PC 140.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TAXI'S
Geen sectoraal barema toegepast
PC 140.02 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.
De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.
Wat de loonbrief berekent
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het minimumloon
- de uurpremies
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TAXI'S
- Registercode : 1400200
- Onder comité PC 140
- Statuten : arbeiders en bedienden
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Referteperiode : dertien weken : het gemiddelde van 38 uur wordt berekend over een periode van 13 weken in de zin van artikel 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971, en de in artikel 22 van die wet bedoelde spreidingstermijn wordt eveneens op dertien weken vastgesteld door artikel 4 van het koninklijk besluit van 14 juli 1971
De effectieve arbeidsduur bedraagt gemiddeld 38 uur per week over een periode van dertien weken zoals voorzien in art. 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 12 juin 2001, « Convention collective relative à la durée de travail du personnel roulant occupé dans les entreprises de taxis », chapitre III, art. 8 — conclue au sein de la CP 140 ; entrée en vigueur le 1er octobre 2001 et conclue pour une durée indéterminée (art. 1er, § 1er du chapitre V) ; son art. 2 remplace la CCT du 14 mai 1968 modifiée par celle du 19 avril 1983 · dépôt 59011/CO/140 (cachet de dépôt : 140.06) · avis de dépôt au M.B. du 11 octobre 2001 · A.R. publié au M.B. du 6 novembre 2002, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 septembre 2002 · gelezen op 2026-09-05
De tijd gedurende dewelke de bestuurder in dienst van de werkgever is, waarin begrepen de bij het arbeidsreglement bepaalde rustperiodes, mag niet korter zijn dan 5u/dag en de 11u/dag niet overschrijden. De maximumduur bedoeld in voorgaande alinea mag evenwel, onverminderd de bepalingen van de wet van 16 maart 1971 betreffende de arbeidsduur in de openbare en particuliere sectoren van het 's lands bedrijfsleven en de uitvoeringsbesluiten ervan, eens per week 12 u/dag belopen, alsmede op 24 en 31 december. Hij is evenwel beperkt tot 650 uren per periode van dertien opeenvolgende weken.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 12 juin 2001, chapitre III « durée du travail », art. 3 — 🛑 ces 650 heures sont du TEMPS DE PRÉSENCE, pas du temps de travail : les 24 % de l'art. 3 de l'A.R. du 14 juillet 1971 en sont retranchés avant d'arriver aux 38 heures de l'art. 8 · dépôt 59011/CO/140 · avis de dépôt au M.B. du 11 octobre 2001, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 septembre 2002 · gelezen op 2026-09-05
Voor de vaststelling van de arbeidsduur, wordt er geen rekening gehouden met de tijd gedurende welke de werkman ter beschikking van de werkgever is zonder effectieve arbeid te presteren ; aldus wordt 24 pct. van de aanwezigheidstijd niet voor de berekening van de arbeidsduur in aanmerking genomen. Het paritair comité drukt het omgekeerd uit : 76 % van de aanwezigheidstijd wordt als effectieve arbeidstijd beschouwd, en de overige 24 % wordt aanzien als tijd gedurende welke de werklieden ter beschikking staan van de werkgever zonder effectieve arbeid te presteren. De in artikel 22 van de arbeidswet van 16 maart 1971 bedoelde spreidingstermijn wordt op dertien weken vastgesteld.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — A.R. du 14 juillet 1971 relatif à la durée du travail du personnel roulant occupé dans les entreprises de taxis et de taxis-camionnettes, art. 3 (tel que remplacé par l'A.R. du 25 septembre 2002, art. 1er, en vigueur le 5 octobre 2002) et art. 4 ; pris en exécution des articles 19, alinéa 3, 1° et 22, 1° de la loi sur le travail du 16 mars 1971, sur demande de la Commission paritaire nationale du transport. La formulation « 76 % / 24 % » est celle de l'art. 7, § 1er de la CCT du 12 juin 2001 (dépôt 59011/CO/140), dont le § 2 priait le ministre d'adapter l'arrêté royal en ce sens — ce qui a été fait le 25 septembre 2002. · NUMAC 1971071407 · M.B. du 12 octobre 1971, p. 12037 · modification NUMAC 2002-09-25/36, M.B. du 5 octobre 2002, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 14 juillet 1971 · gelezen op 2026-09-05
