Naar de inhoud

mijnloonbrief.be

Vakantiesaldo: wat vervalt op 31 december 2026

Gepubliceerd op 20 september 2026

In het kort : Op 20 september 2026: de vakantie van het dienstjaar 2025 moet toegekend zijn vóór 31 december 2026 (KB van 30 maart 1967, art. 64, 1°). Dagen die openstaan door ziekte, een ongeval, moederschapsrust of geboorteverlof worden wél overgedragen, over vierentwintig maanden (art. 64, 1°/1). Voor bedienden is het vakantiegeld van niet opgenomen dagen uiterlijk op 31 december verschuldigd (art. 67 en 67bis).

Elk najaar dezelfde vraag: mag een bediende die zijn vakantiedagen niet opnam, ze meenemen naar volgend jaar? Het koninklijk besluit van 30 maart 1967 antwoordt, en het antwoord verrast: dit is een vervaldatum, geen regeling waarover men onderhandelt.

31 december is een vervaldatum, geen voorkeur

Artikel 64, 1° van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 is kort: de vakantie moet worden toegekend binnen de twaalf maanden volgend op het einde van het vakantiedienstjaar. Er staat niet dat dit wenselijk zou zijn, of dat het beter uitkomt.

Het vakantiedienstjaar is het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de vakantie wordt opgenomen. De gecoördineerde wetten van 28 juni 1971 omschrijven het zo in artikel 3. Dienstjaar 2025 liep af op 31 december 2025; de twaalf maanden verstrijken dus op 31 december 2026.

Concreet: de dagen die de prestaties van 2025 opleverden, worden in 2026 opgenomen. Niet in januari 2027 in onderling akkoord, en niet in maart 2027 omdat het orderboek vol zat.

Die verplichting rust op de werkgever. Het besluit schrijft « toegekend »: dat werkwoord slaat op zijn handeling, niet op een aanvraag van de werknemer.

De overdracht van vierentwintig maanden bestaat, maar voor opgesomde oorzaken

Het koninklijk besluit van 8 februari 2023 voegde een punt 1°/1 in artikel 64 in. Het opent vierentwintig maanden, maar alleen voor dagen die nog openstaan door een schorsing van de overeenkomst die het besluit uitdrukkelijk noemt.

Die oorzaken staan in artikel 16 (arbeiders) en artikel 41 (bedienden). Aan beide kanten dezelfde:

Buiten die lijst geldt opnieuw de regel van twaalf maanden. Te veel werk, een vervanging die niet rond raakte, een project dat aansleept: geen van die redenen opent de overdracht, ook niet met een schriftelijk akkoord tussen beide partijen.

  • een arbeidsongeval of een beroepsziekte die aanleiding geeft tot vergoeding
  • een ongeval of een ziekte die niet onder het vorige punt valt
  • moederschapsrust
  • het vaderschapsverlof bedoeld in de arbeidswet van 16 maart 1971
  • profylactisch verlof
  • het geboorteverlof bedoeld in de wet van 3 juli 1978
  • adoptieverlof
  • pleegzorgverlof
  • pleegouderverlof

Vierentwintig maanden vanaf wanneer precies

Hier schuilt een rekenfout die snel gemaakt is. De twaalf maanden van artikel 64, 1° lopen vanaf het einde van het dienstjaar. De vierentwintig maanden van 1°/1 lopen vanaf het einde van het vakantiejaar waarvoor die vakantiedagen nog moeten worden opgenomen.

Voor dagen uit dienstjaar 2025 is het vakantiejaar 2026. De vierentwintig maanden verstrijken dus op 31 december 2028, niet op 31 december 2027.

Artikel 66 b) zegt hetzelfde vanuit de werknemer bekeken: hij behoudt, zelfs bij collectieve vakantie, het recht op de vakantiedagen tot die datum.

Let op de onvolledige symmetrie: niet elke verhindering geeft vierentwintig maanden. Artikel 66 a) somt andere oorzaken op — burgerplichten, een openbaar mandaat, een syndicale opdracht, staking, lock-out, volledige verwijdering uit het werk als moederschapsbescherming — en daarvoor blijft het recht slechts twaalf maanden behouden.

Wat wordt overgedragen is de dag, niet het geld

De duurste verwarring is deze: dagen overdragen betekent niet dat het vakantiegeld meeschuift.

Artikel 67 verplicht de werkgever om de bediende uiterlijk op 31 december van het vakantiejaar het vakantiegeld voor de niet opgenomen dagen te betalen. Het besluit geeft de methode: het normale loon voor die dagen op basis van het decemberloon, en, indien het dubbel vakantiegeld niet of niet volledig betaald werd, een toeslag gelijk aan 92 pct. van het decemberloon gedeeld door respectievelijk 24, 20, 16, 12, 8 of 4 naargelang de bediende 6, 5, 4, 3, 2 of 1 dagen per week werkt, vermenigvuldigd met het aantal niet opgenomen dagen.

Artikel 67bis, door hetzelfde besluit van 2023 ingevoegd, breidt die verplichting uit tot de overdracht van vierentwintig maanden: ook het vakantiegeld voor de dagen die nog binnen de vierentwintig maanden moeten worden opgenomen, is uiterlijk op 31 december van het vakantiejaar verschuldigd.

