PC 140.05 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE VERHUIZING
Minimumloon dat wij toetsen
€ 14,8775 per uur
PSC 140.05 (verhuizingen): beginnend drager — 14,8775 EUR/u op 01/01/2026, stelsel van 38 u (indexering van 2,23 % in 1/2026, officieel rooster van de FOD Werk). Dat is het laagste van de gepubliceerde beroepen: drager van meer dan één jaar 15,0058 EUR/u, chauffeur, machinist en inpakker 15,2918 EUR/u.
Bron: Databank "Minimumlonen" van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, paritair subcomité 1400500 (administratieve primaire bron), sectie 1.1.1 « AGE : Majeurs », beginnende drager, regime 38 u — van kracht op 2026-01-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de maaltijdcheques
- de Dimona
- de DmfA
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE VERHUIZING
- Registercode : 1400500
- Onder comité PC 140
- Statuten : arbeiders
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Referteperiode : Maximaal zes maanden. Bij invoering van een nieuwe arbeidsregeling loopt de referentieperiode van 1 februari tot 31 juli en van 1 augustus tot 31 januari
De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur bedraagt 38 uren, zoals voorzien in de normale uurregeling van het bedrijf, die opgenomen is in het arbeidsreglement. In de onderneming kunnen nieuwe arbeidsregelingen ingevoerd worden die gelijktijdig voorzien in een dagelijkse arbeidstijd van maximum 10 uren, een wekelijkse arbeidstijd van maximum 50 uren, een dagelijkse diensttijd van maximum 14 uren per dag en een wekelijkse diensttijd van maximum 65 uren per week. De referteperiode waarbinnen de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur gerespecteerd moet worden loopt van 1 februari tot 31 juli en van 1 augustus tot 31 januari. Het gebruik van de flexibele arbeidsregeling kan tot gevolg hebben dat een dag die volgens de normale uurregeling een rustdag is, een werkdag wordt — bijvoorbeeld een zaterdag.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 juin 2005 relative à l'introduction de nouveaux régimes en matière d'aménagement du temps de travail dans le sous-secteur des entreprises de déménagements, garde-meubles et leurs activités connexes, art. 3, 4, 6 et 7 (conclue en exécution du protocole d'accord 2003-2004, dans le cadre de la loi du 17 mars 1987 et de la CCT n° 42 du Conseil national du travail) · dépôt 75751/CO/140 · avis de dépôt MB 18/08/2005 · A.R. publié MB 10/08/2006, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 2 mai 2006 · gelezen op 2026-09-05
De duur van de dagelijkse diensttijd mag twaalf uren niet overschrijden op maandag en dinsdag en elf uren op woensdag, donderdag en vrijdag in het stelsel van de vijfdaagse werkweek, en elf uren op maandag en dinsdag, tien uren op woensdag, donderdag en vrijdag en vijf uren op zaterdag in het stelsel van de zesdaagse werkweek. De duur van de wekelijkse diensttijd mag zevenenvijftig uren niet overschrijden. De dagelijkse diensttijd mag nochtans worden verlengd in geval van overmacht, onvoorziene onderweg opgelopen vertraging en toevallige gebeurtenissen, in de mate van het nodige om de veiligheid van het voertuig of de lading te verzekeren, de bestuurder in de mogelijkheid te stellen een geschikte stopplaats of het einde van de reis te bereiken, en een werk volgens het opgemaakte plan of de behoeften van de cliënteel te voltooien. Deze overschrijding mag zich slechts eenmaal per week voordoen, zonder de ononderbroken rusttijd tussen twee diensttijden te verminderen tot minder dan negen uren, op voorwaarde dat de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uren over een periode van maximum zes maanden wordt gerespecteerd, en zij moet worden gecompenseerd in de loop van dezelfde of de daaropvolgende week.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 juin 2005 relative à la durée du travail dans le sous-secteur des entreprises de déménagement, garde-meubles et leurs activités connexes, art. 2.5.1 et 2.6.1 (en vigueur le 13 juin 2005, durée indéterminée ; elle remplace la CCT du 9 décembre 1988, A.R. du 14 août 1989, MB du 13 septembre 1989) · dépôt 75752/CO/140 · avis de dépôt MB 18/08/2005 · A.R. publié MB 09/01/2007, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 octobre 2006 · gelezen op 2026-09-05