Onverminderd de bepalingen van de wet van 16 maart 1971, worden de arbeidsuren, welke worden opgelegd en verricht buiten de in vorig artikel vastgestelde grenzen, betaald als overuren met overloon. De overuren welke buiten de wil van de werkgever worden gepresteerd, worden niet als overuren beschouwd. Het bedrag van het overloon is vastgesteld op basis van het gewaarborgd minimum maandloon en de wekelijkse arbeidsduur, en wordt aangepast volgens de formule : gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen × 3, gedeeld door 13 × wekelijkse arbeidsduur × 2.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 12 juin 2001, art. 4 (dépôt 59011/CO/140, A.R. du 4 septembre 2002), complétée par la CCT du 21 septembre 2017 « Fixation des salaires minima des chauffeurs occupés dans les entreprises de taxis », chapitre IV, art. 4, qui porte la formule ; cette dernière est entrée en vigueur le 1er juillet 2017 pour une durée indéterminée (art. 7, § 1er) et remplace la CCT du 22 septembre 2008 (A.R. du 6 février 2009) · dépôt 59011/CO/140 et dépôt 142420/CO/140 · avis de dépôt au M.B. du 4 décembre 2017 · A.R. publié au M.B. du 18 mai 2018, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 septembre 2002 et A.R. du 15 avril 2018 · gelezen op 2026-09-05
De werklieden hebben, boven de rustdagen welke worden verleend voor de inhaling van het op zon- en feestdagen verricht werk, recht op 2 bijkomende rustdagen per kwartaal, welke moeten samengevoegd worden met een andere rustdag of zondag, volgens de mogelijkheden van de onderneming. De werklieden moeten een onafgebroken minimumrust van 11 uren per periode van 24 uren genieten. Via een ondernemingsakkoord getekend door de werkgever en de vertegenwoordigers van de representatieve vakbonden in het paritair comité kunnen de ondernemingen een bijkomende betaalde rustdag toekennen aan de chauffeurs, telkens als zij werkelijk 30 dagen hebben gewerkt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 12 juin 2001, art. 5, art. 6 et chapitre IV « Diminution du temps de travail », art. 9 — ⚠️ le jour de repos de l'art. 9 se paie : l'art. 3 de la CCT du 21 septembre 2017 réduit de 3 % la rémunération au pourcentage de la recette des travailleurs des entreprises qui ont conclu un tel accord · dépôt 59011/CO/140 · avis de dépôt au M.B. du 11 octobre 2001, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 septembre 2002 · gelezen op 2026-09-05
De bij artikel 1 bedoelde werklieden hebben voor elke feestdag of elke vervangingsdag van een feestdag recht op een dagelijks loon, gelijk aan het bedrag van het toegekende loon gedurende de betaalperiode die de feestdag of de vervangingsdag voorafgaat, gedeeld door het aantal werkelijk gepresteerde dagen tijdens deze periode. 🛑 Deze tekst bepaalt hoe een vervangingsdag wordt betaald, maar wijst er geen aan : het paritair subcomité stelt geen vervangingsdag vast, die dus in de onderneming moet worden bepaald volgens de cascade van artikel 6 van de wet van 4 januari 1974.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — A.R. du 28 septembre 1976 fixant, pour les entreprises de taxis ressortissant à la Commission paritaire du transport et de la logistique, le montant de la rémunération afférente aux jours fériés, art. 1er et art. 2 — art. 2 tel que modifié par l'A.R. du 31 août 2014, art. 2, en vigueur le 18 septembre 2014 ; pris en exécution de l'article 14, § 2, alinéa 2 de la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fériés, sur avis de la Commission paritaire du transport · NUMAC 1976092807 · M.B. du 22 octobre 1976, p. 88888 · modification NUMAC 2014-08-31/04, M.B. du 8 septembre 2014, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 28 septembre 1976 · gelezen op 2026-09-05
