mijnloonbrief.be

Woordenlijst van de Belgische loonadministratie

Veertig termen uitgelegd voor werkgevers — Dimona, DmfA, PC, GGMMI, voorheffing, vakantiegeld — elk met de tekst of de instelling die erover beslist.

Paritair comité (PC)
Het orgaan waar werkgevers en vakbonden van een sector de arbeidsvoorwaarden onderhandelen. Het bepaalt uw minimumloon, uw premies en een deel van uw verplichtingen. Elke werkgever valt onder een comité volgens zijn hoofdactiviteit. (Wet van 5 december 1968 op de cao's en de paritaire comités) Meer hierover
Paritair subcomité (PSC)
Een onderverdeling van een paritair comité, met eigen overeenkomsten. PSC 140.03 (goederenvervoer) en 140.05 (verhuizingen) vallen beide onder PC 140, en hun barema's verschillen. (Zelfde wet van 5 december 1968) Meer hierover
Collectieve arbeidsovereenkomst (cao)
De overeenkomst gesloten in een paritair comité. Algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit geldt ze voor alle werkgevers van de sector; zonder besluit bindt ze enkel wie is aangesloten bij de ondertekenende organisaties. Dat verschil bepaalt of een barema u kan worden tegengeworpen. (Wet van 5 december 1968, artikelen 30, 31 en 33) Meer hierover
Sectoraal barema
Het rooster van minimumlonen van uw comité, per functiecategorie en soms per anciënniteit. Minder betalen is een inbreuk, ook met akkoord van de werknemer. (De cao van uw comité, neergelegd bij de FOD Werkgelegenheid) Meer hierover
Indexering
De automatische aanpassing van de lonen aan de prijsevolutie. Het mechanisme, de datum en de formule staan in een overeenkomst: sommige sectoren indexeren per kwartaal, andere eenmaal per jaar, andere bij overschrijding van een spilindex. (De indexeringsclausule van uw cao) Meer hierover
Afgevlakte gezondheidsindex
Het gemiddelde van de vier laatste maandelijkse gezondheidsindexen. Het is deze reeks, en niet de gewone prijsindex, waarnaar de meeste sectorale clausules verwijzen — beide geven verschillende resultaten. (Statbel, officiële statistieken)
Spilindex
Een drempel: wordt hij door de afgevlakte gezondheidsindex overschreden, dan worden lonen en uitkeringen de volgende maand aangepast met een vast percentage, vaak 2 %. De overschrijding wordt vastgesteld, niet beslist. (Statbel, en de clausule van uw cao)
GGMMI
Het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen: de nationale ondergrens, van toepassing bij gebrek aan een gunstiger sectoraal barema. Uw comité gaat voor wanneer het meer geeft. (Cao nr. 43 van de Nationale Arbeidsraad) Meer hierover
Dimona
De onmiddellijke aangifte van tewerkstelling. Ze meldt de RSZ dat een werknemer in dienst treedt, en een tweede meldt de uitdiensttreding. Ze verving het personeelsregister. (Koninklijk besluit van 5 november 2002) Meer hierover
DmfA
De multifunctionele aangifte, per kwartaal: de lonen en prestaties van elke werknemer, waarop de RSZ de bijdragen berekent. Ze voedt ook de rechten van de werknemer — pensioen, werkloosheid, ziekte. (Koninklijk besluit van 28 november 1969, artikel 33) Meer hierover
RSZ
De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid: hij int de bijdragen en voedt de takken van de sociale zekerheid. Een werkgever moet er zich laten inschrijven vóór zijn eerste Dimona. (Wet van 27 juni 1969) Meer hierover
Werkgeversbijdragen
Het deel dat de werkgever bovenop het brutoloon betaalt. Het staat niet op de loonbrief van de werknemer maar maakt deel uit van de werkelijke kost van de tewerkstelling. (Wet van 27 juni 1969 en administratieve onderrichtingen van de RSZ)
