PC 140.04 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE GRONDAFHANDELING OP LUCHTHAVENS
Minimumloon dat wij toetsen
€ 16,3787 per uur
PSC 140.04: ondergrens = BAR01 ("medewerker cleaning & cabin dressing"), de laagste van de twaalf klassen van de functieclassificatie. 15,2948 €/u op 01/01/2023 (cao 180063/CO/140.04, art. 17), vervolgens jaarlijks geïndexeerd op 1 januari volgens de formule van cao 154717/CO/140 (moederparitair comité, art. 3): 15,4677 €/u op 01/01/2024 (+1,13%), 16,0214 €/u op 01/01/2025 (+3,58%), 16,3787 €/u op 01/01/2026 (+2,23%) — bedragen gepubliceerd door de FOD WASO (salairesminimums.be, pagina "Commission paritaire 1400400"), hier niet zelf herberekend. De elf andere klassen lopen op tot 21,7646 €/u (BAR12) op 01/01/2026.
Bron: CAO van 25 mei 2023 "Classification de fonctions" (PSC 140.04), nr. 180063/CO/140.04, art. 17 (basisbedrag 2023) — indexeringen 2024-2026 volgens de formule van de CAO nr. 154717/CO/140 van 26/09/2019 (moedercomité, art. 3), gepubliceerd door salairesminimums.be (FOD Werkgelegenheid), pagina "Commission paritaire 1400400" (jcId=e459c46487014732a31857cac116d4b7), bevraagd op de data 01/01/2024, 01/01/2025 en 01/01/2026, hoofdstuk VII, art. 17 (barema 2023); tabel BAR01, regime 38 u/week, voor de drie volgende jaren (neerlegging 180063) — van kracht op 2026-01-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de eindejaarspremie
- de maaltijdcheques
- de ecocheques
- zondag en feestdagen
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de uurpremies
- de verplaatsingskosten
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE GRONDAFHANDELING OP LUCHTHAVENS
- Registercode : 1400400
- Onder comité PC 140
- Statuten : arbeiders
- Indexering : 01 — laatst toegepast 2026-01-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Dit paritair comité stelt geen wekelijkse arbeidsduur vast voor zijn hele toepassingsgebied. Neem de 38 uur van een model niet zomaar over: lees hieronder wat het comité wél schrijft.
Referteperiode : de jaarlijkse arbeidstijd van een voltijdse werknemer bedraagt 1 976 uren ; de referteperiode van één jaar start op 1 april van elk jaar om te eindigen op 31 maart van het volgende jaar, en kan anders worden gedefinieerd mits het afsluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst op het niveau van de onderneming
De nieuwe arbeidsregeling mag afwijken van de volgende bepalingen : het verbod van zondagsarbeid voorgeschreven door artikel 11 van de arbeidswet van 16 maart 1971 — de zondag wordt beschouwd als een normale arbeidsdag ; het verbod om werknemers 's nachts tewerk te stellen, voorgeschreven door artikel 35 van dezelfde wet — nachtarbeid wordt beschouwd als een normale arbeidsdag ; de grenzen van de arbeidsduur voorgeschreven door de artikelen 19, eerste lid, 20, 20bis en 27 van dezelfde wet, op voorwaarde dat de dagelijkse arbeidstijd de 10 uren niet overschrijdt ; het verbod van arbeid op feestdagen, voorgeschreven door de wet van 4 januari 1974 — de feestdag wordt beschouwd als een normale arbeidsdag. Tussen 2 dagelijkse prestaties moet een ononderbroken rusttijd van minimum 11 uur worden toegekend ; per week dient daarenboven een ononderbroken rustperiode van 35 uur te worden toegekend.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 octobre 2024 « Nouveaux régimes de travail », art. 3, conclue en application de la loi du 17 mars 1987 (MB 12/06/1987) et de la CCT n° 42 du Conseil national du travail du 2 juin 1987 (MB 26/06/1987) ; effet au 1er avril 2025, durée indéterminée · dépôt 190704/CO/140.04 · avis de dépôt MB 04/12/2024 · A.R. publié MB 07/02/2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 janvier 2025 · gelezen op 2026-09-05
De jaarlijkse arbeidstijd voor een voltijdse werknemer bedraagt 1 976 uren per jaar ; met arbeidstijd wordt bedoeld het geheel van de aanwezigheidsuren en afwezigheidsuren. De referteperiode van één jaar start op 1 april van elk jaar om te eindigen op 31 maart van het volgende jaar, en kan anders worden gedefinieerd mits het afsluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsvlak. Bij afloop van het refertejaar kunnen maximaal 38 meeruren worden overgedragen naar het volgende jaar ; alle uren die deze 38 meeruren overschrijden moeten worden uitbetaald bij de afrekening van het loon van de laatste maand van de referteperiode. Op eenvoudige vraag van de werknemer kunnen meerdere of alle van de eerste 38 meeruren worden uitbetaald in plaats van overgedragen. Te weinig gepresteerde uren in het refertejaar zijn verworven voor de werknemer en verloren voor de werkgever. De meeruren die de 1 976 uren arbeidstijd overschrijden, te verminderen met de uren waarvoor tijdens het refertejaar reeds een overloontoeslag werd betaald, geven recht op een overloontoeslag van 50 %. Deze regeling is niet van toepassing op de meeruren die werden gepresteerd vóór 1 april 2025.