PC 140.02: Paritair subcomité voor de taxi's
mijnloonbrief.be past het minimumloon van PC 140.02 automatisch toe op de loonbrief van elke werknemer van dit comité.
Minimumloon dat wij toetsen
€ 2 233,61 per maand
PSC 140.02 (taxi's en verhuur van voertuigen met chauffeur): het minimumloon hangt af van de functie van de werknemer — taxichauffeur (minimuminkomen van cao nr. 43 × 1,006 voor periodes met volledige prestaties, cao van 21/10/2021), chauffeur van een dienst voor verhuur met chauffeur (uurrooster per anciënniteit, cao van 21/11/2019) of garagepersoneel (vijf categorieën, cao van 20/10/2022). Vul ze in op de fiche van de werknemer. Zonder dat gegeven blijft het interprofessioneel gewaarborgd minimum de ondergrens.
Bron: Cao van 21/10/2021 « Waarborg van een minimum gemiddeld inkomen aan de chauffeurs tewerkgesteld door taxiondernemingen », neerlegging 168185/CO/140 (bericht van neerlegging in het BS van 30/11/2021, KB van 29/01/2022); cao van 21/11/2019 « Arbeidsvoorwaarden van de chauffeurs van de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur », neerlegging 155922/CO/140 (KB van 06/09/2020); cao van 20/10/2022 « Vaststelling van de lonen van het garagepersoneel », neerlegging 176500/CO/140 (KB van 07/05/2023); cao nr. 43 van de NAR (tabel van de bedragen op 01/07/2026); afgevlakte gezondheidsindex van Statbel, cao 168185 art. 3, 4, 6 en 7; cao 155922 art. 4, 9 en 14; cao 176500 art. 2 tot 7 (neerlegging 168185), van kracht op 01/07/2026 de tekst lezen
Minimumloon per categorie
De loonschaal van PC 140.02 telt 8 vakken. Bedragen nagekeken op 21/10/2026.
Laagste minimum uurloon: Garagepersoneel — hulparbeider, € 14,1763 per uur; hoogste: Garagepersoneel — buiten categorie, € 18,6027 per uur.
Laagste minimum maandloon: Taxichauffeur — onvolledige prestaties schriftelijk meegedeeld voor de periode, € 2 233,61 per maand; hoogste: Taxichauffeur — volledige prestaties in de betaalperiode, € 2 247,01 per maand.
mijnloonbrief.be past op de loonbrief het minimum toe van het vak dat u voor de werknemer kiest; zonder keuze wordt het eerste niveau van de loonschaal gecontroleerd: het laagste van de gewone vakken (volwassene, instapniveau); een lager voorwaardelijk vak (jongere, opleiding, afwijking) geldt enkel als u het kiest.
| Vak | Minimum |
|---|---|
| Taxichauffeur — volledige prestaties in de betaalperiode | € 2 247,01/maand |
| Taxichauffeur — onvolledige prestaties schriftelijk meegedeeld voor de periode | € 2 233,61/maand |
| Chauffeur — dienst voor verhuur van voertuigen met chauffeur | € 15,5992/u |
| Garagepersoneel — hulparbeider | € 14,1763/u |
| Garagepersoneel — geschoolde arbeider 3de categorie | € 15,0522/u |
| Garagepersoneel — geschoolde arbeider 2de categorie | € 16,5495/u |
| Garagepersoneel — geschoolde arbeider 1ste categorie | € 17,4303/u |
| Garagepersoneel — buiten categorie | € 18,6027/u |
1 vak stijgt nog met de anciënniteit in de onderneming: de tabel toont het instapbedrag, de loonbrief berekent de trap vanaf de datum van indiensttreding.