Werknemersbijdrage RSZ
Het deel dat op het brutoloon van de werknemer wordt ingehouden, vóór belasting. Het verschijnt op de loonbrief tussen het bruto en het belastbare. (Wet van 27 juni 1969)
Werkbonus
Een vermindering van de RSZ-inhouding voor lage lonen, met een fiscaal luik dat de voorheffing verlaagt. Ze wordt automatisch berekend en verhoogt het netto zonder het bruto te wijzigen. (Programmawet van 24 december 2002 en haar uitvoeringsbesluiten)
Bedrijfsvoorheffing
De belasting die op het loon wordt ingehouden en aan de FOD Financiën wordt gestort. Het is niet de definitieve belasting: ze wordt geregulariseerd bij de jaarlijkse aangifte van de werknemer. (WIB 92, artikelen 270 en volgende) Meer hierover
Aangifte 274
De aangifte waarmee de werkgever de ingehouden voorheffing doorstort, maandelijks of per kwartaal naargelang het bedrag van het vorige jaar. Ze wordt in FinProf ingediend. (WIB 92, artikel 412 · KB/WIB 92, artikel 90)
Fiche 281.10
Het jaarlijkse overzicht van de bezoldigingen van een werknemer, aan de fiscus bezorgd en aan de werknemer overhandigd. Zonder fiche is de uitgave voor de werkgever niet aftrekbaar. (WIB 92, artikel 57 · KB/WIB 92, artikelen 92 en 93)
Belcotax-on-web
Het platform waarlangs de fiches 281 worden ingediend. Laattijdige indiening blijft mogelijk tot een vervaldatum, waarna geen enkel bestand nog wordt aanvaard. (FOD Financiën)
BBSZ
De bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid: een bijkomende inhouding op de gezinsinkomens, per schijf ingehouden en jaarlijks geregulariseerd. (Wet van 30 maart 1994, artikelen 106 tot 112)
Loonmatiging
Een mechanisme dat de loonstijging beperkt. Sinds juni 2026 is de indexering begrensd op de schijf boven een bepaald maandbedrag, en de werkgever is in ruil een bijzondere bijdrage verschuldigd. Lonen onder dat bedrag blijven volledig geïndexeerd. (Programmawet van 30 mei 2026, titel 3)
Loonafrekening
Het document dat bij elke betaling aan de werknemer wordt overhandigd en toont hoe van bruto naar netto wordt gegaan. De verplichte vermeldingen worden door uw paritair comité bepaald. (Wet van 12 april 1965, artikel 15) Meer hierover
Individuele rekening
Het jaarlijkse overzicht, per werknemer, van al zijn bezoldigingen en prestaties. Een kopie wordt hem overhandigd, en ze wordt vijf jaar bewaard. (Koninklijk besluit van 8 augustus 1980) Meer hierover
Arbeidsreglement
Het document dat de uurroosters, de interne regels en ieders rechten vastlegt. Verplicht vanaf de eerste werknemer; het wordt uitgehangen, in kopie overhandigd en neergelegd bij het Toezicht op de sociale wetten. (Wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen) Meer hierover
Arbeidsovereenkomst
De overeenkomst tussen werkgever en werknemer. Een geschrift is niet altijd verplicht — een voltijdse overeenkomst van onbepaalde duur mag mondeling — maar wel voor deeltijds werk, bepaalde duur, studenten en vervanging. (Wet van 3 juli 1978) Meer hierover
Proefperiode
Afgeschaft voor de meeste overeenkomsten sinds 2014. Ze blijft bestaan voor tijdelijke arbeid, uitzendarbeid en studentenovereenkomsten. (Wet van 26 december 2013 op het eenheidsstatuut)
Opzeggingstermijn
De termijn die moet worden nageleefd om een overeenkomst van onbepaalde duur te beëindigen. Hij hangt af van de anciënniteit en verschilt naargelang de verbreking van de werkgever of de werknemer uitgaat. (Wet van 3 juli 1978, zoals gewijzigd door de wet van 26 december 2013)
C4
