mijnloonbrief.be

PC 142.04 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TERUGWINNING VAN ALLERLEI PRODUCTEN

Minimumloon dat wij toetsen

€ 14,50 per uur

PSC 142.04: categorie 1 (handenarbeid) € 14,50/u op 01/01/2026, regime 38 u (indexering van 2,23 % in januari 2026, gepubliceerd door de FOD Werkgelegenheid op minimumlonen.be — cao 183607 van 23/10/2023, art. 8, algemeen verbindend verklaard bij KB van 26/03/2024, BS van 08/05/2024). Volledige schaal van de andere categorieën, op dezelfde datum: 2 geoefend = 15,03 · 3 = 15,81 · 4 = 16,63 · 5 = 17,44. Geen leeftijdskorting (jongeren onder 20 jaar hebben recht op 100 %) en geen aparte studentenschaal: sinds 01/01/2024 krijgt de jobstudent 100 % van het barema van zijn beroepscategorie.

Bron: CAO van 23 oktober 2023 "conditions de travail et de rémunération" (neerlegging 183607/CO/142.04), op 01/01/2026 geherindexeerd bedrag gepubliceerd door de FOD Werkgelegenheid op salairesminimums.be (jcId d1cf629193704a14b01c71f435e209ed), art. 1 (toepassingsgebied en regime 38 u), art. 5 (tabel van de minimumbasisuurlonen), art. 6 (jongeren en studenten), art. 8 (jaarlijkse indexering op 1 januari) — bedrag 2026 gelezen op de pagina salairesminimums.be, tabel « SALAIRES HORAIRES MINIMUMS : Ouvriers », categorie 1 (neerlegging 183607) — van kracht op 2026-01-01 de tekst lezen

Wat de loonbrief berekent

  • het minimumloon
  • de Dimona
  • de DmfA

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de maaltijdcheques
  • de verplaatsingskosten
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen
  • de vermeldingen op de afrekening

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE TERUGWINNING VAN ALLERLEI PRODUCTEN
  • Registercode : 1420400
  • Onder comité PC 142
  • Statuten : arbeiders
  • Indexering : 01 — laatst toegepast 2026-01-01

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 38 uur

Referteperiode : het jaar : de 38 uur zijn een wekelijks GEMIDDELDE dat over het jaar moet worden bereikt (CAO van 4 juni 2018, art. 2). De rustdagen bepaald bij de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen en de periodes van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voorzien in de wet van 3 juli 1978 komen als arbeidsduur in aanmerking voor die jaarberekening (art. 4). De mogelijkheid om die referteperiode te VERLAGEN, die in de CAO van 17 december 2013 stond, werd in 2018 niet hernomen

De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur is vastgesteld op 38 uur gemiddeld per week over het jaar.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juin 2018 relative aux dérogations à la durée du travail (en vigueur le 1er juillet 2017, durée indéterminée — art. 6 ; remplace, art. 5, la CCT du 17 décembre 2013, dépôt 119503, et la CCT du 27 juin 2017, dépôt 140769), art. 2 · dépôt 146441/CO/142.04 du 14/06/2018, enregistrement 19/06/2018 · avis de dépôt MB 28/06/2018, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 août 2018 (publié au Moniteur belge du 14 septembre 2018) · gelezen op 2026-09-05

In uitvoering van de wet van 17 maart 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen en van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van de Nationale Arbeidsraad van 2 juni 1987 is het de ondernemingen van het paritair subcomité toegestaan om op ondernemingsvlak afwijkende arbeidsregimes in te voeren. In ondernemingen met vakbondsafvaardiging kunnen nieuwe arbeidsregelingen worden ingevoerd middels het sluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst. In ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging kunnen zij worden ingevoerd overeenkomstig de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement, zoals bepaald door de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen. De resultaten van de besprekingen met de arbeiders worden bezorgd aan de voorzitter van het paritair subcomité, en het paritair subcomité zal de invoering van de nieuwe arbeidsregelingen evalueren.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juin 2018 relative aux dérogations à la durée du travail (en vigueur le 1er juillet 2017, durée indéterminée — art. 6 ; remplace, art. 5, la CCT du 17 décembre 2013, dépôt 119503, et la CCT du 27 juin 2017, dépôt 140769), art. 3 · dépôt 146441/CO/142.04 du 14/06/2018, enregistrement 19/06/2018 · avis de dépôt MB 28/06/2018, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 août 2018 (publié au Moniteur belge du 14 septembre 2018) · gelezen op 2026-09-05

De rustdagen bepaald bij de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen en de periodes van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomsten voorzien in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten komen als arbeidsduur in aanmerking voor de berekening van de arbeidsduur die over een jaar moet worden nageleefd.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 4 juin 2018 relative aux dérogations à la durée du travail (en vigueur le 1er juillet 2017, durée indéterminée — art. 6 ; remplace, art. 5, la CCT du 17 décembre 2013, dépôt 119503, et la CCT du 27 juin 2017, dépôt 140769), art. 4 · dépôt 146441/CO/142.04 du 14/06/2018, enregistrement 19/06/2018 · avis de dépôt MB 28/06/2018, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 17 août 2018 (publié au Moniteur belge du 14 septembre 2018) · gelezen op 2026-09-05

De sectorale minimumuurlonen zijn vastgesteld voor een wekelijkse arbeidsduur van maximum 38 uur. De bepalingen van de sectorale overeenkomst stellen de algemene regels vast welke van toepassing zijn op al de werknemers en beogen slechts minimumlonen te bepalen, terwijl aan de partijen de vrijheid wordt gelaten gunstiger voorwaarden overeen te komen ; zij mogen geen afbreuk doen aan beschikkingen welke voor de werknemers gunstiger zijn, daar waar dergelijke toestand bestaat.
Rubriek 2° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 23 octobre 2023 relative aux conditions de travail et de rémunération (durée indéterminée), art. 2 §§ 1er et 2 · dépôt 183607/CO/142.04 du 26/10/2023, enregistrement 07/11/2023 · avis de dépôt MB 15/12/2023, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 26 mars 2024 (publié au Moniteur belge du 8 mai 2024) · gelezen op 2026-09-05

Anciënniteitsverlof — vanaf het kalenderjaar waarin de arbeider 5 jaar anciënniteit in de onderneming telt, heeft hij recht op 1 betaalde dag anciënniteitsverlof ; bij 15 jaar anciënniteit op 2 dagen ; bij 20 jaar anciënniteit op 3 dagen, welke laatste regeling ingaat op 1 januari 2026. Bij overgang van de onderneming blijft de door de arbeider opgebouwde anciënniteit behouden. Gunstigere regelingen voor de arbeiders op ondernemingsvlak blijven onverminderd van toepassing.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 24 février 2026 relative au congé d'ancienneté (effets au 1er janvier 2026, durée indéterminée — art. 7 ; remplace la CCT du 23 octobre 2023, dépôt 183605), art. 2 à 6 · dépôt 198479/CO/142.04 du 03/03/2026, enregistrement 12/03/2026 · avis de dépôt MB 01/04/2026, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 27 août 2026 · gelezen op 2026-09-05

Paritair comité 142 : de andere comités

PC 142.04 is een onderafdeling van paritair comité 142. Dezelfde familie telt:

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 142.04

Comités in dezelfde familie