De werknemers mogen in geen enkel geval langer werken dan zes uren achtereen zonder pauze. Indien het aantal arbeidsuren zes tot negen uren bedraagt, moet de arbeidstijd worden onderbroken door een pauze van ten minste dertig minuten ; bedraagt het meer dan negen uren, dan door een pauze van ten minste vijfenveertig minuten. De onderbrekingen van de rijtijd bepaald bij de van kracht zijnde wetten en reglementen zijn in deze rustperiodes begrepen en moeten ermee samenvallen indien mogelijk. De duur van de dagelijkse rusttijden bedraagt ten minste twaalf uur. Buiten de dagelijkse rusttijden hebben de werklieden en werksters recht op een minimum wekelijkse rust van twee dagen in het stelsel van de vijfdaagse werkweek (zaterdag en zondag) of van zaterdag 12.00 uur tot zondag 24.00 uur in het stelsel van de zesdaagse werkweek ; opdat er een rustdag weze, mag er geen enkel werk worden verricht tussen 00.00 en 24.00 uur, of desgevallend van 12.00 tot 24.00 uur op zaterdag.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 juin 2005 relative à la durée du travail dans le sous-secteur des entreprises de déménagement, garde-meubles et leurs activités connexes, art. 2.8.1, 2.8.2 et 2.8.3 · dépôt 75752/CO/140 · avis de dépôt MB 18/08/2005 · A.R. publié MB 09/01/2007, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 octobre 2006 · gelezen op 2026-09-05
🛑 het is niet toegelaten op de zondagen te werken. Het Paritair Comité voor het vervoer kan nochtans de uitvoering van sommige werkzaamheden op zondag toestaan wanneer het nodig vindt dat deze absoluut noodzakelijk zijn ; de aanvragen om toelating moeten vergezeld zijn van het eventueel advies van de betrokken representatieve organisaties en van de naamlijst van de belanghebbende werklieden en werksters, en gericht worden aan de voorzitter van het comité. ⚠️ De onderneming die een nieuwe arbeidsregeling heeft ingevoerd is vrijgesteld van deze aanvraag, zowel voor zondagarbeid als voor arbeid op feestdagen ; de prestaties op zon- en feestdagen kunnen dan niet worden opgelegd en gebeuren op basis van vrijwilligheid, behoudens in geval van overmacht of dreigend ongeval, en de termijn binnen dewelke de compenserende, onbezoldigde rusttijd voor zondagarbeid moet toegekend worden mag tot maximum acht weken bedragen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 juin 2005 relative à la durée du travail, art. 2.8.4 ; CCT du 13 juin 2005 relative à l'introduction de nouveaux régimes de travail, art. 4, e), f) et g), et art. 5 · dépôt 75752/CO/140 (A.R. publié MB 09/01/2007) · dépôt 75751/CO/140 (A.R. publié MB 10/08/2006) · avis de dépôt MB 18/08/2005 pour les deux, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 octobre 2006 et A.R. du 2 mai 2006 · gelezen op 2026-09-05
Het aantal uren inhaalrust waarvoor de werknemer kan kiezen om ze niet in te halen maar te laten uitbetalen, wordt verhoogd van 130 naar 143 uren per kalenderjaar. Dit betreft de overuren die het gevolg zijn van een buitengewone vermeerdering van werk (artikel 25 van de arbeidswet van 16 maart 1971) of van arbeid vereist wegens een onvoorziene noodzakelijkheid (artikel 26bis, § 1bis en § 2bis, van dezelfde wet). Daarnaast geven enkel de werkelijk gepresteerde overuren recht op compensatierust, volgens de noden en mogelijkheden van elke onderneming en binnen een maximumtermijn van zes maanden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 19 juin 2014 concernant l'augmentation du quota d'heures supplémentaires pour les travailleurs occupés dans le sous-secteur des entreprises de déménagements, art. 3 (effet le 1er janvier 2014, durée indéterminée ; elle remplace la CCT du 30 septembre 2005, dépôt 77064, A.R. du 22 mars 2006, MB du 11 mai 2006) ; CCT du 13 juin 2005 relative à la durée du travail, art. 9 · dépôt 123035/CO/140.05 · avis de dépôt MB 18/09/2014 · A.R. publié MB 10/04/2015, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 mars 2015 · gelezen op 2026-09-05
🛑 het arbeidsreglement moet de minimale dagelijkse diensttijd vaststellen. Ongeacht de duur van de dagelijkse diensttijd hebben de werklieden en werksters recht op een minimum dagelijkse bezoldiging gesteund op de minimumdiensttijd, en in geval van vast verblijf of reis in het buitenland worden zij geacht forfaitair de minimum dagelijkse diensttijd vastgesteld in het arbeidsreglement te hebben gepresteerd, behoudens wanneer zij tot langer durende werkzaamheden worden verplicht. Overeenkomstig artikel 27 van de wet van 3 juli 1978 is elke begonnen dag geheel verschuldigd ; evenwel, indien de arbeider of arbeidster vrijwillig te laat komt en/of vertrekt vóór het einde van de dag of vóór het einde van het werk waarmee hij is gelast, zullen enkel de diensturen worden betaald.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 juin 2005 relative à la durée du travail dans le sous-secteur des entreprises de déménagement, garde-meubles et leurs activités connexes, art. 4 et 5 · dépôt 75752/CO/140 · avis de dépôt MB 18/08/2005 · A.R. publié MB 09/01/2007, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 octobre 2006 · gelezen op 2026-09-05