Wat het vak bepaalt: Functie van de werknemer: taxichauffeur (volledige prestaties, of onvolledige die voor de periode schriftelijk zijn meegedeeld), chauffeur van een dienst voor verhuur van voertuigen met chauffeur, of garagepersoneel en zijn categorie (cao van 20/10/2022)
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- de uurpremies
- de ecocheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
- de DmfA
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TAXI'S
- FOD-code : 1400200
- Onder comité PC 140
- Statuten : arbeiders
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Referteperiode : dertien weken : het gemiddelde van 38 uur wordt berekend over een periode van 13 weken in de zin van artikel 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971, en de in artikel 22 van die wet bedoelde spreidingstermijn wordt eveneens op dertien weken vastgesteld door artikel 4 van het koninklijk besluit van 14 juli 1971
De effectieve arbeidsduur bedraagt gemiddeld 38 uur per week over een periode van dertien weken zoals voorzien in art. 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 12 juin 2001, „Convention collective relative à la durée de travail du personnel roulant occupé dans les entreprises de taxis”, chapitre III, art. 8 — conclue au sein de la CP 140 ; entrée en vigueur le 1er octobre 2001 et conclue pour une durée indéterminée (art. 1er, § 1er du chapitre V) ; son art. 2 remplace la CCT du 14 mai 1968 modifiée par celle du 19 avril 1983 · dépôt 59011/CO/140 (cachet de dépôt : 140.06) · avis de dépôt au M.B. du 11 octobre 2001 · A.R. publié au M.B. du 6 novembre 2002, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 septembre 2002
De tijd gedurende dewelke de bestuurder in dienst van de werkgever is, waarin begrepen de bij het arbeidsreglement bepaalde rustperiodes, mag niet korter zijn dan 5u/dag en de 11u/dag niet overschrijden. De maximumduur bedoeld in voorgaande alinea mag evenwel, onverminderd de bepalingen van de wet van 16 maart 1971 betreffende de arbeidsduur in de openbare en particuliere sectoren van het 's lands bedrijfsleven en de uitvoeringsbesluiten ervan, eens per week 12 u/dag belopen, alsmede op 24 en 31 december. Hij is evenwel beperkt tot 650 uren per periode van dertien opeenvolgende weken.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 12 juin 2001, chapitre III „durée du travail”, art. 3 · dépôt 59011/CO/140 · avis de dépôt au M.B. du 11 octobre 2001, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 septembre 2002
Voor de vaststelling van de arbeidsduur, wordt er geen rekening gehouden met de tijd gedurende welke de werkman ter beschikking van de werkgever is zonder effectieve arbeid te presteren ; aldus wordt 24 pct. van de aanwezigheidstijd niet voor de berekening van de arbeidsduur in aanmerking genomen. Het paritair comité drukt het omgekeerd uit : 76 % van de aanwezigheidstijd wordt als effectieve arbeidstijd beschouwd, en de overige 24 % wordt aanzien als tijd gedurende welke de werklieden ter beschikking staan van de werkgever zonder effectieve arbeid te presteren. De in artikel 22 van de arbeidswet van 16 maart 1971 bedoelde spreidingstermijn wordt op dertien weken vastgesteld.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — A.R. du 14 juillet 1971 relatif à la durée du travail du personnel roulant occupé dans les entreprises de taxis et de taxis-camionnettes, art. 3 (tel que remplacé par l'A.R. du 25 septembre 2002, art. 1er, en vigueur le 5 octobre 2002) et art. 4 ; pris en exécution des articles 19, alinéa 3, 1° et 22, 1° de la loi sur le travail du 16 mars 1971, sur demande de la Commission paritaire nationale du transport. La formulation „76 % / 24 %” est celle de l'art. 7, § 1er de la CCT du 12 juin 2001 (dépôt 59011/CO/140), dont le § 2 priait le ministre d'adapter l'arrêté royal en ce sens — ce qui a été fait le 25 septembre 2002. · NUMAC 1971071407 · M.B. du 12 octobre 1971, p. 12037 · modification NUMAC 2002-09-25/36, M.B. du 5 octobre 2002, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 14 juillet 1971
