PC 142.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TERUGWINNING VAN METALEN
Minimumloon dat wij toetsen
€ 15,40 per uur
PSC 142.01: categorie A (ongeschoolde), regime 38 u/week, € 15,40/u op 01/01/2026. De categorieën B tot E (loonspanning 112,5 · 125 · 132 · 140 %) geven recht op meer: € 17,33 · 19,25 · 20,33 · 21,56/u. LET OP: dit bedrag is BEREKEND, niet gelezen. Het laatste door een administratie gepubliceerde barema is dat van de FOD WASO op 01/01/2022 — € 12,93/u; zijn databank volgt dit paritair subcomité niet meer sinds 01/09/2022. Art. 6 van cao 104873/CO/142.01, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit (Belgisch Staatsblad van 28/08/2013), indexeert het elk 1 januari op de afgevlakte gezondheidsindex van december, zonder nieuwe neerlegging. Die reeks is geen rekenkeuze: art. 3bis van het koninklijk besluit van 24 december 1993 legt de afgevlakte gezondheidsindex op aan ALLE collectieve arbeidsovereenkomsten die de lonen aan een prijsindexcijfer koppelen. De meting bevestigt dat: op de afgevlakte index herspeeld reproduceert de clausule tot op de cent de tien schalen die de FOD voor dit subcomité tussen 2014 en 2022 heeft gepubliceerd; op de gewone gezondheidsindex of op het algemene indexcijfer haalt zij er hoogstens één, en zou zij € 15,48/u geven in plaats van € 15,40. De keten 2022-2026 staat regel per regel in de broncode. Laat bij betwisting het geldende barema bevestigen door het Sociaal Fonds voor de Terugwinning van Metalen.
Bron: CAO 104873/CO/142.01 van 22/06/2011 "Détermination du salaire" (indexeringsmechanisme, K.B. — B.S. 28/08/2013), toegepast op het barema van de CAO 170143/CO/142.01 van 29/11/2021 (K.B. — B.S. 09/09/2022) met de afgevlakte gezondheidsindex gepubliceerd door Statbel (basis 2013), CAO 104873 art. 6 (aanpassing op 1 januari op de sociale indexen van december) en art. 7 (vierde decimaal, afronding op de dichtstbijzijnde eurocent); CAO 170143 art. 2 (startbarema 12,44 €/u en opdracht tot indexering op 01/01/2022) en art. 4 (jobstudenten aan 90 %) (neerlegging 104873) — van kracht op 2026-01-01 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de maaltijdcheques
- de Dimona
- de DmfA
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TERUGWINNING VAN METALEN
- Registercode : 1420100
- Onder comité PC 142
- Statuten : arbeiders
- Indexering : 01 — laatst toegepast 2026-01-01
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur
Vanaf 1 december 1988 wordt de arbeidsduur met één uur verkort en tot 38 uur per week verminderd. Dit lid werd ingevoegd tussen het eerste en het tweede lid van artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 april 1980 betreffende de verkorting van de arbeidsduur, die de arbeidsduur vanaf 1 juni 1980 op 39 uur per week bracht.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT des 27 mai et 29 juin 1987 modifiant la convention collective de travail du 21 avril 1980 relative à la réduction du temps de travail, art. 2 et 3, publiée en annexe au Moniteur belge du 29 janvier 1988, p. 1437 (acte F. 88 — 226) · NUMAC 1988013007 · antérieure au registre du SPF Emploi, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 31 décembre 1987 · gelezen op 2026-09-05
De toepassingsmodaliteiten van de wekelijkse verkorting van de arbeidsduur zijn overeen te komen in het vlak van de onderneming. De verkorting van de arbeidsduur mag geen vermindering van het loon voor gevolg hebben. De overeenkomst is gesloten voor onbepaalde tijd en is van toepassing op de werkgevers, werklieden en werksters van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 avril 1980 relative à la réduction de la durée du travail, art. 1er, art. 2 alinéa 2, art. 3 et art. 5, publiée en annexe au Moniteur belge du 22 mai 1981, p. 6694-6695 (acte F. 81 — 809) · NUMAC 1981000809 · antérieure au registre du SPF Emploi, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 mars 1981 · gelezen op 2026-09-05
In uitvoering van artikel 7 a) en b) van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van 2 juni 1987, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, kunnen de onderhandelingen over de inhoud van nieuwe arbeidsregelingen in de zin van de wet van 17 maart 1987 op ondernemingsvlak worden gevoerd. Wanneer de werkgever de invoering van nieuwe arbeidsregelingen overweegt, moet hij ten minste één maand vóór de onderhandeling op ondernemingsvlak schriftelijke informatie verstrekken aan de vakbondsafvaardiging en, bij ontstentenis daarvan, aan de werknemers van zijn onderneming, alsook aan de vertegenwoordigers van de werknemers- en werkgeversorganisaties op het niveau van het paritair subcomité, bij aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter ervan ; die informatie