PC 301.05 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE HAVENS VAN ZEEBRUGGE-BRUGGE, OOSTENDE EN NIEUWPOORT
Minimumloon dat wij toetsen
€ 16,08 per uur
PSC 301.05 (havens van Zeebrugge-Brugge, Oostende en Nieuwpoort): 16,08 EUR/u op 06/08/2026 (indexering van 1,6 % in 7/2026 gepubliceerd door de FOD, toegepast op de datum waarop cao 200674/CO/301 alle werkgevers bindt; 15,83 EUR/u daarvoor), categorie ONGESCHOOLD, dagploeg op een weekdag — het laagste vakje van het rooster. De polyvalente of geschoolde arbeider zit op 17,14 EUR/u, de ploegbaas op 18,13 EUR/u. Het rooster publiceert ook de toeslagen die fiche2paie niet berekent: nachtploeg 150 %, zaterdag 150 %, zondag 200 %, overuur 150 % in de week — en een ploegloon gelijk aan het uurtarief maal 7,25. Op het rooster staat geen wekelijks stelsel vermeld: het tarief wordt als dusdanig gehanteerd, zonder omrekening.
Bron: Databank "Minimumlonen" van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, paritair subcomité 3010500 (administratieve primaire bron), sectie 2.1 « CATEGORIE : NON QUALIFIE », rij « Jour (Equipe de jour Jour de semaine = 100%) », kolom « Heure (lundi à vendredi) » (neerlegging 200674) — van kracht op 2026-08-06 de tekst lezen
Wat de loonbrief berekent
- het minimumloon
- de Dimona
Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen
- het flexiloon
- de eindejaarspremie
- de uurpremies
- de maaltijdcheques
- de verplaatsingskosten
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
- zondag en feestdagen
- de tijdelijke werkloosheid
- de sectorale bijdragen
- de vermeldingen op de afrekening
Identiteit en indexering
- Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE HAVENS VAN ZEEBRUGGE-BRUGGE, OOSTENDE EN NIEUWPOORT
- Registercode : 3010500
- Onder comité PC 301
- Statuten : arbeiders
Wat het arbeidsreglement moet vermelden
Geen enkele arbeidsduur geldt voor het hele paritair comité: hij verschilt per activiteit. Elke arbeidsduur hieronder geldt voor het toepassingsgebied dat erbij vermeld staat.
Logistieke werknemers met veiligheidscertificaat.: 36 u 15
CCT du 31 octobre 2025 relative au Codex pour les services complémentaires et logistiques des ports de Zeebrugge-Bruges, Ostende et Nieuport, art. 10 « Arbeidsduur » du Codex annexé — durée indéterminée ; l'art. 3 de la convention abroge le Codex précédent du 22 décembre 2010 (dépôt 102948) · dépôt 196412/CO/301.05 · avis de dépôt au M.B. du 27 novembre 2025 · gelezen op 2026-09-06
Logistieke werknemers met veiligheidscertificaat — de normale weekprestatie bedraagt 36,25 uur in het stelsel van de vijfdagenweek à rato van 7,25 uur per dag. De normale dagprestaties liggen tussen 06u00 en 22u00 ; indien hiervan afgeweken wordt, gelden de toeslagen van artikel 9.2 van de Codex.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 31 octobre 2025 relative au Codex pour les services complémentaires et logistiques des ports de Zeebrugge-Bruges, Ostende et Nieuport, art. 10 du Codex annexé — durée indéterminée · dépôt 196412/CO/301.05 · avis de dépôt au M.B. du 27 novembre 2025 · gelezen op 2026-09-06
Havenarbeiders opgenomen in de pool — de volle taken kunnen als volgt verplicht worden : dagtaak van 08u00 tot 15u45 ; morgentaak van 06u00 tot 13u45 ; namiddagtaak van 14u00 tot 21u45 ; nachttaak van 22u00 tot 05u45. In deze taken is een 1/2 uur schafttijd inbegrepen ; deze wordt na 4 uren arbeid genomen tenzij anders bepaald in een bedrijfsovereenkomst. Van bovenvermelde aanvangsuren kan worden afgeweken volgens de modaliteiten bepaald in art. 34 (uitzonderlijke afwijking) en art. 35 (geregelde afwijking) van de Codex ; na 22u00 en voor 06u00 wordt nooit een afzonderlijke éénmalige afwijkende shift aangevangen, en tussen 22u00 en 04u00 nooit een geregeld afwijkende shift. Halve taken kunnen slechts gepresteerd worden voor welbepaalde trafieken en activiteiten waarvoor tussen het bedrijf en de representatieve werknemersorganisaties een overeenkomst werd afgesloten ; nooit kunnen twee opeenvolgende halve taken worden ingevoerd indien het werk kan uitgevoerd worden in een volle taak, en halve shiften voor niet-tijdsgebonden activiteiten zijn in alle gevallen uitgesloten. De aanvangsuren voor de halve taken die in acht genomen dienen te worden van maandag 06u00 tot vrijdag 22u00 zijn 06-10, 08-12, 10-14, 12-16, 14-18 en 18-22. Een volle taak kan nooit gewijzigd worden in een halve taak, en de havenarbeider heeft recht op een volledig shiftloon indien hij bereid gevonden wordt de duur van de halve taken te overschrijden.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 novembre 2024 relative au Codex des ouvriers portuaires repris au pool des ports de Zeebrugge-Bruges, Ostende et Nieuport, chapitre VIII, art. 33 « Uurregeling », 1° et 2°, et art. 34 et 35 du Codex annexé — durée indéterminée · dépôt 190884/CO/301.05 · avis de dépôt au M.B. du 16 janvier 2025 · gelezen op 2026-09-06