Onverminderd de bepalingen van de wet van 16 maart 1971, worden de arbeidsuren, welke worden opgelegd en verricht buiten de in vorig artikel vastgestelde grenzen, betaald als overuren met overloon. De overuren welke buiten de wil van de werkgever worden gepresteerd, worden niet als overuren beschouwd. Het bedrag van het overloon is vastgesteld op basis van het gewaarborgd minimum maandloon en de wekelijkse arbeidsduur, en wordt aangepast volgens de formule : gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen × 3, gedeeld door 13 × wekelijkse arbeidsduur × 2.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 12 juin 2001, art. 4 (dépôt 59011/CO/140, A.R. du 4 septembre 2002), complétée par la CCT du 21 septembre 2017 „Fixation des salaires minima des chauffeurs occupés dans les entreprises de taxis”, chapitre IV, art. 4, qui porte la formule ; cette dernière est entrée en vigueur le 1er juillet 2017 pour une durée indéterminée (art. 7, § 1er) et remplace la CCT du 22 septembre 2008 (A.R. du 6 février 2009) · dépôt 59011/CO/140 et dépôt 142420/CO/140 · avis de dépôt au M.B. du 4 décembre 2017 · A.R. publié au M.B. du 18 mai 2018, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 septembre 2002 et A.R. du 15 avril 2018
De werklieden hebben, boven de rustdagen welke worden verleend voor de inhaling van het op zon- en feestdagen verricht werk, recht op 2 bijkomende rustdagen per kwartaal, welke moeten samengevoegd worden met een andere rustdag of zondag, volgens de mogelijkheden van de onderneming. De werklieden moeten een onafgebroken minimumrust van 11 uren per periode van 24 uren genieten. Via een ondernemingsakkoord getekend door de werkgever en de vertegenwoordigers van de representatieve vakbonden in het paritair comité kunnen de ondernemingen een bijkomende betaalde rustdag toekennen aan de chauffeurs, telkens als zij werkelijk 30 dagen hebben gewerkt.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 12 juin 2001, art. 5, art. 6 et chapitre IV „Diminution du temps de travail”, art. 9 · dépôt 59011/CO/140 · avis de dépôt au M.B. du 11 octobre 2001, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 4 septembre 2002
De bij artikel 1 bedoelde werklieden hebben voor elke feestdag of elke vervangingsdag van een feestdag recht op een dagelijks loon, gelijk aan het bedrag van het toegekende loon gedurende de betaalperiode die de feestdag of de vervangingsdag voorafgaat, gedeeld door het aantal werkelijk gepresteerde dagen tijdens deze periode. Deze tekst bepaalt hoe een vervangingsdag wordt betaald, maar wijst er geen aan : het paritair subcomité stelt geen vervangingsdag vast, die dus in de onderneming moet worden bepaald volgens de cascade van artikel 6 van de wet van 4 januari 1974.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — A.R. du 28 septembre 1976 fixant, pour les entreprises de taxis ressortissant à la Commission paritaire du transport et de la logistique, le montant de la rémunération afférente aux jours fériés, art. 1er et art. 2 — art. 2 tel que modifié par l'A.R. du 31 août 2014, art. 2, en vigueur le 18 septembre 2014 ; pris en exécution de l'article 14, § 2, alinéa 2 de la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fériés, sur avis de la Commission paritaire du transport · NUMAC 1976092807 · M.B. du 22 octobre 1976, p. 88888 · modification NUMAC 2014-08-31/04, M.B. du 8 septembre 2014, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 28 septembre 1976
Gemengde arbeid tussen het bijzonder geregeld vervoer met voertuigen van meer dan 9 plaatsen (de chauffeur inbegrepen) enerzijds en taxivervoer anderzijds : als op dezelfde dag beide activiteiten verricht worden, dan gelden de loon- en arbeidsvoorwaarden van toepassing op elkeen van de uitgeoefende activiteiten, en de toekenning van de ARAB-vergoeding gebeurt pro rata de uitgeoefende activiteiten. Als op dezelfde dag één enkele van beide activiteiten verricht wordt, dan gelden de loon- en arbeidsvoorwaarden van toepassing op de uitgeoefende activiteit ; voor de reëel gepresteerde dagen in taxivervoer gelden de toekenningsvoorwaarden van de ARAB-vergoeding van toepassing in het taxivervoer.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 10 avril 2008, „Travail mixte dans les entreprises de services réguliers spécialisés et de taxis”, art. 2, § 1er — entrée en vigueur le 17 janvier 2008 et conclue pour une durée indéterminée (art. 3) · dépôt 88097/CO/140 (cachet de dépôt : 140.0206) · avis de dépôt au M.B. du 27 mai 2008 · A.R. publié au M.B. du 11 mars 2009, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 10 décembre 2008
