Opzegvergoeding berekenenopzeggingstermijn 2026
Pagina nagekeken op 26 september 2026 — Wie schrijft en controleert deze pagina's
De opzegvergoeding is gelijk aan het lopende loon voor de opzeggingstermijn die niet werd gepresteerd (art. 39 van de wet van 3 juli 1978). De termijn zelf staat in artikel 37/2 en hangt af van de anciënniteit: één week tijdens de eerste zes maanden voor een overeenkomst begonnen vanaf 1 augustus 2026, dan 6 tot 15 weken tot vijf jaar, en drie weken per bijkomend begonnen jaar.
De wettelijke tabel: ontslag door de werkgever
De termijn hangt af van de anciënniteit op de dag waarop de opzegging ingaat (art. 37/4), gerekend van datum tot dag vóór datum. Hij is dezelfde voor arbeiders en bedienden van wie de overeenkomst vanaf 1 januari 2014 begon, en geen collectieve arbeidsovereenkomst mag ervan afwijken (art. 37/3).
Twee kolommen, omdat de wet van 3 juni 2026 de eerste zes maanden heeft gewijzigd: voor een overeenkomst waarvan de uitvoering vanaf 1 augustus 2026 begon, is de opzegging één week tijdens de eerste zes maanden; voor een oudere overeenkomst blijven de vier trappen van 2018 gelden (art. 5 van die wet). Na zes maanden zijn beide kolommen gelijk.
Na vijf jaar stijgt de termijn met drie weken per begonnen jaar, dan met twee weken in het twintigste jaar, dan met één week per jaar. Voor een overeenkomst waarvan de uitvoering vanaf 1 juni 2026 begon, is hij beperkt tot 52 weken vanaf zeventien jaar anciënniteit (wet van 18 mei 2026, art. 24).
| Anciënniteit | Weken (overeenkomst begonnen vóór 01/08/2026) | Weken (overeenkomst begonnen vanaf 01/08/2026) |
|---|---|---|
| 0 maanden – minder dan 3 maanden | 1 | 1 |
| 3 maanden – minder dan 4 maanden | 3 | 1 |
| 4 maanden – minder dan 5 maanden | 4 | 1 |
| 5 maanden – minder dan 6 maanden | 5 | 1 |
| 6 maanden – minder dan 9 maanden | 6 | 6 |
| 9 maanden – minder dan 12 maanden | 7 | 7 |
| 12 maanden – minder dan 15 maanden | 8 | 8 |
| 15 maanden – minder dan 18 maanden | 9 | 9 |
| 18 maanden – minder dan 21 maanden | 10 | 10 |
| 21 maanden – minder dan 2 jaar | 11 | 11 |
| 2 jaar – minder dan 3 jaar | 12 | 12 |
| 3 jaar – minder dan 4 jaar | 13 | 13 |
| 4 jaar – minder dan 5 jaar | 15 | 15 |
| 5 jaar – minder dan 6 jaar | 18 | 18 |
| 6 jaar – minder dan 7 jaar | 21 | 21 |
| 7 jaar – minder dan 8 jaar | 24 | 24 |
| 8 jaar – minder dan 9 jaar | 27 | 27 |
| 9 jaar – minder dan 10 jaar | 30 | 30 |
| 10 jaar – minder dan 11 jaar | 33 | 33 |
| 11 jaar – minder dan 12 jaar | 36 | 36 |
| 12 jaar – minder dan 13 jaar | 39 | 39 |
| 13 jaar – minder dan 14 jaar | 42 | 42 |
| 14 jaar – minder dan 15 jaar | 45 | 45 |
| 15 jaar – minder dan 16 jaar | 48 | 48 |
| 16 jaar – minder dan 17 jaar | 51 | 51 |
| 17 jaar – minder dan 18 jaar | 54 | 52 |
| 18 jaar – minder dan 19 jaar | 57 | 52 |
| 19 jaar – minder dan 20 jaar | 60 | 52 |
| 20 jaar – minder dan 21 jaar | 62 | 52 |
| 21 jaar – minder dan 22 jaar | 63 | 52 |
| 22 jaar – minder dan 23 jaar | 64 | 52 |
| 23 jaar – minder dan 24 jaar | 65 | 52 |
| 24 jaar – minder dan 25 jaar | 66 | 52 |
Ontslag door de werknemer en tegenopzegging
Neemt de werknemer ontslag, dan is de termijn korter en bedraagt hij hoogstens dertien weken vanaf acht jaar anciënniteit (art. 37/2, § 2). Tijdens de eerste zes maanden is hij één week voor een overeenkomst begonnen vanaf 1 augustus 2026; voor een oudere overeenkomst één week vóór drie maanden en twee weken van drie tot zes maanden.
De ontslagen werknemer die ander werk vindt, kan vertrekken met een verkorte tegenopzegging: één week vóór zes maanden anciënniteit (overeenkomst begonnen vanaf 1 augustus 2026), drie weken van zes maanden tot een jaar, vier weken daarna (art. 37/2, § 3).