Gemengde arbeid tussen het bijzonder geregeld vervoer met voertuigen van meer dan 9 plaatsen (de chauffeur inbegrepen) enerzijds en taxivervoer anderzijds : als op dezelfde dag beide activiteiten verricht worden, dan gelden de loon- en arbeidsvoorwaarden van toepassing op elkeen van de uitgeoefende activiteiten, en de toekenning van de ARAB-vergoeding gebeurt pro rata de uitgeoefende activiteiten. Als op dezelfde dag één enkele van beide activiteiten verricht wordt, dan gelden de loon- en arbeidsvoorwaarden van toepassing op de uitgeoefende activiteit ; voor de reëel gepresteerde dagen in taxivervoer gelden de toekenningsvoorwaarden van de ARAB-vergoeding van toepassing in het taxivervoer.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 10 avril 2008, « Travail mixte dans les entreprises de services réguliers spécialisés et de taxis », art. 2, § 1er — entrée en vigueur le 17 janvier 2008 et conclue pour une durée indéterminée (art. 3) · dépôt 88097/CO/140 (cachet de dépôt : 140.0206) · avis de dépôt au M.B. du 27 mai 2008 · A.R. publié au M.B. du 11 mars 2009, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 10 décembre 2008 · gelezen op 2026-09-05
De chauffeurs worden bezoldigd op basis van een percentage van de bruto-ontvangsten vermenigvuldigd met een coëfficiënt van 0,8659. Dit percentage bedraagt 36 % wanneer het maximumtarief van toepassing is en 35 % wanneer het maximumtarief niet van toepassing is. De coëfficiënt van 0,8659 wordt als volgt toegepast : bruto-ontvangsten 100 ; aftrek 6 % BTW (100:1,06) 94,34 ; coëfficiënt in voege vanaf 01/07/2017 86,59. Bovengenoemd percentage zal met 3 % verminderd worden voor de chauffeurs van een bedrijf dat een ondernemingsakkoord heeft afgesloten zoals voorzien in art. 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juni 2001 betreffende de arbeidsduur. ⚠️ De Franse kolom schrijft daarentegen dat de coëfficiënt met 3 % wordt verminderd ; beide versies worden zonder arbitrage weergegeven. In geval de werkgever geen bedrijfsklaar voertuig ter beschikking kan stellen van de chauffeur, worden de daaruit voortvloeiende aanwezigheidsuren betaald, op basis van het gewaarborgd minimum maandloon aangepast volgens de formule : gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen × 3, gedeeld door de amplitude over 13 weken.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 septembre 2017, « Fixation des salaires minima des chauffeurs occupés dans les entreprises de taxis », chapitre III, art. 3 et chapitre V, art. 5 — entrée en vigueur le 1er juillet 2017 pour une durée indéterminée (art. 7, § 1er) ; son art. 2 remplace la CCT du 22 septembre 2008 rendue obligatoire par A.R. du 6 février 2009 (dépôt 89330) ; conclue en exécution du protocole d'accord 2017-2018 du 26 juin 2017. Le tableau du coefficient a été relu sur la page rendue en image, l'extraction de texte le disloquant. · dépôt 142420/CO/140 · avis de dépôt au M.B. du 4 décembre 2017 · A.R. publié au M.B. du 18 mai 2018, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 avril 2018 · gelezen op 2026-09-05
De chauffeurs wordt de mogelijkheid geboden om loonvoorschotten in cash te vragen aan hun werkgever. Dit bedrag wordt echter beperkt tot 20 % van de recette van de werknemer, met een maximum van 324 € per maand. Het is aan elke werkgever om het uitzonderlijk karakter te beoordelen ; ook het toegestane bedrag zal individueel door de werkgever beoordeeld worden. De betaling van deze voorschotten op het loon moet gebeuren door middel van het uniform uitbetalingsdocument dat als bijlage bij de overeenkomst opgenomen wordt ; dit document wordt in twee exemplaren opgesteld, waarvan één exemplaar overgemaakt wordt aan de werknemer. De overeenkomst doet geen afbreuk aan de wetgeving betreffende de collectieve schuldbemiddeling.