De chauffeurs worden bezoldigd op basis van een percentage van de bruto-ontvangsten vermenigvuldigd met een coëfficiënt van 0,8659. Dit percentage bedraagt 36 % wanneer het maximumtarief van toepassing is en 35 % wanneer het maximumtarief niet van toepassing is. De coëfficiënt van 0,8659 wordt als volgt toegepast : bruto-ontvangsten 100 ; aftrek 6 % BTW (100:1,06) 94,34 ; coëfficiënt in voege vanaf 01/07/2017 86,59. Bovengenoemd percentage zal met 3 % verminderd worden voor de chauffeurs van een bedrijf dat een ondernemingsakkoord heeft afgesloten zoals voorzien in art. 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juni 2001 betreffende de arbeidsduur. De Franse kolom schrijft daarentegen dat de coëfficiënt met 3 % wordt verminderd ; beide versies worden zonder arbitrage weergegeven. In geval de werkgever geen bedrijfsklaar voertuig ter beschikking kan stellen van de chauffeur, worden de daaruit voortvloeiende aanwezigheidsuren betaald, op basis van het gewaarborgd minimum maandloon aangepast volgens de formule : gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen × 3, gedeeld door de amplitude over 13 weken.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 septembre 2017, „Fixation des salaires minima des chauffeurs occupés dans les entreprises de taxis”, chapitre III, art. 3 et chapitre V, art. 5 — entrée en vigueur le 1er juillet 2017 pour une durée indéterminée (art. 7, § 1er) ; son art. 2 remplace la CCT du 22 septembre 2008 rendue obligatoire par A.R. du 6 février 2009 (dépôt 89330) ; conclue en exécution du protocole d'accord 2017-2018 du 26 juin 2017. Le tableau du coefficient a été relu sur la page rendue en image, l'extraction de texte le disloquant. · dépôt 142420/CO/140 · avis de dépôt au M.B. du 4 décembre 2017 · A.R. publié au M.B. du 18 mai 2018, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 15 avril 2018
De chauffeurs wordt de mogelijkheid geboden om loonvoorschotten in cash te vragen aan hun werkgever. Dit bedrag wordt echter beperkt tot 20 % van de recette van de werknemer, met een maximum van 324 € per maand. Het is aan elke werkgever om het uitzonderlijk karakter te beoordelen ; ook het toegestane bedrag zal individueel door de werkgever beoordeeld worden. De betaling van deze voorschotten op het loon moet gebeuren door middel van het uniform uitbetalingsdocument dat als bijlage bij de overeenkomst opgenomen wordt ; dit document wordt in twee exemplaren opgesteld, waarvan één exemplaar overgemaakt wordt aan de werknemer. De overeenkomst doet geen afbreuk aan de wetgeving betreffende de collectieve schuldbemiddeling.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 mars 2025, „Paiement en espèces d'avances sur salaire”, art. 3, 4 et 5 — conclue au sein de la SCP 140.02 en application de l'article 2 de la loi du 23 août 2015 modifiant la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs ; entrée en vigueur le 1er janvier 2025, elle cesse de produire ses effets le 31 décembre 2026 (art. 6). · dépôt 193532/CO/140.02 · avis de dépôt au M.B. du 12 juin 2025 · A.R. publié au M.B. du 16 septembre 2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 29 août 2025
De tussenkomst van de chauffeur in de schade wegens ongeval in fout, veroorzaakt met het voertuig dat hij bestuurt, is beperkt tot hoogstens 20 % van het bedrag van de schade behalve in geval van zware schuld en/of bedrog ; dit bedrag kan nooit meer dan 495,79 euro bedragen. De tussenkomst is verlaagd tot 5 % met een maximum van 123,95 euro voor de 1e schade, tot 10 % met een maximum van 247,89 euro voor de 2e, en tot 15 % met een maximum van 371,84 euro voor de 3e ; vanaf het vierde ongeval bedraagt de tussenkomst in de schade 20 % met een maximum van 495,79 euro. Zo de betrokkene gedurende een periode van zes maanden geen ongeval door zijn schuld veroorzaakt, wordt de tussenkomst terug op 5 % met een maximum van 123,95 euro vastgesteld. In geval van betwisting over het definitief bedrag van de schade mag de werknemer zich op eigen kosten door een erkende deskundige laten bijstaan, en de chauffeur die door zijn schuld een ongeval veroorzaakt heeft mag zich op zijn verzoek door zijn werkgever al de documenten doen voorleggen welke gediend hebben om het definitief bedrag van de schade vast te stellen. De gunstigere regelingen blijven behouden. Deze bedragen worden niet geïndexeerd : de zin die ze aan het referte-indexcijfer van de sector koppelde is met de hand doorgehaald op het neergelegde en geregistreerde exemplaar.
Rubriek 6° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 19 septembre 2001, „Convention collective fixant l'intervention dans les dommages résultant d'un accident produit par les chauffeurs occupés dans le secteur de taxis et des services de location de voitures avec chauffeur”, chapitre 3, art. 3 à 6 — son art. 2 remplace la CCT du 14 mai 1968 rendue obligatoire par A.R. du 30 novembre 1968 (M.B. du 27 novembre 1968) ; sans terme au registre. · dépôt 59217/CO/140 (cachet de dépôt : 140.06) · avis de dépôt au M.B. du 9 novembre 2001 · A.R. publié au M.B. du 2 avril 2003, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 décembre 2002
Veelgestelde vragen
Wat is het minimumloon in PC 140.02?