Met andere woorden: wie die dagen in 2027 of 2028 opneemt, kreeg ze al in december 2026 uitbetaald. Het zijn onbezoldigde afwezigheidsdagen op het ogenblik van opname, omdat het loon ervoor al achter de rug is. Dat vooraf zeggen bespaart een vervelend gesprek.

Er staat hier geen bedrag: het besluit legt een formule vast, geen cijfer, en die formule hangt af van het decemberloon van elke werknemer.

Ziek tijdens de vakantie: de dagen gaan niet verloren

Sinds 1 januari 2024 verliest een werknemer die ziek wordt tijdens zijn vakantie die dagen niet meer. De regel komt uit twee teksten die op elkaar aansluiten.

Artikel 68, 2° a) van het besluit van 1967 verbiedt om dagen van arbeidsonderbreking wegens een ongeval, ziekte, moederschapsrust, geboorte-, adoptie- of pleegzorgverlof aan te rekenen op de jaarlijkse vakantiedagen — zonder voorbehoud, dus ook wanneer zij midden in de vakantie vallen.

Artikel 31/2 van de wet van 3 juli 1978, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2023, regelt de rest. Voor de dagen arbeidsongeschiktheid die samenvallen met de vakantie heeft de werknemer recht, ten laste van zijn werkgever, op zijn normaal loon: dat is gewaarborgd loon, geen verlof.

Een nuance die telt voor de werkgever: de zo gevrijwaarde vakantiedagen worden niet automatisch aansluitend opgenomen. Wie dat wil, moet de werkgever daarvan op de hoogte brengen, en uiterlijk op het ogenblik waarop hij zijn getuigschrift bezorgt. Zonder die vraag blijven de dagen op zijn tegoed staan, maar hervat hij het werk.

Het getuigschrift is verplicht, het officiële model niet

Artikel 31/2 is duidelijk op een punt dat veel ondernemingen verkeerd toepassen: de werknemer bezorgt in alle gevallen een geneeskundig getuigschrift aan de werkgever, in afwijking van artikel 31, § 2, tweede lid, en § 2/1.

Die afwijking reikt ver. Het doet er niet toe of het arbeidsreglement een getuigschrift vraagt, en evenmin welke regeling voor de eerste ziektedag geldt: valt de ongeschiktheid tijdens de jaarlijkse vakantie, dan is het getuigschrift verschuldigd. De werknemer moet ook onmiddellijk zijn verblijfplaats melden als hij zich niet op zijn woonadres bevindt.

Het koninklijk besluit van 22 december 2023 stelde wel een specifiek model van getuigschrift vast, in werking sinds 1 januari 2024 — maar de wet zelf bepaalt in artikel 31/2, vierde lid, dat het gebruik van dat specifieke model facultatief is. Een gewoon getuigschrift dat de ongeschiktheid, de waarschijnlijke duur en de eventuele verplaatsingsmogelijkheid met het oog op controle vermeldt, volstaat.

Een getuigschrift weigeren omdat het niet op het officiële formulier staat, heeft dus geen enkele grondslag.

Arbeider of bediende: wat de tekst echt onderscheidt

De artikelen 64, 66 en 68 staan in titel IV van het besluit, die van de gemeenschappelijke bepalingen, en verwijzen naar beide lijsten — artikel 16 voor arbeiders, artikel 41 voor bedienden. De termijn om de vakantie op te nemen geldt dus voor iedereen.

De artikelen 67 en 67bis staan in diezelfde titel, maar hun tekst spreekt uitsluitend over de bediende en over wat de werkgever gehouden is aan de bediende te betalen. De verplichting om het vakantiegeld van niet opgenomen dagen vóór 31 december te betalen, is voor bedienden geschreven.

Een werkgever van arbeiders mag daaruit niet besluiten dat hij niets hoeft te doen: de termijn van artikel 64 geldt onverkort, en het vakantiegeld van zijn arbeiders loopt langs een ander circuit, dat van het vakantiefonds. Voor het saldo van een arbeider ligt de vraag bij het fonds, niet op kantoor.

Wat dit jaar niet verandert

Op dit punt trad in 2026 niets nieuws in werking. De overdracht van vierentwintig maanden dateert van 1 januari 2023, de regeling voor ziekte tijdens de vakantie van 1 januari 2024. Wat in 2026 aankomt, is de vervaldag, niet de regel.

Evenmin verandert het beginsel van artikel 64, 3°: er moet in elk geval een ononderbroken vakantieperiode van één week worden verzekerd. Een saldo dat men tot in december in losse dagen versnippert, voldoet daar niet aan.

Dagen die de werkgever bovenop de jaarlijkse vakantie toekent, worden niet door dit besluit geregeld. Het zwijgt erover: hun lot staat in de overeenkomst, het gebruik of het arbeidsreglement dat ze creëerde.

De volledige tekst is tot slot kort en leesbaar. De links hieronder leiden naar de gecoördineerde versies op Justel, in het Nederlands en in het Frans: die maken het recht, niet deze pagina.

Moet u een loonbrief opmaken? Maak in drie stappen een conforme Belgische loonbrief — de eerste van elke maand is gratis, zonder kaart.

Bronnen

Lees ook

Alle artikels van JOBFLITS