by pour les travailleurs du personnel de garage, art. 3, art. 4 et art. 5 — durée indéterminée · dépôt 171619/CO/140.03 · avis de dépôt MB 20/04/2022 · A.R. publié MB 21/02/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 octobre 2022 · gelezen op 2026-09-05

Het gebruik van een dagelijks prestatieblad is verplicht. Het bevat ten minste : de periode met betrekking tot de prestatie, de naam en voornaam van de arbeider, de uitgeoefende functie, de werkgever, de regeling, de datum en de dag, de effectief gepresteerde arbeidstijd, de effectieve wachttijd, de vergoedingen, de opmerkingen, en de handtekening van de werknemer en van de werkgever. De werkgever is verplicht dit prestatieblad ter beschikking te stellen van zijn werknemers ; voor de berekening van het loon en voor de vaststelling van de vergoedingen zijn de contracterende partijen van de arbeidsovereenkomst gehouden het te gebruiken. Dit document wordt door de partijen erkend als het enige rechtsgeldige document waarnaar kan worden teruggegrepen bij betwisting van het loon en de vergoedingen ; ondertekend door beide partijen maakt het iedere betwisting onontvankelijk. De prestatiebladen worden bewaard gedurende de termijn bepaald in het koninklijk besluit van 8 augustus 1980 betreffende het bijhouden van sociale documenten, thans vijf jaar.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 septembre 1999 relative à l'utilisation de la feuille journalière de prestations, art. 2 §§ 1er à 6, durée indéterminée ; sa numérisation est réglée par la CCT du 24 septembre 2020 (161759/CO/140.03, A.R. du 2 avril 2021) · dépôt 53856/CO/140 · avis de dépôt MB 16/02/2000 · A.R. publié MB 06/12/2001, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 juillet 2001 · gelezen op 2026-09-05

Voor het rijdend personeel kan de werkgever een gedeelte van het loon van hand tot hand uitbetalen indien cumulatief aan vier voorwaarden is voldaan : de vraag tot uitbetaling van een deel van het loon in cash gaat uit van de werknemer, op uitdrukkelijke en schriftelijke wijze ; de werkgever gaat hierop uitdrukkelijk en schriftelijk in ; deze cashbetalingen hebben betrekking op de ARAB-vergoeding alsook op de verblijfsvergoedingen of de eventuele, aan de werkgever eigen, toeslagen verbonden aan een reis in het buitenland ; het van hand tot hand uitbetaalde bedrag is beperkt tot maximum 200 euro per maand. Op het ogenblik van de uitbetaling wordt een ontvangstbewijs in tweevoud opgemaakt en ondertekend door de werkgever en de werknemer. De netto vergoeding die in cash wordt betaald wordt aldus uitdrukkelijk op de loonfiche vermeld.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 17 octobre 2019 relative au paiement d'une partie de la rémunération de la main à la main pour les travailleurs faisant partie du personnel roulant, art. 3 §§ 1er à 3, prise en exécution de la loi du 23 août 2015 modifiant la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs (MB 01/10/2015), effet au 1er janvier 2020, durée indéterminée ; le § 1er, 3, est cité dans la version rectifiée par l'erratum publié en tête de la convention · dépôt 155363/CO/140.03 · avis de dépôt MB 09/12/2019 · A.R. publié MB 31/07/2020, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 22 juin 2020 · gelezen op 2026-09-05

Paritair comité 140 : de andere comités

PC 140.03 is een onderafdeling van paritair comité 140. Dezelfde familie telt:

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 140.03

Comités in dezelfde familie