Een dagelijks prestatieblad is verplicht en bevat ten minste de identificatie van de werkgever, de periode met betrekking tot de prestatie, het arbeidsregime, naam en voornaam van de werknemer, zijn functie en uurloon, de dag en datum, de effectief gepresteerde arbeidstijd, de effectief aanwezige beschikbaarheidtijd, de diensttijd, de opmerkingen en de handtekening van de werknemer en van de werkgever ; voor de houders van een verhuizerskaart P draagt het prestatieblad hetzelfde nummer als de kaart, en voor de supplementaire arbeiders met een verhuizerskaart S wordt het nummer van de kaart op elk prestatieblad vermeld. De contracterende partijen zijn ertoe gehouden het te gebruiken voor de berekening van de bezoldiging. Het bestaat uit twee exemplaren, waarvan één aan de werknemer wordt gegeven op het einde van de loonperiode, en het wordt erkend als het enige instrument waarnaar mag worden teruggegrepen ingeval van betwisting van de bezoldiging : indien het door beide partijen is getekend, is iedere betwisting ervan onontvankelijk ; betwistingen zijn slechts toegelaten ingeval één van de partijen weigert te ondertekenen, en de bewijslast valt ten laste van de niet ondertekenende partij en, ingeval van betwisting, bij de werkgever. De prestatiebladen dienen bewaard te worden gedurende de periode voorzien in het KB van 8 augustus 1980 betreffende het bijhouden van sociale documenten (momenteel vijf jaar).
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 juin 2005 relative à la durée du travail dans le sous-secteur des entreprises de déménagement, garde-meubles et leurs activités connexes, art. 10 · dépôt 75752/CO/140 · avis de dépôt MB 18/08/2005 · A.R. publié MB 09/01/2007, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 octobre 2006 · gelezen op 2026-09-05
Het prestatieblad mag digitaal zijn, maar de werknemer behoudt de keuze. De werkgever die er gebruik van wil maken moet bij de werknemers die in dienst zijn of in dienst treden het mailadres en/of het digitaal platform opvragen waarlangs het kan worden bezorgd ; iedere werknemer kan er evenwel voor kiezen er geen gebruik van te maken en verzoeken om de verdere fysieke aflevering van het prestatieblad. De inhoud van het digitaal prestatieblad moet voldoen aan artikel 10 van de cao van 13 juni 2005, en het moet uiterlijk bij de aflevering van de loonbrief over dezelfde periode bezorgd worden. Het platform, extern of bedrijfseigen, moet ten minste de werknemer verwittigen wanneer een nieuw prestatieblad beschikbaar is, de werknemer identificeren via een sluitend systeem waarbij de inloggegevens op een unieke manier aan hem gekoppeld zijn, voorzien in een eenvoudige maar sluitende ondertekeningswijze — waarbij het plaatsen van het document door de werkgever als diens ondertekening geldt —, voldoende plaats voorbehouden voor opmerkingen van beide partijen, en herinneren wanneer de werknemer niet binnen de 7 dagen na ontvangst heeft ondertekend.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 février 2025 relative à la numérisation de la feuille journalière de prestations des ouvriers et ouvrières occupés par des employeurs appartenant à la sous-commission paritaire 140.05, art. 3 à 5 (prise en exécution du protocole d'accord sectoriel du 27 septembre 2023) · dépôt 192559/CO/140 · avis de dépôt MB 10/04/2025 · A.R. publié MB 27/05/2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 mai 2025 · gelezen op 2026-09-05
Bij elke loonuitbetaling geeft de werkgever aan de werknemer een loonfiche, opgesteld door een erkend sociaal secretariaat, in twee exemplaren waarvan één aan de werknemer wordt gegeven. Zij komt overeen met het prestatieblad, en de bewijslast rust bij de werkgever.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 13 juin 2005 relative à la durée du travail dans le sous-secteur des entreprises de déménagement, garde-meubles et leurs activités connexes, art. 11 · dépôt 75752/CO/140 · avis de dépôt MB 18/08/2005 · A.R. publié MB 09/01/2007, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 5 octobre 2006 · gelezen op 2026-09-05
⚠️ de anciënniteit is niet dezelfde voor de sectorale voordelen en voor de opzeggingstermijn. Met anciënniteit wordt bedoeld elke periode van tewerkstelling die niet onderbroken wordt door een periode van meer dan 22 werkdagen gedurende dewelke de werknemer niet meer via een arbeidsovereenkomst of interimcontract aan de werkgever verbonden is. De anciënniteitspremie en het anciënniteitsverlof houden rekening met een periode van interim-tewerkstelling van maximum 1 jaar, maar de anciënniteit van de interim-tewerkstelling is niet van toepassing voor de bepaling van de opzeggingstermijn.