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 mars 2025, « Paiement en espèces d'avances sur salaire », art. 3, 4 et 5 — conclue au sein de la SCP 140.02 en application de l'article 2 de la loi du 23 août 2015 modifiant la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs ; entrée en vigueur le 1er janvier 2025, elle cesse de produire ses effets le 31 décembre 2026 (art. 6). ⚠️ Durée DÉTERMINÉE : la sous-commission la reconduit tous les ans ou tous les deux ans depuis 2017 (dépôts 142808, 151878, 161282, 164351, 176491, 186887) ; à vérifier après le 31 décembre 2026. · dépôt 193532/CO/140.02 · avis de dépôt au M.B. du 12 juin 2025 · A.R. publié au M.B. du 16 septembre 2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 août 2025 · gelezen op 2026-09-05
De tussenkomst van de chauffeur in de schade wegens ongeval in fout, veroorzaakt met het voertuig dat hij bestuurt, is beperkt tot hoogstens 20 % van het bedrag van de schade behalve in geval van zware schuld en/of bedrog ; dit bedrag kan nooit meer dan 495,79 euro bedragen. De tussenkomst is verlaagd tot 5 % met een maximum van 123,95 euro voor de 1e schade, tot 10 % met een maximum van 247,89 euro voor de 2e, en tot 15 % met een maximum van 371,84 euro voor de 3e ; vanaf het vierde ongeval bedraagt de tussenkomst in de schade 20 % met een maximum van 495,79 euro. Zo de betrokkene gedurende een periode van zes maanden geen ongeval door zijn schuld veroorzaakt, wordt de tussenkomst terug op 5 % met een maximum van 123,95 euro vastgesteld. In geval van betwisting over het definitief bedrag van de schade mag de werknemer zich op eigen kosten door een erkende deskundige laten bijstaan, en de chauffeur die door zijn schuld een ongeval veroorzaakt heeft mag zich op zijn verzoek door zijn werkgever al de documenten doen voorleggen welke gediend hebben om het definitief bedrag van de schade vast te stellen. De gunstigere regelingen blijven behouden. 🛑 Deze bedragen worden niet geïndexeerd : de zin die ze aan het referte-indexcijfer van de sector koppelde is met de hand doorgehaald op het neergelegde en geregistreerde exemplaar.
Rubriek 6° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 19 septembre 2001, « Convention collective fixant l'intervention dans les dommages résultant d'un accident produit par les chauffeurs occupés dans le secteur de taxis et des services de location de voitures avec chauffeur », chapitre 3, art. 3 à 6 — son art. 2 remplace la CCT du 14 mai 1968 rendue obligatoire par A.R. du 30 novembre 1968 (M.B. du 27 novembre 1968) ; sans terme au registre. ⚠️ Ce n'est pas une amende disciplinaire mais une mise en cause de la responsabilité du travailleur au sens de l'article 18 de la loi du 3 juillet 1978 ; elle est rangée ici parce qu'elle est la seule sanction pécuniaire que la commission chiffre, et que la retenue correspondante doit figurer au règlement. · dépôt 59217/CO/140 (cachet de dépôt : 140.06) · avis de dépôt au M.B. du 9 novembre 2001 · A.R. publié au M.B. du 2 avril 2003, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 décembre 2002 · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 140 : de andere comités
PC 140.02 is een onderafdeling van paritair comité 140. Dezelfde familie telt:
- PC 140 — PARITAIR COMITE VOOR HET VERVOER EN DE LOGISTIEK
- PC 140.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE AUTOBUSSEN EN AUTOCARS
- PC 140.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET WEGVERVOER EN DE LOGISTIEK VOOR REKENING VAN DERDEN
- PC 140.04 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE GRONDAFHANDELING OP LUCHTHAVENS
- PC 140.05 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE VERHUIZING
Comités in dezelfde familie
- PC 140 — PARITAIR COMITE VOOR HET VERVOER EN DE LOGISTIEK
- PC 140.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE AUTOBUSSEN EN AUTOCARS
- PC 140.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET WEGVERVOER EN DE LOGISTIEK VOOR REKENING VAN DERDEN
- PC 140.04 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE GRONDAFHANDELING OP LUCHTHAVENS
- PC 140.05 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE VERHUIZING