Het minimumloon dat mijnloonbrief.be in PC 140.02 controleert, bedraagt € 2 233,61 per maand, van kracht op 01/07/2026. Het is het eerste niveau van de loonschaal, het laagste van de gewone vakken; het minimum van elke werknemer hangt af van zijn vak in de loonschaal, en een lager voorwaardelijk vak (jongere, opleiding) geldt enkel als het gekozen is. Voor een werknemer van dit comité controleert de loonbrief de brutovergoeding tegenover dat minimum. Voorziet uw arbeidsovereenkomst of uw cao een hoger bedrag, dan is dat hogere bedrag verschuldigd. Verschijnt er een nieuwe tekst of een indexering, dan wordt het minimum bijgewerkt en verandert de vermelde datum. Op de pagina van het comité staan de cao, het artikel en het neerleggingsnummer waarop dit bedrag steunt, de datum vanaf wanneer het geldt en de sectorale elementen die de loonbrief niet toepast.
Hangt het minimumloon in PC 140.02 af van de categorie van de werknemer?
Ja. De loonschaal van PC 140.02 telt 8 vakken; bedragen nagekeken op 21/10/2026. Laagste minimum uurloon: Garagepersoneel — hulparbeider, € 14,1763 per uur; hoogste: Garagepersoneel — buiten categorie, € 18,6027 per uur. Laagste minimum maandloon: Taxichauffeur — onvolledige prestaties schriftelijk meegedeeld voor de periode, € 2 233,61 per maand; hoogste: Taxichauffeur — volledige prestaties in de betaalperiode, € 2 247,01 per maand. mijnloonbrief.be past op de loonbrief het minimum toe van het vak dat u voor de werknemer kiest; zonder keuze wordt het eerste niveau van de loonschaal gecontroleerd: het laagste van de gewone vakken (volwassene, instapniveau); een lager voorwaardelijk vak (jongere, opleiding, afwijking) geldt enkel als u het kiest. Voorziet uw arbeidsovereenkomst of uw cao voor die categorie een hoger minimum, dan is dat hogere bedrag verschuldigd. Verschijnt er een nieuwe tekst of een indexering, dan wordt de loonschaal bijgewerkt en verandert de vermelde datum.
Welke tekst legt het barema van PC 140.02 vast?
Het barema dat mijnloonbrief.be toepast, komt uit Cao van 21/10/2021 « Waarborg van een minimum gemiddeld inkomen aan de chauffeurs tewerkgesteld door taxiondernemingen », neerlegging 168185/CO/140 (bericht van neerlegging in het BS van 30/11/2021, KB van 29/01/2022); cao van 21/11/2019 « Arbeidsvoorwaarden van de chauffeurs van de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur », neerlegging 155922/CO/140 (KB van 06/09/2020); cao van 20/10/2022 « Vaststelling van de lonen van het garagepersoneel », neerlegging 176500/CO/140 (KB van 07/05/2023); cao nr. 43 van de NAR (tabel van de bedragen op 01/07/2026); afgevlakte gezondheidsindex van Statbel, cao 168185 art. 3, 4, 6 en 7; cao 155922 art. 4, 9 en 14; cao 176500 art. 2 tot 7 (neerlegging 168185), van kracht op 01/07/2026. Die tekst vormt de grondslag van het gecontroleerde minimum voor dit comité; de loonbrief vergelijkt het brutoloon van de werknemer met dat minimum, en de pagina geeft de cao en de neerlegging.
Paritair comité 140 : de andere comités
PC 140.02 is een onderafdeling van paritair comité 140. Dezelfde familie telt:
- PC 140 — PARITAIR COMITE VOOR HET VERVOER EN DE LOGISTIEK
- PC 140.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE AUTOBUSSEN EN AUTOCARS
- PC 140.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET WEGVERVOER EN DE LOGISTIEK VOOR REKENING VAN DERDEN
- PC 140.04 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE GRONDAFHANDELING OP LUCHTHAVENS
- PC 140.05 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE VERHUIZING
Sector: Transport en logistiek
De informatie op deze pagina geldt voor elke arbeider van PC 140.02: elke werknemer, elk personeelslid of elke medewerker met het statuut van arbeider. Uw bedienden vallen onder het paritair comité van hun statuut.
Eerste werknemer onder PC 140.02? Stappen en echte kost
De werkgeverskost van een werknemer berekenen
De eerste loonbrief van elke maand is gratis, zonder bankkaart en zonder iets te installeren. De volgende kosten 5 euro excl. btw per stuk, zonder verplicht abonnement en zonder aansluitingskosten.
Comités in dezelfde familie
- PC 140 — PARITAIR COMITE VOOR HET VERVOER EN DE LOGISTIEK
- PC 140.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE AUTOBUSSEN EN AUTOCARS
- PC 140.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET WEGVERVOER EN DE LOGISTIEK VOOR REKENING VAN DERDEN
- PC 140.04 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE GRONDAFHANDELING OP LUCHTHAVENS
- PC 140.05 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE VERHUIZING