Rubriek 4° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 février 2025 relative à la prime d'ancienneté et au congé d'ancienneté pour les ouvriers et ouvrières occupés dans les entreprises de déménagement, garde-meubles et leurs activités connexes, art. 2 et 4 · dépôt 192664/CO/140 · avis de dépôt MB 10/04/2025 · A.R. publié MB 23/05/2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 mai 2025 · gelezen op 2026-09-05
Er wordt een (1) bijzondere verlofdag toegekend als « regionale verlofdag », al naargelang de plaats waar de exploitatiezetel van de onderneming gevestigd is, op de data die bij decreet werden vastgesteld door de regionale cultuurraden : 27 september in het Franstalig landsgedeelte, 11 juli in het Nederlandstalig landsgedeelte, 15 november in het Duitstalig landsgedeelte. De modaliteiten van toekenning en vervanging worden in onderling overleg op het vlak van de onderneming bepaald. Wanneer de regionale verlofdag samenvalt met een zaterdag of een zondag, wordt een vervangingsdag toegekend. Hij wordt betaald aan het normaalloon voor een feestdag zoals vastgesteld in het KB van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 octobre 2022 concernant l'introduction d'un jour de congé régional pour les ouvriers et ouvrières occupés dans les entreprises de déménagement, garde-meubles et leurs activités connexes, art. 3 (en vigueur le 20 octobre 2022, durée indéterminée ; elle modifie la CCT du 21 octobre 2021, dépôt 168382/CO/140) · dépôt 176493/CO/140 · avis de dépôt MB 05/12/2022 · A.R. publié MB 02/06/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 mai 2023 · gelezen op 2026-09-05
De werklieden en werksters genieten sinds 1 januari 2023 van een anciënniteitsverlof dat als volgt berekend wordt : één betaalde dag per 5 jaar tewerkstelling in de sector — met inbegrip van de periode interim-tewerkstelling van maximum 1 jaar — met een maximum van 5 dagen. Het loon dat voor elke dag anciënniteitsverlof dient betaald te worden is het loon dat volgens de arbeidsovereenkomst die dag verschuldigd is.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 20 février 2025 relative à la prime d'ancienneté et au congé d'ancienneté, art. 3 — qui renvoie à la CCT du 21 novembre 2019 (dépôt 155926/CO/140) telle que modifiée par la CCT du 19 octobre 2023 (dépôt 183991/CO/140, A.R. du 12 août 2024) · dépôt 192664/CO/140 · avis de dépôt MB 10/04/2025 · A.R. publié MB 23/05/2025, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 7 mai 2025 · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 140 : de andere comités
PC 140.05 is een onderafdeling van paritair comité 140. Dezelfde familie telt:
- PC 140 — PARITAIR COMITE VOOR HET VERVOER EN DE LOGISTIEK
- PC 140.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE AUTOBUSSEN EN AUTOCARS
- PC 140.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TAXI'S
- PC 140.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET WEGVERVOER EN DE LOGISTIEK VOOR REKENING VAN DERDEN
- PC 140.04 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE GRONDAFHANDELING OP LUCHTHAVENS
Comités in dezelfde familie
- PC 140 — PARITAIR COMITE VOOR HET VERVOER EN DE LOGISTIEK
- PC 140.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE AUTOBUSSEN EN AUTOCARS
- PC 140.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TAXI'S
- PC 140.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR HET WEGVERVOER EN DE LOGISTIEK VOOR REKENING VAN DERDEN
- PC 140.04 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE GRONDAFHANDELING OP LUCHTHAVENS