mijnloonbrief.be

PC 102.03 — PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE PORFIERGROEVEN IN DE PROVINCIES WAALS-BRABANT EN HENEGOUWEN EN DE KWARTSIETGROEVEN IN DE PROVINCIE WAALS-BRABANT

Geen sectoraal barema toegepast

PC 102.03 is erkend en gedocumenteerd, maar er wordt hier geen sectorale loonschaal toegepast. Meestal is dat geen achterstand van ons: de FOD Werk actualiseert sinds september 2022 enkel nog de barema's van de comités met meer dan 2 000 werknemers, en waar er nog een schaal bestaat, is die soms ouder — en dus lager — dan het interprofessioneel gewaarborgd minimum. In dat geval blijft dat minimum de beste bescherming, en het is dat wat de loonbrief toepast.

De afrekening vermeldt duidelijk welke sectorale elementen niet werden toegepast. Publiceert uw comité een schaal die wij niet hebben gezien? Zeg het ons — wij lezen ze.

Wat de loonbrief berekent

  • de Dimona

Wat de afrekening vermeldt zonder te berekenen

  • het minimumloon
  • het flexiloon
  • de eindejaarspremie
  • de uurpremies
  • de maaltijdcheques
  • de ecocheques
  • de verplaatsingskosten
  • het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid
  • zondag en feestdagen
  • de tijdelijke werkloosheid
  • de sectorale bijdragen

Identiteit en indexering

  • Officiële benaming : PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE PORFIERGROEVEN IN DE PROVINCIES WAALS-BRABANT EN HENEGOUWEN EN DE KWARTSIETGROEVEN IN DE PROVINCIE WAALS-BRABANT
  • Registercode : 1020300
  • Onder comité PC 102
  • Statuten : arbeiders

Wat het arbeidsreglement moet vermelden

Wekelijkse arbeidsduur: 37 uur

Lager dan het wettelijke maximum van 38 uur. Een reglement dat 38 uur vermeldt, is voor dit comité onwettig.

De wekelijkse arbeidsduur bedraagt 37 uur. De toepassingsmodaliteiten worden vastgesteld op ondernemingsniveau. Met arbeidsprestaties worden gelijkgesteld : de uren kort verzuim, de feestdagen, de dagen vakbondsopleiding en sociale promotie, economische werkloosheid, gewaarborgd weekloon voor arbeidsongeschiktheid in geval van ziekte of van arbeidsongeval, alsmede de inhaalrustdagen. De inhaalrustdagen worden slechts vergoed op het ogenblik dat ze werkelijk worden genomen. De programmatie van de inhaalrustdagen wordt door de ondernemingsraden opgesteld of, bij gebrek hieraan, samen met de vakbondsafvaardigingen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 8 avril 2026 relative aux conditions de travail, chapitre XVIII, art. 34 — effet au 1er janvier 2025, cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2026 (art. 64) ; avis de dépôt publié au Moniteur belge le 29 juin 2026, opposable à tous les employeurs de la sous-commission depuis le 14 juillet 2026 par l'art. 26 de la loi du 5 décembre 1968 · dépôt 199919/CO/102.03 · gelezen op 2026-09-05

Sectoreigen dagen van arbeidsonderbreking — ter gelegenheid van de plaatselijke kermissen worden twee betaalde dagen toegekend : te Bierk, één betaalde kermisdag en één bijkomende betaalde dag ; te Lessen (Carrières-Unies de Porphyre), twee lokale feestdagen in mei en in augustus waarvan één betaalde dag in mei, de tweede dag is onbetaald, en de datum van de derde betaalde dag wordt bepaald bij het opstellen van de kalender van de jaarlijkse vakanties ; te Lessen (Ermitage) en te Quenast, twee betaalde dagen voor de plaatselijke kermissen.
Rubriek 1° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 8 avril 2026 relative aux conditions de travail, chapitre XV, art. 31 — effet au 1er janvier 2025, cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2026 · dépôt 199919/CO/102.03 · gelezen op 2026-09-05

De eindejaarspremie is gelijk aan 173 uren individueel loon voor Quenast en aan 168,7 uren voor Bierk en Lessen, waarbij het in aanmerking te nemen uurloon dat van 1 november van het lopende jaar is. De betaling ervan heeft uiterlijk plaats op het ogenblik van de betaling die het dichtst bij Kerstmis ligt. De jaarlijkse vakbondspremie wordt volledig betaald eind februari van elk jaar, voor de twaalf verstreken maanden.
Rubriek 3° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 8 avril 2026 relative aux conditions de travail, art. 45 et art. 47 (prime de fin d'année) et art. 36 (prime syndicale) — effet au 1er janvier 2025, cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2026 · dépôt 199919/CO/102.03 · gelezen op 2026-09-05