Havenarbeiders opgenomen in de pool — de havenarbeider die een taak gewerkt heeft zal niet eerder zijn hieropvolgende taak aanvatten, behoudens overmacht, dan na het respecteren van een minimum rusttijd van 11 uur. Als enige uitzondering hierop kan een dagtaak worden uitgevoerd volgend op een namiddagtaak, dus op minder dan 11 uur. Voor de vaste aanvangsuren betekent dit : na een dagtaak, de volgende morgentaak ; na een morgentaak, de volgende morgentaak ; na een namiddagtaak, de volgende dagtaak ; na een nachttaak, de volgende nachttaak. Van maandag tot zondag mag een havenarbeider maximum 6 shiften na elkaar presteren, binnen de grens van 50 arbeidsuren per week, bij toepassing van artikel 27 van de Arbeidswet van 16 maart 1971. Om de rusttijden correct te kunnen respecteren mag een havenarbeider ten laatste om 14u00 een shift aanvangen indien hij de daaropvolgende dag een opleiding zal volgen. Bij uitzonderlijke omstandigheden — technische redenen, overmacht, voorkoming van mogelijk bederf van goederen of om een schip zeewaardig te maken — mogen drie overuren per taak gepresteerd worden door de aan het werk zijnde havenarbeiders of een gedeelte ervan ; van zodra het overwerk twee uur bedraagt dient deze prestatie aan te vangen met een kwartier schafttijd dat als arbeidstijd wordt beschouwd en als dusdanig moet worden verloond.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 21 novembre 2024 relative au Codex des ouvriers portuaires repris au pool, chapitre VIII, art. 36 « Rusttijden » et art. 37 « Overuren » du Codex annexé — durée indéterminée. La règle du repos entre deux tâches est celle qu'appliquait déjà la CCT du 5 novembre 2010 relative aux temps de repos (dépôt 102470/CO/301.05, A.R. du 19 juin 2011), prise en exécution de l'art. 38ter, § 1er, 4°, de la loi du 16 mars 1971 · dépôt 190884/CO/301.05 · avis de dépôt au M.B. du 16 janvier 2025 · gelezen op 2026-09-06
Erkende havenarbeiders — in afwijking van de betalingswijze die de Codex voorziet voor zaterdagshiften (150 %) en voor zondag- en feestdagshiften (200 %), kan de werkgever een systeem van recuperatie invoeren. De gepresteerde shift op zaterdag, zondag of feestdag geeft dan recht op 100 % van het loon van de uitgevoerde functiespecialisatie alsook de sectoraal voorziene onkostenvergoedingen, en op opsparing met het oog op recup van 50 % van dit loon bij zaterdagshiften en van 100 % bij zondag- en feestdagshiften. Eén recupdag omvat het opgespaarde loon van twee zaterdagshiften of van één zondag- of feestdagshift ; op de recupdag wordt geen enkele onkostenvergoeding betaald, en de recupdag wordt bij voorkeur genomen in dezelfde functiespecialisatie. De opname van recupdagen dient te gebeuren binnen de drie jaar na de dag van prestatie en in overleg met de werkgever waar de recupdagen werden opgebouwd ; een havenarbeider kan per werkgever op elk moment maximaal een saldo hebben van 25 nog op te nemen recupdagen, voor zaterdag-, zondag- en feestdagshiften samen. De werkgever kan daarnaast een systeem van conventioneel verlof invoeren waarbij een betaalde vrije dag wordt toegekend na het presteren van een bepaald aantal shiften ; de opname dient te gebeuren binnen de drie jaar na de dag van toekenning en in overleg met de werkgever waar het werd opgebouwd, en de overige voorwaarden worden bepaald in een collectieve arbeidsovereenkomst op bedrijfsniveau, die minstens het maximaal aantal dagen conventioneel verlof en een compensatieregeling voor het loonverschil dient te bepalen. Het gebruik van deze systemen wordt overgelaten aan de keuze van de werkgever ; indien hij voor één of meerdere systemen kiest, heeft de havenarbeider zelf de keuze tussen opsparen of volledige uitbetaling.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 5 juillet 2022 relative aux jours de récupération et au congé conventionnel, art. 1er à art. 7 — durée indéterminée · dépôt 174589/CO/301.05 · avis de dépôt au M.B. du 12 septembre 2022 · gelezen op 2026-09-06