Het document dat aan de vertrekkende werknemer wordt overhandigd en dat hij nodig heeft om zijn recht op werkloosheidsuitkering te doen gelden. Het vermeldt onder meer de reden van het einde van de overeenkomst. (RVA)
Vakantiegeld
De bezoldiging van de vakantie. Voor een bediende betaalt de werkgever het; voor een arbeider komt het van een kas, gevoed door een bijdrage. Het enkel vervangt het loon van de opgenomen dagen, het dubbel komt erbovenop. (Gecoördineerde wetten van 28 juni 1971 op de jaarlijkse vakantie)
Eindejaarspremie
Vaak dertiende maand genoemd. Ze is niet wettelijk verschuldigd: het is uw paritair comité dat ze voorziet, het bedrag en de voorwaarden bepaalt. (De cao van uw comité) Meer hierover
Ecocheques
Cheques bestemd voor opgesomde ecologische aankopen, vrijgesteld van bijdragen en belasting mits de voorwaarden zijn vervuld. Ze worden door bepaalde comités voorzien. (Cao nr. 98 van de Nationale Arbeidsraad en de sectorale cao's)
Maaltijdcheques
Een tussenkomst in de maaltijd, vrijgesteld wanneer werkgever en werknemer elk binnen vastgestelde grenzen bijdragen en één cheque overeenstemt met één gepresteerde dag. (Koninklijk besluit van 28 november 1969, artikel 19bis)
Flexi-job
Een stelsel voorbehouden aan wie elders al voldoende werkt, of gepensioneerd is. De bezoldiging is onderworpen aan een bijzondere werkgeversbijdrage en onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van belasting. (Wet van 16 november 2015) Meer hierover
Student (contingent)
Een quotum uren per jaar waarbinnen een student onderworpen is aan een verlaagde solidariteitsbijdrage in plaats van de gewone bijdragen. Daarboven wordt hij een gewone werknemer. (Koninklijk besluit van 28 november 1969) Meer hierover
Arbeider en bediende
Een historisch onderscheid op grond van de aard van het werk. Het wijzigt de opzeggingsregels niet meer sinds 2014, maar het bepaalt nog het paritair comité, het vakantiegeld en het gewaarborgd loon. (Wet van 3 juli 1978 en wet van 26 december 2013) Meer hierover
Gewaarborgd loon
De bezoldiging die de werkgever blijft betalen tijdens de eerste dagen of weken van arbeidsongeschiktheid, vóór de tussenkomst van het ziekenfonds. De duur verschilt tussen arbeiders en bedienden. (Wet van 3 juli 1978)
Tijdelijke werkloosheid
Een schorsing van de overeenkomst om een bij wet voorziene reden — gebrek aan werk, weerverlet, overmacht. De werknemer ontvangt een uitkering van de RVA, en de DmfA draagt bijzondere codes. (Wet van 3 juli 1978 en RVA-reglementering)
Arbeidsongevallenverzekering
Verplicht vanaf de eerste dag van tewerkstelling, zonder mogelijke terugwerkende dekking. Bij gebreke wordt de werkgever ambtshalve aangesloten en draagt hij de vergoedingen. (Wet van 10 april 1971, artikel 49) Meer hierover
Externe dienst voor preventie
De instelling die het gezondheidstoezicht verzekert en over de risico's adviseert. Elke werkgever zonder interne arbeidsarts moet er zich bij aansluiten. (Wet van 4 augustus 1996 en Codex welzijn op het werk)
Erkend sociaal secretariaat
Een erkende instelling die de aangifteplicht van de werkgever overneemt. Een niet-erkende dienstverrichter berekent en verzendt, maar de werkgever blijft de aangever. (Koninklijk besluit van 28 november 1969) Meer hierover
Rijksregisternummer
Het nummer dat de werknemer identificeert bij de sociale zekerheid. Het is een gevoelig gegeven: het dient voor de aangiften en hoeft daarna niet te worden bewaard. (Wet van 15 januari 1990 op de Kruispuntbank van de sociale zekerheid) Meer hierover