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 octobre 2024 « Nouveaux régimes de travail », art. 4 et art. 7, et art. 9 (durée indéterminée, entrée en vigueur le 1er avril 2025) ; elle succède à la CCT du 19 décembre 2022 (177576/CO/140, A.R. du 7 juin 2023), abrogée au 1er avril 2025 par la CCT du 20 février 2025 (192560/CO/140, A.R. du 11 mai 2025), laquelle avait elle-même remplacé intégralement la CCT du 15 décembre 1999 (54065/CO/140, A.R. du 10 novembre 2001) dont l'art. 3 fixait encore une moyenne hebdomadaire de 38 heures sur douze mois · dépôt 190704/CO/140.04 · avis de dépôt MB 04/12/2024 · A.R. publié MB 07/02/2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 janvier 2025 · gelezen op 2026-09-05
Behoudens andersluidende bepaling opgenomen in het arbeidsreglement wordt elke maand vast verloond conform het contractuele arbeidsregime, dit wil zeggen het contractueel aantal uren op maandbasis. De min- en meeruren op maandbasis die afwijken van dat contractueel aantal uren dienen te worden opgenomen in een overzicht, weergegeven op de loonfiche.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 octobre 2024 « Nouveaux régimes de travail », art. 5 et art. 6 ; effet au 1er avril 2025, durée indéterminée · dépôt 190704/CO/140.04 · avis de dépôt MB 04/12/2024 · A.R. publié MB 07/02/2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 19 janvier 2025 · gelezen op 2026-09-05
De volgende toeslagen gelden als minimum in de sector voor effectief gepresteerde uren : op zaterdag, 5 % op alle uren ; avondpremie, 5 % op de uren tussen 18 en 22 uur ; nachtpremie, 20 % op de uren tussen 22 en 7 uur. Deze toeslagen worden steeds berekend op het basisuurloon, en er is geen cumul van ploegenpremies. Indien in de ondernemingen reeds voordeliger regelingen hieromtrent bestaan, blijven deze regelingen van toepassing.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 11 décembre 2009 relative à la prime d'équipe dans le sous-secteur de l'assistance dans les aéroports, art. 2 ; effet au 1er janvier 2008, durée indéterminée ; remplace le régime de l'art. 3 de la CCT du 17 octobre 2005 « Pouvoir d'achat et primes d'équipes » · dépôt 103809/CO/140 · avis de dépôt MB 15/04/2011 · A.R. publié MB 14/09/2011, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 août 2011 · gelezen op 2026-09-05
Per effectief gepresteerd uur op een zondag en per effectief gepresteerd uur op een feestdag wordt een extrawettelijke toeslag betaald bovenop het basisuurloon. Vastgesteld op 60 % van het basisuurloon op 1 juni 2013, werd hij verhoogd naar 70 % op 1 januari 2014, naar 85 % op 1 januari 2015 en naar 100 % op 1 januari 2016. Elke onderneming mag, in overleg met de syndicale afvaardiging, beslissen welk systeem van toepassing is : ofwel bepaalt het aanvangsuur van de prestatie of het om een prestatie op zondag of op een feestdag gaat, ofwel zijn het de feitelijk gepresteerde uren tussen 0 en 24 uur op die dag. Reeds bestaande systemen blijven behouden voor zover zij in overeenstemming zijn met deze overeenkomst.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 18 avril 2013 relative au supplément pour travail le dimanche et jours fériés dans le sous-secteur de l'assistance dans les aéroports, art. 2 à art. 8 ; effet au 1er juin 2013, durée indéterminée ; enregistrée sous le numéro provisoire 114978/CO/140.08 du sous-secteur, aujourd'hui SCP 140.04 · dépôt 114978/CO/140 · avis de dépôt MB 04/06/2013 · A.R. publié MB 28/11/2014, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 2 juillet 2014 · gelezen op 2026-09-05