De werkgevers maken jaarlijks vóór 31 maart een opleidingsplan op voor de havenarbeiders, logistieke werknemers met veiligheidscertificaat en vaklui. Alle opleidingen die door het Opleidingscentrum Zeebrugge worden gegeven, zijn opgenomen in de sectorale opleidingstabel ; deze maakt deel uit van het opleidingsplan, evenals alle opleidingen die voldoen aan de opleidingsvoorwaarden. Voor opleidingskansen wordt rekening gehouden met risicogroepen — werknemers ouder dan 50 jaar en knelpuntberoepen — en wordt geen onderscheid gemaakt op basis van gender. De opleidingen worden mede gefinancierd door het Compensatiefonds van Bestaanszekerheid voor de havens van Zeebrugge-Brugge, Nieuwpoort en Oostende ; de opleidingsaanvragen worden door de firma's voor goedkeuring voorgelegd op de Cel Beroepsopleiding, die paritair is samengesteld en waaraan jaarlijks wordt gerapporteerd. Voor het opleidingsrecht komen enkel professionele en sectorgerelateerde opleidingen in aanmerking ; het groeipad wordt sectoraal vastgelegd op 2 voltijdse dagen per jaar voor een voltijdse werknemer vanaf 2023, 2,5 dagen vanaf 2025, 3 dagen vanaf 2027, 3,5 dagen vanaf 2029, 4 dagen vanaf 2031, 4,5 dagen vanaf 2033 en 5 dagen vanaf 2035. Het opleidingskrediet omvat 7,25 uren per voltijdse dag en 3,75u per halve dag. Het saldo van de niet opgebruikte opleidingsuren wordt overgedragen naar het daaropvolgende kalenderjaar en komt niet in mindering van het opleidingsrecht voor dat jaar. Het eerste jaar met opleidingsrecht start op 1 januari 2023 ; op het einde van elke periode van 5 jaar, waarvan de eerste aanvangt op 1 januari 2024, wordt het saldo van het beschikbare opleidingsrecht op nul gezet.
Rubriek 18° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 14 décembre 2023 relative à l'instauration d'un plan de formation et d'un droit à la formation en exécution de la loi du 3 octobre 2022, chapitres 9 et 12, art. 1er à art. 4 — effet au 21 septembre 2023, durée indéterminée ; son art. 4 remplace et abroge la CCT du 21 septembre 2023 (dépôt 183183/CO/301.05) · dépôt 184982/CO/301.05 · avis de dépôt au M.B. du 16 janvier 2024, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 1er septembre 2024, publié au M.B. du 6 janvier 2025 · gelezen op 2026-09-06
De ondernemingen die sinds 9 maart 2017 onder dit paritair subcomité ressorteren ingevolge de wijziging van de bevoegdheidsomschrijving bij koninklijk besluit van 13 februari 2017 — namelijk de ondernemingen van de havens van Oostende en Nieuwpoort, waarvan het eigen paritair subcomité op die datum werd opgeheven — vallen onder de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten in het vroegere Paritair Subcomité voor de haven van Zeebrugge-Brugge die op 9 maart 2017 nog van kracht waren en die zijn opgenomen in de lijsten gevoegd bij de twee bijzondere collectieve arbeidsovereenkomsten van 15 juni 2017. Een werkgever uit Oostende of Nieuwpoort moet zijn sectorale regels dus zoeken onder PSC 301.05, en niet onder PSC 301.04, dat niet meer bestaat.
Rubriek 16° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — Deux conventions collectives particulières du 15 juin 2017, art. 1er à art. 3 et leurs annexes — effet au 9 mars 2017, durée indéterminée : l'une pour les conventions rendues obligatoires (dépôt 141596, A.R. du 23 février 2018, publié au M.B. du 6 mars 2018), l'autre pour les conventions non rendues obligatoires (dépôt 141597, A.R. du 18 mars 2018) · dépôts 141596 et 141597/CO/301.05 · avis de dépôt au M.B. du 5 octobre 2017, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 23 février 2018 (dépôt 141596) et A.R. du 18 mars 2018 (dépôt 141597) · gelezen op 2026-09-06
Paritair comité 301 : de andere comités
PC 301.05 is een onderafdeling van paritair comité 301. Dezelfde familie telt:
- PC 301 — PARITAIR COMITE VOOR HET HAVENBEDRIJF
- PC 301.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE HAVEN VAN ANTWERPEN, 'NATIONAAL PARITAIR COMITE DER HAVEN VAN ANTWERPEN' GENAAMD
- PC 301.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE HAVEN VAN GENT
- PC 301.04 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE HAVENS VAN OOSTENDE EN NIEUWPOORT (SEDERT 09/03/2017 OPGEHEVEN)
Comités in dezelfde familie
- PC 301 — PARITAIR COMITE VOOR HET HAVENBEDRIJF
- PC 301.01 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE HAVEN VAN ANTWERPEN, 'NATIONAAL PARITAIR COMITE DER HAVEN VAN ANTWERPEN' GENAAMD
- PC 301.02 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE HAVEN VAN GENT
- PC 301.04 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE HAVENS VAN OOSTENDE EN NIEUWPOORT (SEDERT 09/03/2017 OPGEHEVEN)