moet betrekking hebben op het type arbeidssysteem en op de factoren die de invoering ervan verantwoorden. De onderhandelingen op ondernemingsvlak moeten ten minste betrekking hebben op de regeling inzake arbeidsorganisatie — met inbegrip van de arbeidsduur, de uurroosters, de pauzes en de rusttijden — op de arbeidsvoorwaarden, op de modaliteiten inzake het positieve effect op de werkgelegenheid, op de syndicale vertegenwoordiging, op de periodieke evaluatie en de controle van de nieuwe regeling, op de gevolgen ervan voor de sociale zekerheid van de betrokken werknemers, op de modaliteiten van individuele en/of collectieve terugkeer naar de vroegere arbeidsregeling en op de opleiding van de betrokken werknemers. De nieuwe arbeidsregeling kan slechts worden ingevoerd bij een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten met alle representatieve werknemersorganisaties die in de vakbondsafvaardiging vertegenwoordigd zijn of, bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging voor arbeiders, met de representatieve werknemersorganisaties van het paritair subcomité. De inschakeling van de werknemers in de nieuwe arbeidsregeling kan enkel op vrijwillige basis gebeuren.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 septembre 2023 relative aux nouveaux régimes de travail, art. 3, 5, 6, 7, 8 et 12 · dépôt 183191/CO/142.01 · avis de dépôt au M.B. du 10 novembre 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 janvier 2024 · gelezen op 2026-09-05
In afwijking van de artikelen 11 en 12 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen worden de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsvlak die een nieuwe arbeidsregeling invoert en die het arbeidsreglement wijzigen, in dat reglement opgenomen zodra die collectieve arbeidsovereenkomst ter Griffie is neergelegd. De ondernemingsovereenkomsten die, in toepassing van artikel 2, 1°, 2° of 5° van de wet van 17 maart 1987, een afwijking beogen van het verbod op zondagsarbeid, van de termijn voor toekenning van de inhaalrust, van het verbod op arbeid op feestdagen, van de verplichting om een feestdag die samenvalt met een zondag of een gewone inactiviteitsdag te vervangen, of van de verplichting om de na arbeid op een feestdag toegekende inhaalrust in de arbeidsduur op te nemen, kunnen slechts worden gesloten na voorafgaande goedkeuring van die afwijking door het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 septembre 2023 relative aux nouveaux régimes de travail, art. 9 et 10 · dépôt 183191/CO/142.01 · avis de dépôt au M.B. du 10 novembre 2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 24 janvier 2024 · gelezen op 2026-09-05
Vanaf 1 januari 2026 heeft de arbeider recht op één verlofdag na 10 jaar anciënniteit in de onderneming, twee dagen na 15 jaar en drie dagen na 20 jaar. Elke dag wordt opgenomen in het kalenderjaar waarin de arbeider de vereiste anciënniteit bereikt, en hij behoudt die dag of dagen tijdens de daaropvolgende jaren. Bij overgang van de onderneming blijft de opgebouwde anciënniteit behouden. Gunstiger regelingen op ondernemingsvlak blijven onverminderd van toepassing ; valt de eerste anciënniteitsdag op ondernemingsvlak echter later dan in de sectorale regeling, dan moet hij op de sectorale regeling worden geënt, namelijk vanaf 10 jaar anciënniteit. Elke anciënniteitsdag wordt door de werkgever betaald op basis van het normale loon, berekend met naleving van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 17 mars 2026 relative au congé d'ancienneté, art. 2 à 6 (en exécution de l'article 12 de l'accord national 2025-2026 du 17 mars 2026 ; remplace la CCT du 14 septembre 2023, dépôt 183198) · dépôt 199465/CO/142.01 · avis de dépôt publié au M.B. du 7 mai 2026 (art. 26 de la loi du 5 décembre 1968) · gelezen op 2026-09-05
Paritair comité 142 : de andere comités
PC 142.01 is een onderafdeling van paritair comité 142. Dezelfde familie telt:
- PC 142 — PARITAIR COMITE VOOR DE ONDERNEMINGEN WAAR TERUGGEWONNEN GRONDSTOFFEN OPNIEUW TER WAARDE WORDEN GEBRACHT
- PC 142.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TERUGWINNING VAN LOMPEN
- PC 142.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TERUGWINNING VAN PAPIER
- PC 142.04 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TERUGWINNING VAN ALLERLEI PRODUCTEN
Comités in dezelfde familie
- PC 142 — PARITAIR COMITE VOOR DE ONDERNEMINGEN WAAR TERUGGEWONNEN GRONDSTOFFEN OPNIEUW TER WAARDE WORDEN GEBRACHT
- PC 142.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TERUGWINNING VAN LOMPEN
- PC 142.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TERUGWINNING VAN PAPIER
- PC 142.04 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TERUGWINNING VAN ALLERLEI PRODUCTEN