Van de termijn naar de opzegvergoeding
De partij die de overeenkomst beëindigt zonder de termijn na te leven, betaalt een vergoeding gelijk aan het lopende loon voor die termijn, of voor het deel dat nog moest lopen (art. 39, § 1). Het lopende loon omvat ook de voordelen verworven krachtens de overeenkomst; voor het veranderlijke deel geldt het gemiddelde van de twaalf voorgaande maanden.
Voor een werknemer met een vast loon bepaalt de wet het weekloon op het maandloon maal drie gedeeld door dertien. De rekenmodule vermenigvuldigt het aantal weken met het weekloon dat u invult; voordelen en veranderlijk loon telt ze niet op, die neemt u zelf in dat bedrag op.
Bedraagt de opzeggingstermijn die de werkgever verschuldigd is minstens 30 weken, dan heeft de ontslagen werknemer recht op een eenmalig forfaitair budget van 1.800 euro voor inzetbaarheidsbevorderende maatregelen, behalve bij ontslag in het kader van een herstructurering (art. 39ter).
Wat de rekenmodule niet beslist
Overeenkomsten waarvan de uitvoering vóór 1 januari 2014 begon. Hun opzegging telt twee delen op (wet van 26 december 2013, art. 67 tot 69): het eerste deel, voor de anciënniteit op 31 december 2013, volgt de regels van die datum — voor een bediende met een jaarloon boven 32.254 euro één maand per begonnen jaar, met een minimum van drie maanden, behalve een geldige opzeggingsclausule; het tweede deel, voor de anciënniteit vanaf 1 januari 2014, volgt de tabel hierboven.
De dringende reden: elke partij kan zonder opzegging of vergoeding beëindigen bij een ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt, op voorwaarde dat het ontslag binnen drie werkdagen na de kennis van het feit wordt gegeven en de reden binnen de drie volgende werkdagen wordt betekend (art. 35). De rechter oordeelt.
De proeftijd: die bestaat niet meer voor overeenkomsten waarvan de uitvoering vanaf 1 januari 2014 begon; alleen oudere clausules liepen door tot hun einde (wet van 26 december 2013, art. 71). De eerste drie dagen van een studentenovereenkomst blijven een proeftijd (art. 127).
De vorm: de werkgever geeft ontslag met een aangetekende brief, die uitwerking heeft op de derde werkdag na de verzending, of bij gerechtsdeurwaardersexploot; de kennisgeving vermeldt het begin en de duur van de opzegging, op straffe van nietigheid (art. 37). De opzegging gaat in op de maandag na de week van de kennisgeving (art. 37/1).
En de laatste loonbrief
Een gepresteerde opzegging wordt betaald op de loonbrieven van de maanden die ze dekt. De laatste loonbrief, het vertrekvakantiegeld en de documenten bij het einde van de overeenkomst maakt u in hetzelfde programma als de maandelijkse loonbrieven.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken ik een opzegvergoeding?
Aantal weken opzegging volgens artikel 37/2, vermenigvuldigd met het lopende weekloon inclusief de verworven voordelen. Voor een vast maandloon is het weekloon het maandloon maal drie gedeeld door dertien.
Wat veranderde er op 1 augustus 2026?
De wet van 3 juni 2026 bracht de opzegging tijdens de eerste zes maanden terug tot één week, voor ontslag door de werkgever en door de werknemer. Dat geldt alleen voor overeenkomsten waarvan de uitvoering vanaf 1 augustus 2026 begon.
Is er een maximum opzeggingstermijn?
Voor overeenkomsten waarvan de uitvoering vanaf 1 juni 2026 begon: 52 weken vanaf zeventien jaar anciënniteit. Voor oudere overeenkomsten blijft de termijn stijgen met één week per jaar na eenentwintig jaar.
Geldt de tabel voor arbeiders en bedienden?
Ja, voor elke overeenkomst waarvan de uitvoering vanaf 1 januari 2014 begon. Voor oudere overeenkomsten wordt de opzegging in twee delen berekend (wet van 26 december 2013, art. 67 tot 69).
Bronnen
- Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, art. 37 tot 39ter (Justel, gecoördineerde tekst)
- Wet van 3 juni 2026 tot wijziging van artikel 37/2 (opzeggingstermijnen, minder dan zes maanden anciënniteit)
- Wet van 26 december 2013, eenheidsstatuut, art. 67 tot 71 (Justel)
- FOD WASO — opzeggingstermijnen bij ontslag
- FOD WASO — opzeggingstermijnen bij ontslag door de werknemer
Maak uw eerste loonbrief, gratis
De eerste loonbrief van elke maand is gratis, zonder bankkaart en zonder iets te installeren. De volgende kosten 5 euro excl. btw per stuk, zonder verplicht abonnement en zonder aansluitingskosten.