In geval van ononderbroken tewerkstelling binnen de sector wordt één betaalde dag verlof toegekend per volledig gewerkte schijf van 5 jaren in de sector, met een maximum van 7 anciënniteitsverlofdagen. Bij aanwerving die onmiddellijk volgt op de uitdiensttreding bij een andere werkgever van het paritair subcomité wordt de verworven anciënniteit overgenomen voor het bepalen van het aantal dagen, zonder invloed op de berekening van de opzegtermijnen ; de onmiddellijk voorafgaande tewerkstelling als uitzendkracht binnen dezelfde onderneming telt mee voor die berekening. Reeds bestaande voordeliger ondernemingsregelingen blijven van toepassing en zijn niet cumulatief met deze minimumregeling. Vanaf 10 jaar anciënniteit in de sector heeft de werknemer bovendien recht op één betaalde sectorale verlofdag. Er wordt één bijzondere betaalde verlofdag toegekend naar aanleiding van Bevrijdingsdag op 8 mei ; vanaf 2024 vervangt deze verlofdag de communautaire verlofdag, die niet langer wordt toegekend. Wanneer Bevrijdingsdag samenvalt met een zaterdag of een zondag, wordt een vervangingsdag toegekend ; de modaliteiten van toekenning en vervanging worden in onderling overleg op het vlak van de onderneming bepaald. De dagen anciënniteitsverlof, de sectorale verlofdag en de Bevrijdingsdag van een bepaald kalenderjaar kunnen naar een volgend kalenderjaar worden overgedragen op voorwaarde dat er hieromtrent een akkoord is op het niveau van de onderneming, dat er dan ook de modaliteiten van bepaalt.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 28 septembre 2023 « Congé d'ancienneté, congé sectoriel, jour de la Libération et petit chômage », art. 2 à art. 8 ; effet au 1er janvier 2024, durée indéterminée ; remplace intégralement la CCT du 25 novembre 2021 (170310/CO/140.04) ; le jour férié communautaire de la CCT du 26 novembre 2003 (70654/CO/140, A.R. du 17 septembre 2005) n'est donc plus attribué · dépôt 183399/CO/140.04 · avis de dépôt MB 15/12/2023 · A.R. publié MB 16/04/2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 25 mars 2024 · gelezen op 2026-09-05
Bij weigering of niet-verlenging van de luchthavenidentificatiebadge wordt de werkgever schriftelijk op de hoogte gebracht door de luchthavenautoriteiten en de werknemer door de Nationale Veiligheidsoverheid. De werknemer krijgt 8 kalenderdagen de tijd om beroep aan te tekenen en dient de werkgever hiervan op de hoogte te brengen door bezorging van een kopie van het beroep, per e-mail of per aangetekend schrijven aan de bedrijfsleiding. Bij ontstentenis van bericht kan de werkgever, 12 dagen nadat hij door de luchthavenautoriteiten werd geïnformeerd over de weigering of de intrekking, schriftelijk aan de werknemer melden dat de arbeidsovereenkomst op datum van de weigering is gestopt omwille van overmacht, waarbij die datum de datum van melding aan de werkgever is. Van zodra hij in kennis wordt gesteld van de weigering, zorgt de werkgever voor de documenten C3.2 waardoor de werknemer terugvalt op tijdelijke werkloosheid omwille van overmacht. Het staat de werkgever vrij de werknemer tewerk te stellen op locaties waar geen badge nodig is. De werknemer of zijn vakorganisatie brengt de werkgever binnen de 10 werkdagen na uitspraak van de beroepsprocedure op de hoogte van het resultaat ; op het einde van elke maand bezorgt de werknemer schriftelijk een verklaring dat de beroepsprocedure nog loopt, bij ontstentenis waarvan de arbeidsovereenkomst vanaf de 7de kalenderdag omwille van overmacht kan worden stopgezet. Indien de badge definitief wordt geweigerd, kan de werkgever schriftelijk melden dat de arbeidsovereenkomst ophoudt te bestaan omwille van overmacht ; van zodra de badge is afgeleverd, wordt de werknemer zonder enig nadeel terug ingeschakeld in zijn functie zoals voorheen.
Rubriek 4° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 22 mars 2018 « Retrait (temporaire) du badge d'identification de l'aéroport », art. 2 §§ 1er à 10 ; effet au 22 mars 2018, durée indéterminée · dépôt 145926/CO/140.04 · avis de dépôt MB 08/05/2018 · A.R. publié MB 06/09/2018, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 août 2018 · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 140 : de andere comités
PC 140.04 is een onderafdeling van paritair comité 140. Dezelfde familie telt:
- PC 140 — PARITAIR COMITE VOOR HET VERVOER EN DE LOGISTIEK
- PC 140.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE AUTOBUSSEN EN AUTOCARS
- PC 140.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TAXI'S
- PC 140.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET WEGVERVOER EN DE LOGISTIEK VOOR REKENING VAN DERDEN
- PC 140.05 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE VERHUIZING
Comités in dezelfde familie
- PC 140 — PARITAIR COMITE VOOR HET VERVOER EN DE LOGISTIEK
- PC 140.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE AUTOBUSSEN EN AUTOCARS
- PC 140.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TAXI'S
- PC 140.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET WEGVERVOER EN DE LOGISTIEK VOOR REKENING VAN DERDEN
- PC 140.05 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE VERHUIZING