De werkgevers doen hun best om het tewerkstellingsvolume niet te wijzigen, behalve in geval van pensionering. Als er maatregelen moeten worden overwogen die de tewerkstelling betreffen om het concurrentievermogen van de ondernemingen te behouden, worden de ondernemingsraden en/of de vakbondsafvaardigingen ingelicht vóór elke beslissing en worden onderhandelingen aangevat over het geheel van de beroepenproblematiek en de lijst van de huidige functies. Gedeeltelijke werkloosheid kan, ingeval dit absoluut noodzakelijk is, slechts worden ingevoerd na overleg met de ondernemingsraden en de vakbondsafgevaardigden, vakbondsvrijgestelden inbegrepen, om er de beurtregeling en de frequentie van vast te stellen. De vervanging van vertrekkers gebeurt op de site en in de functie. Bij ten minste gelijke kwalificatie en bekwaamheid geniet de kandidatuur van een uitzendkracht voor een overeenkomst van bepaalde duur, en die van een werknemer met een overeenkomst van bepaalde duur voor een overeenkomst van onbepaalde duur, een gunstig a priori.
Rubriek 4° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 8 avril 2026 relative aux conditions de travail, chapitre XXI, A « Sécurité d'emploi et volume de l'emploi », art. 42 — effet au 1er janvier 2025, cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2026 · dépôt 199919/CO/102.03 · gelezen op 2026-09-05

Vanaf 1 januari 2026 wordt één dag anciënniteitsverlof toegekend vanaf het 10de jaar effectieve anciënniteit in de onderneming, een tweede dag vanaf het 15de jaar en een derde bijkomende verlofdag vanaf het 20ste jaar.
Rubriek 10° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 8 avril 2026 relative aux conditions de travail, chapitre XXX, art. 57 — effet au 1er janvier 2025, cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2026 ; article recontrôlé sur la page 16 rendue en image, la couche de texte du PDF ayant perdu les rangs d'ancienneté · dépôt 199919/CO/102.03 · gelezen op 2026-09-05

Alle collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten in het vroegere Gewestelijk Paritair Comité voor het bedrijf der porfiergroeven en kwartsietgroeven in de provincies Brabant en Henegouwen, en in het vroegere Paritair Subcomité voor het bedrijf der porfiergroeven op het gehele grondgebied van het Rijk en voor de kwartsietgroeven van Waals-Brabant, die nog van kracht waren op 1 oktober 1999, zijn ook van toepassing op de ondernemingen die sinds 20 september 1999 onder het paritair subcomité ressorteren.
Rubriek 16° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — Convention collective de travail particulière du 7 juin 2001, art. 1er et art. 2 — entrée en vigueur le 1er janvier 2001, conclue pour une durée indéterminée ; PDF sans couche de texte, lu en image · dépôt 58503/CO/102.03, algemeen verbindend verklaard bij A.R. du 23 avril 2002 (M.B. du 4 juin 2002) · gelezen op 2026-09-05

Het individueel recht op opleiding bedraagt 3 dagen per jaar vanaf 1 januari 2025, volgens een groeitraject dat het op 4 dagen per jaar brengt vanaf 1 januari 2027 en op 5 dagen per jaar vanaf 1 januari 2029. Onder beroepsopleiding wordt verstaan elke opleiding die de kwalificatie van de werknemer verbetert en tegelijkertijd beantwoordt aan de behoeften van een bepaald bedrijf of van de bedrijven van de sector, met inbegrip van opleiding op de werkplek. De sectorale opleidingsdoelstelling blijft vastgelegd op gemiddeld 4 dagen beroepsopleiding per voltijds equivalent, waarvan één dag aan elke werknemer wordt toegekend voor zover mogelijk en op zijn verzoek.
Rubriek 18° van art. 6, § 1, van de wet van 8 april 1965 — CCT du 8 avril 2026 relative aux conditions de travail, chapitre XXIII, art. 50 — conclu en exécution des art. 12 et 13 de la loi du 5 mars 2017 concernant le travail faisable et maniable ; effet au 1er janvier 2025, cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2026 · dépôt 199919/CO/102.03 · gelezen op 2026-09-05

Paritair comité 102 : de andere comités

PC 102.03 is een onderafdeling van paritair comité 102. Dezelfde familie telt:

Alle 177 paritaire comités

Een loonbrief maken voor PC 102.03

Comités in dezelfde familie