Loonkost berekenen: wat kost een werknemer echt?
Een werknemer kost meer dan zijn brutoloon, en minder dan u denkt. Bij het brutoloon komen de patronale bijdragen; daarvan gaan de verminderingen af waarop de werkgever van rechtswege recht heeft, of hij ze nu vraagt of niet. Twee tellen bijna altijd mee: de structurele vermindering voor lage lonen, verschuldigd zonder enige formaliteit, en het forfait eerste aanwervingen voor een eerste werknemer, zonder tijdsbeperking. De berekening hieronder gebeurt door dezelfde rekenmotor die uw loonbrief maakt, aan de barema's van het lopende kwartaal, en trekt die verminderingen af.
Bereken de echte loonkost in België: brutoloon, RSZ, bedrijfsvoorheffing, netto en RSZ-verminderingen. Berekend door de rekenmotor die uw loonbrief maakt.
Alle bedragen komen uit dezelfde rekenmotor die uw loonbrief berekent: geen enkel tarief wordt op deze pagina overgeschreven.
Het brutoloon is niet de kost
Voor elk personeelslid en elke medewerker geldt dit: bovenop het brutoloon betaalt de werkgever patronale basisbijdragen en, boven een referteloon, de bijzondere bijdrage voor loonmatiging. Die komen bovenop het bedrag dat op de loonbrief staat.
Bron : Wet van 29 juni 1981, art. 38 · administratieve onderrichtingen RSZ (patronale basisbijdrage, loonmatiging).
De structurele vermindering is automatisch verschuldigd
Voor lage lonen vermindert de RSZ zelf de patronale bijdragen, zonder enige aanvraag. De formule staat in het koninklijk besluit; de plafonds S0 en S2 worden per kwartaal gepubliceerd. Wij extrapoleren nooit een kwartaal dat de RSZ niet heeft gepubliceerd.
Bron : K.B. van 16 mei 2003, art. 2 · onderrichtingen RSZ, „De structurele vermindering”.
Eerste aanwervingen: een forfait per kwartaal
Voor de eerste werknemer geldt een forfaitaire vermindering per kwartaal, zonder beperking in de tijd. Rang 2 tot 5 geven een lager forfait, voor twaalf kwartalen binnen een venster van twintig — en rang n vereist n werknemers.
Bron : Programmawet van 30 mei 2026, art. 103 (NUMAC 2026003986) · K.B. van 30 juni 2026, art. 2, a), 2° en art. 3.
Het recht wordt aangegeven, niet geraden
De RSZ erkent de rang op basis van twaalf maanden tewerkstellingsverleden, technische bedrijfseenheid inbegrepen. Wij leiden hem niet af uit onze eigen tellingen: u geeft hem aan. Een niet-verschuldigde vermindering kost een bijdrageopslag en verwijlintresten.
Bron : Administratieve onderrichtingen RSZ, „Eerste aanwervingen”.
De werkbonus kost de werkgever niets
Bij een laag loon vermindert de werkbonus de RSZ-bijdrage van de werknemer, en een fiscaal luik verlaagt zijn bedrijfsvoorheffing. Het netto stijgt, het brutoloon niet: voor de werkgever verandert de kost niet. Het is dus geen vermindering om mee te rekenen in de loonkost, wel een reden waarom een laag bruto een hoger netto geeft dan verwacht.
Bron : Programmawet van 24 december 2002 en haar uitvoeringsbesluiten · onderrichtingen RSZ, „Werkbonus”.
Vakantiegeld: de werkgever of de vakantiekas
Voor een bediende betaalt de werkgever zelf het enkel vakantiegeld (het loon van de vakantiedagen) en het dubbel vakantiegeld, één keer per jaar: een kost om te voorzien. Voor een arbeider betaalt een vakantiekas, en de werkgever draagt een bijdrage voor de jaarlijkse vakantie af, deels per kwartaal en deels via een jaarlijks debetbericht van de RSZ. Die bijdrage komt bovenop de patronale basisbijdragen.
Bron : K.B. van 30 maart 1967, art. 38 en 46 · onderrichtingen RSZ, „De basisbijdragen”.
De eindejaarspremie hangt van uw comité af
Geen wet legt een dertiende maand op: de cao van uw paritair comité bepaalt ze, of niet. In sommige sectoren betaalt de werkgever ze rechtstreeks, in andere keert een fonds voor bestaanszekerheid ze uit, gefinancierd door een bijkomende werkgeversbijdrage. In beide gevallen is het een kost om over het jaar te spreiden.
Bron : Cao van uw paritair comité · wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid.
Arbeidsongevallenverzekering en preventiedienst
Vanaf de eerste dag moet de werkgever een arbeidsongevallenverzekering hebben: een eventuele leemte wordt niet geregulariseerd, en Fedris sluit u ambtshalve aan met een bijdrage per werknemer. Daarbij komt de aansluiting bij een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. De premie en de bijdrage hangen af van de verzekeraar, de dienst en het risico: ze staan niet in onze berekening.
Bron : Wet van 10 april 1971, art. 49 · wet van 4 augustus 1996, art. 33 · Codex over het welzijn op het werk.
De bedrijfsvoorheffing is geen kost, sommige vrijstellingen zijn winst
De bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden op het loon van de werknemer en doorgestort aan de FOD Financiën: ze komt niet bovenop de kost. Sommige vrijstellingen van doorstorting — ploegen- of nachtarbeid, overuren, startende ondernemingen — laten de werkgever toe een deel ervan te houden. Het scherm „Te betalen” trekt ze af zodra hun voorwaarden zijn aangegeven.
Bron : WIB 92, art. 275/1, 275/5 en 275/10 (geconsolideerde tekst op Fisconetplus).
Sectorale bijdragen
Veel paritaire comités heffen bovenop de basisbijdragen een bijdrage voor hun fonds voor bestaanszekerheid: vorming, aanvullend pensioen, eindejaarspremie of getrouwheidspremie. Ze worden in de DmfA aangegeven onder hun eigen code. De pagina van elk comité vermeldt welke sectorale elementen gelden.
Bron : Wet van 7 januari 1958 · de cao's van uw comité, neergelegd bij de FOD Werkgelegenheid.